donderdag 20 februari 2020

Ik laat je


Monoloog voor een oude schouwburg die treurt om het verlies van een geliefde.

Regieaanwijzing: 
Het personage ligt op een gure donderdag voor carnaval volledig verlaten aan een tweebaans snelweg in de binnenstad. Striemende regen in neonlicht. Uit de Stadhuisstraat klinken flarden muziek. Van Dik Hout zingt ‘Zo stil in mij’. Tekst uitspreken met enige berusting.

'Ik ben niet wereldvreemd, mij krijg je niet snel ontzet. Op mijn planken zijn talloze liefdesdrama’s verbeeld. Laatst nog, Othello ontstak in razernij. Hij was overtuigd van het overspel van zijn geliefde Desdemona. Maar dat is allemaal drama, het is doen alsof. Wat mij nu overkomt is harde realiteit. Al valt dit verhaal me zwaar, ik zal het u vertellen. Langs mijn ramen stromen de tranen.

In mijn jonge jaren werd je niet getolereerd. Je was er al wel, maar niemand mocht je buiten zien. Pas toen ik een jaar of zeven was werd je toegelaten in het stadhuis. Hier aan de overkant trof ik je voor het eerst. Een lange kleurrijke stoet trok aan me voorbij. Ik weet nog hoe de pauwenveer van Joep d’n Irste mijn plafond kietelde. Jaar na jaar groeide je, de prille liefde tussen ons bloeide op.

Menig prins werd onthuld op mijn podium. Ik bood ze allen onderdak en honderden bitterballen. Duizenden handen werden geschud in mijn foyer. Iedereen hield van je, vooral bij de kruikenconcerten, daar was je op je mooist, op je vrolijkst. Ach, als mijn muren eens konden spreken. Ik dacht dat het voor altijd door zou gaan. Hoe kon ik weten dat je het zou aanleggen met die ander.

Volgend jaar word ik zestig, ik ben niet de jongste meer. Jij kent van mij elk hoekje en gaatje. Alles hebben we gedaan, geen experiment was te dol. Elk jaar werd je fraaier, je leefde in mijn gangen en kleedkamers, je schitterde op mijn podia. Ik ben niet gek. Ik weet hoe je altijd lonkte naar anderen. Dat is deel van het spel. Zonder geflirt geen carnaval. Ben ik naïef geweest, had ik beter kunnen weten?'

Regieaanwijzing: 
Dronken geschreeuw onder de concertzaal, een ambulance scheurt langs met zwaailicht, een windvlaag speelt met plastic bierglazen. Personage spreekt geïrriteerd, licht emotioneel. Bij de tweede alinea slaat de stem over en stokt zo nu en dan een zin.

'Je onstuimigheid kon ik niet altijd volgen. Zoals een paar jaar terug. We hadden geen woorden gehad, er was niets aan de hand. Je had het simpelweg besloten. Dit keer ging je het doen zonder mij. Die eerste keer op elf november, je had je onder een wit tentdoek op het Willemsplein verschanst. Wat hoopte ik dat het zou hagelen of pijpenstelen regenen. Dat was niet zo. Je werd liefdevol ontvangen en omarmd. Ik denk dat het toen is begonnen.

Gisteren. Het Twidde Kruikenconcert. Ik hoopte vurig dat het niets zou worden. Maar oh, wat stond je te springen en wulps te draaien. Je gedroeg je bevalliger en platter dan ooit. Het gevloek in mijn hoofd, ik zal het niet verwoorden. Het deed me pijn je gelukkig te zien met die ander. Iedereen zag het, iedereen wist het; ik ben je kwijt. 

Maar wat kon ik doen. Ik weet dat die van hem groter is dan de mijne. Hoe stoer hij eruit ziet in zijn zwarte jas met die flikkerende schijfjes. Hoe jeugdig en robuust hij is, hoe rijkelijk hij het geld en het bier laat stromen.

Je weet, we hebben elkaar nooit trouw beloofd. Net als jij ben ik niet monogaam, in mij is ruimte voor zoveel anderen. Eenkennigheid is een beperking waar je mij niet op zal betrappen. Vanaf morgen nemen dierbare vrienden bezit van me. En al worden zij ook elk jaar wat ouder, we vieren carnaval als nooit tevoren. Als we het askruisje halen zijn we alles vergeten. Maar jou niet.

Cee-es-tee, je zal nooit weten hoe hartstochtelijk ik je mis. In gedachten schreeuw ik het van mijn daken. Ik houd mijn rug recht, ik rouw ongezien. Volg jij je eigen pad zoals ik het mijne, wij gaan beiden eeuwig mee. Ooit kruisen onze paden en kom je bij me terug. Verras me met je nieuwe gedaantes. Dan gaan we weer feesten, dan zullen we dansen.
Voor nu is het goed, ik zie je.'

Regieaanwijzing: 
Personage sluit langzaam de ogen. Gevelspots een voor een uit, dan alle binnenverlichting. In de verte zingen jonge musicalstemmen het Tilburgs volkslied. Fade out.