maandag 9 april 2012

Rendement voor elke cent

Als er één ding is dat ik als bedrijfskundige uit de jaren tachtig ingeprent heb gekregen, dan is het wel de zoektocht naar rendement. Hoe verdien ik met zo min mogelijk inspanningen zoveel mogelijk geld? Natuurlijk dachten mensen al veel langer na over de vraag hoe je iets zo doelmatig en doeltreffend mogelijk kan doen, maar ik geloof dat we dat vanaf die jaren ineens ‘efficiency’ gingen noemen. In alle uithoeken van de samenleving doken we vervolgens op. De managers die gewapend met modellen uit de wiskunde, de economie, de marketing en de psychologie onze bedrijven en instituten binnendrongen en hervormden. Je kan er sceptisch over zijn, maar een middelbare school, een ziekenhuis, maar ook een theater of concertzaal ziet er twintig jaar later bedrijfsmatig gezien echt anders uit.

Al staat de hele wereld op zijn kop, sommige waarheden blijven onaangetast. Een ondernemer kan niet goed functioneren zonder duidelijke visie op de toekomst, zonder antwoord op de vraag wat je denkt bij te dragen aan deze overvolle maatschappij. Af en toe moet je daar eens opnieuw over nadenken en het voor jezelf en de mensen waarmee je werkt opnieuw formuleren. Bij Theaters Tilburg hebben we dat de afgelopen periode ook weer eens gedaan. We hebben naar elkaar uitgesproken waar we voor gaan en waar we voor staan. Wij staan bijvoorbeeld voor gastvrijheid, kwaliteit en continue vernieuwing. En we willen voor het publiek, de makers en de bedrijven de meest belangwekkende culturele ontmoetingsplek zijn in Midden-Brabant. Onder het motto ‘het podium van de stad’ proberen we daar zo goed mogelijk invulling aan te geven. Dus zijn we de deze weken bijvoorbeeld druk bezig met de ontwikkeling van de programmering voor het nieuwe seizoen en met de publiekscampagne die daarbij hoort. Daarbij draait het niet alleen om de dingen die u van ons gewend bent en proberen we ons ook te richten op mensen die nog niet zo vaak onze gast zijn.
En we zetten onze troeven in op de concertzaal.

Daar wil ik u op deze plek even wat extra’s over vertellen. Want afgelopen week besloten we bij Theaters Tilburg om een deel van ons spaargeld te investeren in deze prachtige zaal. Na vijftien jaar is niet alleen het interieur in de foyer verouderd en gedateerd, ook de stoelen in de zaal zijn aan herstoffering toe. Dat biedt een uitgelezen kans om opnieuw na te denken over de gebruiksmogelijkheden. We willen de zaal ook geschikt maken voor wat kleinere ensembles met kleinere publieksaantallen en voor activiteiten die vragen om een ander zaalopstelling dan normaal. Dus vervangen we een deel van de vaste stoelen voor losse exemplaren en maken we een gigantische ‘roomdivider’ waarmee de zaal kan worden vergroot en verkleind. Een spannend kunstproject dat we uitvoeren in nauwe samenwerking met het Textielmuseum. Waarom wil ik u hier nog eens extra op attenderen? Omdat deze ontwikkeling strijdig lijkt met dat hele rendementsdenken waarmee ik ben groot geworden. Het lijkt financieel gezien helemaal niet interessant om te investeren in de concertzaal. Vrijwel alles wat je er doet kost namelijk geld, in plaats van dat het iets oplevert. Orkesten en ensembles zijn meestal veel duurder dan wat we aan de kassa aan euro’s ophalen. En dan hebben we de technici nog niet betaald en zijn we de huur- en energierekening nog maar even vergeten.

Toch gaan we dat doen. Omdat we geloven dat we daarmee kunnen bouwen aan een groter publiek. Omdat we denken dat het beter past bij de muziek en de musici die we willen brengen. Omdat we ervan overtuigd zijn dat we uiteindelijk per euro meer kunnen betekenen voor Tilburg en de Tilburgers. Als je zoals wij de meest belangwekkende culturele plek wil zijn in de regio, dan gaat het denken verder dan entreekaartjes per voorstelling. Dan gaat het om geloof en vertrouwen in het maatschappelijk rendement van de dingen die je doet. Ik ben trots dat ik daar niet alleen in sta. We gaan er samen voor zorgen dat het licht in de Concertzaal Tilburg vaker brandt en dat er dingen gebeuren die ertoe doen. En uiteindelijk maken we de begroting daarmee op langere termijn sluitend. Komt u straks maar eens kijken hoe we dat doen en geniet van elke euro die we samen hebben besteed.

maandag 12 maart 2012

Alles van waarde

Natuurlijk gaat het in mijn leven vaak over geld, dat zal bij u niet anders zijn. Maar het lijkt wel of ik er de laatste tijd meer dan ooit met mijn neus op word gedrukt. Op de feiten bedoel ik. Of het gebrek daaraan, want wat is nu eigenlijk de waarde van de kunsten? De prijs die je er voor over hebt, de prijs die het daadwerkelijk kost of de prijs die je aan de kassa betaalt?  Net als in de winkel, op de site voor vliegtickets of de kassa van het theater komen die prijzen namelijk bij lange na niet overeen. En is de marge lang niet altijd even positief. Of sterker nog, moet er in sommige gevallen fors geld bij. Voer dus voor discussie onder economen, psychologen en pseudowetenschappers. Want waarom zou je ergens geld in investeren als je het niet zichtbaar terug kan verdienen?

Deze morgen mocht ik aanschuiven bij de aanjagers van Brabant Culturele Hoofdstad. Zij hebben de ideeën verzameld en gebundeld voor een plan dat burgers, gemeenten, provincies en zelfs bestuurders van Europa moet overtuigen. Waarvan? Nou ja, van de boodschap dat cultuur het cement is van een samenleving die langzaam maar zeer zeker uiteen brokkelt. En dat gedeelde culturele belevingen mensen op de lange termijn verder brengen dan collectieve overconsumptie. Ik hoor de tegenpartij al mompelen in de raadszalen ‘mooie woorden, daar kopen we niks voor’. Dus waarvan willen die aanjagers de mensen overtuigen dan? Wel, van het feit dat een investering van 100 miljoen euro in de cultuur in Brabantstad zijn geld dubbel en dwars waard is. Dat dit in banen, in bestedingen van bezoekers en opleving van een sukkelende regio veel meer oplevert dan we er samen in stoppen. Ga er maar eens aanstaan in een tijd van versombering en versobering.

Jaren geleden mocht ik meewerken aan een onderzoek dat de economische betekenis van de kunsten in beeld bracht voor de stad Amsterdam. Een knap lastig macro-economisch stukje rekenwerk dat liet zien dat elke gulden die in het theater werd besteed het twee- of drievoudige aan koopkracht opleverde in de stad. Of zoiets, ik weet de getallen niet meer, al was het best indrukwekkend. Waarom ik dat niet meer weet? Wel, eerlijk gezegd geloofde ik er zelf niet zo in. Wel in die getallen hoor, maar niet in de waarde ervan. Economische waarde is erg belangrijk, al het andere is me een stuk meer waard. Dus begrijp ik ook dat er mensen zijn die precies andersom denken. Die geen taart kunnen bakken van de uitlatingen over de sociaal-maatschappelijke en culturele waarden van wat er op die podia, in die galeries en op de pleinen en straten van de stad wordt getoond. Die alleen worden overtuigd met harde getallen.

Toch las ik vandaag in ‘de Pers’ een verhaal dat opriep tot meer vertrouwen in de toekomst. Een verhaal waarin Winterswijk werd gespiegeld aan het Duitse dorp Vreden, zo’n vijf kilometer verderop. Terwijl in het Achterhoekse stadje de lokale economie langzaam uitdooft en de winkelpanden worden dichtgespijkerd, leeft deze aan de andere kant van de grens steeds verder op. In de zoektocht naar de oorzaak komen verschillende argumenten voorbij, maar draait het uiteindelijk om één ding: voortgangsgeloof. Onze Oosterburen geloven dat het loont om juist in deze tijd te investeren. Consumenten geven daar hun geld uit en sluiten leningen af, misschien nog wel fanatieker dan voor de banken wereldwijd crashten. Terwijl ze echt niet minder werklozen hebben dan wij. Dat geloof in de toekomst zit blijkbaar in hun cultuur. Terwijl wij alsmaar somberder worden.

Geld moet rollen, aan oppotten heb je niks. En spijt achteraf, daar koop je al helemaal niks voor. Ik herinner me het concert van Tom Waits jaren geleden in Carré. Een kaartje kostte maar liefst €180. Dat vond ik belachelijk. Hier was iemand bewust verschrikkelijk veel geld aan het verdienen en daar deed ik dus mooi niet aan mee. De waarde van dat kaartje bleek veel hoger dan ik durfde toe te geven. Ik weet niet of je 100 miljoen kan investeren in Brabant 2018. Maar het kaartje voor Tom Waits dat ik niet kocht, daar heb ik nu nog spijt van.

dinsdag 21 februari 2012

Fist

Als geboren Brabander zou ik beter moeten weten. En dat weet ik ook. Ik heb hier immers al maanden het gevoel dat ik aan het thuiskomen ben. Maar toch gaf het me een raar schizofreen gevoel vandaag. Dat we druk achter een bureau zaten te werken terwijl gekostumeerde en luid zingende lui door de straten liepen. Op weg naar de Kènderstoet en daarna op weg naar het Kènderfist in de schouwburg. Twee werelden die langs elkaar schuiven. Dat is natuurlijk al een paar dagen zo. Het is allemaal begonnen met het Kruikenconcert woensdag. Het concert van Guus met zijn special guest Marco Borsato en tal van andere gasten. Wat een feest. Die middag zat ik nog gewoon de jaarrekening te inspecteren, ’s avonds stond ik luid lallend in de schouwburg. De dagen daarna bouwde die feestvreugde verder op.

Het is me al eens eerder overkomen. Dat een mevrouw in de foyer me vroeg "Goh, bent u hier overdag nu ook?". Alsof al die fraaie dingen hier vanzelf gebeuren. Ik snap het wel. Voor het publiek dat hier 's avonds van de voorstellingen geniet is het misschien lastig voor te stellen dat daar overdag hard voor wordt gewerkt. En dat het runnen van een schouwburg net zoiets is als een pretpark of een koekjesfabriek. Met alle dingen die daarvoor steeds weer moeten worden geregeld. Inkoop, verkoop, personeel en zo, weet u wel. Gelukkig merkt u daar als publiek over het algemeen helemaal niets van. Want alles is hier top geregeld. Of we zorgen ervoor, of nee, sterker nog, we zorgen ervoor dat u denkt dat het zo is.

Vandaag was het nog eens dubbel op, caleidoscopisch bijna. In de loop van de ochtend schoven maar liefst drie welgevulde trailers aan mijn raam voorbij. Met alle decors en materialen van 1001-nacht, de nieuwe hit van Het Zuidelijk Toneel. De hele dag is er gebouwd aan deze voorstelling, terwijl enkele meters lager in de studio 1001 kinderen zich vermaakten met carnavalsmuziek, schminken en een vrolijke kinderband. Ons horecapersoneel heeft roodomrande ogen van die lange dagen met de feestvierende Kruikenzeikers, het technisch personeel kon niet wachten tot het carnaval voorbij was en ze weer aan een fraaie nieuwe reeks groots opgezette voorstellingen kon gaan werken. Theater is een continubedrijf, nou ja bijna dan, tenminste wel in het hoogseizoen. En deze week is het dus maar liefst dubbel feest. Want een première van ‘ons eigen’ gezelschap is dan al een feestje op zich, met zo’n grote voorstelling met ‘onze eigen’  Marc-Marie en de Ashton Brothers kan het geluk natuurlijk helemaal niet op.

Je kan dus wel stellen dat ik een verguld man ben deze dagen. Vooral als ik een dag als vandaag mag afsluiten met een borreltje met ‘onze eigen’ Flepsteppers. De carnavalsvereniging die al sinds jaar en dag de schouwburg bestiert. Ter afronding van vier dagen vertier dronken we een biertje in de artiestenfoyer. De artiest van de dag was Peer de Graaf. De grote Tilburger die iedereen graag opvrolijkt met zijn malle liedjes. Omdat toeval nu eenmaal niet bestaat vertelde ik hem van mijn vorige blog op deze site. Dat ik me een regel uit zijn repertoire herinner. Terwijl ik het hem noemde zong hij het me voor. Het duurde niet lang of wij twee zongen gebroederlijk met de Flepsteppers in koor: ‘Zwemmen in het vruchtwater van het leven. Zwemmen in het vruchtwater van het bestaan. Zwemmen, want er valt nog zo veel te beleven. Oh, er is nog niets verloren, ik word elke dag opnieuw geboren.’

De echte carnavalsvierder hoeft gelukkig geen jaar geduld te oefenen om weer te kunnen feesten, voor je het weet is het weer de elfde van de elfde. In de tussentijd viert u in Theaters Tilburg gewoon door. Er valt ook hier nog zo veel te beleven. Om te beginnen morgen, en anders wel de dag daarna.