dinsdag 29 december 2020

Overpeinzing 2: wat was

Natuurlijk is er ook in zo’n jaar best wel iets om trots op te zijn, naast de gemiste kansen en de pijnlijke besluiten. Al is dat alles zwaar in disbalans, het was een rampjaar. Laat ik met de pijn beginnen. Het waren de zwaarste besluiten in mijn vijftien jaar als theaterdirecteur. Niet eerder voerde ik zoveel ontslaggesprekken, sloot ik zoveel vaststellingsovereenkomsten en besloot ik om contracten niet te verlengen van collega’s waarop we tot op dat moment zo blij mee waren. Ons financieel perspectief was zo dramatisch dat straffe besluiten niet uit konden blijven. Wekenlang heb ik ermee geworsteld voor de knoop in samenspraak met toezichthouders en ondernemingsraad werd doorgehakt. 

De coronacrisis was niet de enige oorzaak achter het besluit restaurant Lucebert definitief te sluiten en het management te verkleinen, het zorgde wel voor een onverwachte versnelling daarvan. De marges van het restaurant stonden al enige tijd onder druk, maar we wisten dat met grootschalige evenementen en verhuringen altijd wel weer recht te trekken. Denk aan de topdagen waarin ons keuken- en horecateam schitterden, waarin ze diners bereidden voor honderden gasten van congressen of voor de lallende meute van het carnaval. Na zo’n evenement was ik steevast apetrots op Tom Biessen, Sietse Wiersma en de andere collega’s.

De afgelopen jaren kozen veel initiatiefnemers van commercieel aantrekkelijke evenementen voor andere locaties in en rond onze snel ontwikkelende stad. Het carnaval ging naar buiten, de Kruikenconcerten naar 013 en bedrijven kozen vaker voor de Spoorzone of het stadion. Ons eigen programma werd steeds omvangrijker, maar omdat voorstellingen ook nog eens steeds vaker zonder pauze zijn, hielden we daar steeds minder aan over. De grote biertanks in de kelder zijn stille getuigen van tijden waarin duizenden liters bier per maand door de tap stroomden. De kurk waar onze horeca-exploitatie op drijft werd te klein om ook het toegewijde personeelsbestand van het restaurant te dragen.

Ook al kregen we tot begin 2020 steeds meer gasten over de vloer, het leidde wel tot andere bestedingen. Relatief gezien combineerden elk jaar minder gasten hun bezoek aan Theaters Tilburg met een diner in Lucebert. In het vooruitzicht van een rampzalig seizoen 20/21 en het simpele feit dat we een restaurant niet kunnen financieren uit cultuursubsidies sloten we een bedrijfsonderdeel waar we zo trots op waren, waar we zo mee pronkten. De pijn in het hart werd niet verzacht, een feestelijke afscheidsmaand en een receptie bleek door de lock-down onmogelijk. Samen maakten we het magazine Lucebert voor de verdwijnende collega’s, daar bleef het vooralsnog bij.

OK, als troost dan, omdat ik zo’n blog niet in mineur wil eindigen. We realiseerden ook activiteiten die we vooraf niet hadden voorzien, die ontstonden als antwoord op de situatie waarin alle podia terecht kwamen. Ik denk met veel genoegen terug aan de zomerprogrammering, toen we artiesten ontvingen op een klein podium op ons voorterrein. Aan de reeks van voorstellingen van De Kwekerij op vier locaties in de schouwburg. En ik ben trots op de lancering van het jongerenplatform T*Agency.

Schoonheid schuilt soms in kleine dingen. Zo was ik vooral opgetogen over het programma ‘artiest thuisbezorgd’ waarbij we optredens verzorgden in huiskamers. Denk aan oma Annie van 90 die werd verblijd met een optreden van Scapino Ballet Rotterdam, en een ander met ‘Elke dag Bach’ door pianist Jan-Willem Rozeboom. Tot zelfs dat niet langer verantwoord was.

Overpeinzing 3: wat kan

Met al die narigheid op onze vermoeide schouders moest er vooral ook vooruit worden gekeken. Chaos schreeuwt om visie en optimisme is een plicht, zeker voor directeuren in onzekere tijden. Dus werkten we onze toekomstvisie uit en schreven we een jaarplan voor 2021. Vreemd genoeg geeft dat de burger moed, vooruitblikken geeft meer energie dan stilstaan en zuchten.

Voor de korte termijn lijkt het simpel, al zal het wederom het uiterste van ons vragen. Om te beginnen doorstaan we de beperkende maatregelen en likken we onze wonden. Vervolgens repareren we de schade in onze organisatie, brengen we onze financiën op orde en herstellen we de balans tussen onze programmering en het publiek.  Dat doen we ook nog eens in een jubileumjaar: in het voorjaar wordt de schouwburg 60 en in het najaar de concertzaal 25. Dat tweede jubileum gebruiken we als lichtbaken waar we op koersen, volgend jaar december realiseren we een feestmaand die zijn weerga niet kent.

2021 is het eerste jaar van een nieuwe beleidsperiode. In onze toekomstvisie ik ontmoet je hebben we onze ambities verwoord. Dat doen we vanuit onze blik op de wereld en vanuit de opdracht die we onszelf stellen. Die opdracht overstijgt de crisis waarin we nu wereldwijd verkeren. In de grote en zichzelf snel ontwikkelende stad Tilburg willen we het podium voor alle inwoners bereikbaar blijven maken. We willen waardevolle ontmoetingen tot stand brengen tussen onze gasten en artiesten. Omdat we geloven dat het in de podiumkunsten draait om de live-ontmoeting, in unieke momenten die een mensenleven kunnen veranderen.

Er zijn vier belangrijke onderwerpen waar we de komende jaren op in willen spelen en onze bijdrage aan gaan leveren. Ten eerste is Tilburg een stad van makers, een stad met kunstvakopleidingen, gezelschappen, lokale makers en samenwerkingsverbanden die het makerskwaliteit verstevigen. Ten tweede zal met de komst van het Stadsforum onze directe omgeving en positie in de stad veranderen, we willen de belangrijkste culturele ontmoetingsplek zijn en blijven aan deze zijde van de binnenstad. Ten derde willen we ons ook verbinden met inwoners voor wie een bezoek aan onze gebouwen (nog) niet voor de hand ligt, we verkennen daarom samenwerkingsmogelijkheden in de wijken. En tenslotte ligt er een gemeentelijk cultuurplan dat naadloos aansluit op onze ambities en ideeën, een plan dat onze brede inzet in de gemeente bevestigt en ons aanmoedigt door te gaan met onze programma’s voor jeugd en jongeren.

In het eerste jaar zullen we ons uiterste best moeten doen onze vaste gasten terug te winnen. Laten we hopen dat ze ons straks net zo vaak bezoeken als voorheen. Daarnaast blijven we ons best doen voor nieuwe publieksgroepen, voor het publiek dat mogelijk een drempel ervaart omdat zij zich nog niet voldoende herkennen in wie we zijn en wat we doen. We willen laten zien dat inclusiviteit, diversiteit en toegankelijkheid geen moeilijke woorden zijn, maar een vanzelfsprekendheid. In 2024 is het bij Theaters Tilburg anders dan in 2020, of in 2016. Het wordt nooit meer zoals het was en dat willen we ook niet. 

We geloven dat we over vier jaar niet alleen minstens zoveel gasten ontvangen als voor de coronacrisis, maar ook dat we meer dan nu een bruisend cultureel hart zijn geworden aan een nieuw stadsplein. Dat er elke dag zichtbaar wordt gerepeteerd, gewerkt, gediscussieerd en natuurlijk genoten. Dat we een onbetwistbare plek innemen in het hart van de binnenstad, en bovenal in het hart van de Tilburgers. Ik geloof daarin. Dus heb ik uit alle boodschappen die me deze dagen bereikten voor de komende jaren het volgende credo gedestilleerd: laat los wat was, vier wat is, omarm wat kan.

woensdag 1 juli 2020

We maken de balans op

Tilburg is een toffe stad om in te wonen, in te werken en vooral ook een top plek om kunst en cultuur te maken en te beleven. En natuurlijk kan het altijd beter, mooier en meer maar laten we ook vanuit het perspectief van Theaters Tilburg eens even kort de balans opmaken. De gemeenteraad debatteert namelijk voor het zomerreces over het gevoerde beleid en daar vind ik natuurlijk wat van. Want er is heel veel goed gegaan, er zijn veel dingen ontstaan die enkele jaren terug nog pril waren, maar er blijven altijd noden en wensen.

Om te beginnen zijn we trots op de positie van Theaters Tilburg in de stad en in het land. Met een breed programma waarvan het landelijk belang wordt erkend en met alle maatschappelijke en commerciële activiteiten die in ons huis plaatsvinden bereiken we meer dan 180.000 gasten per jaar. We zijn verschrikkelijk dankbaar voor de steun van de gemeente, provincie en rijksoverheid bij het in standhouden van deze publieke voorziening nu we als gevolg van het virus diep in onze kernactiviteiten  worden geraakt. We vertrouwen erop dat we, ook zolang er nog geen remedie is, kunnen blijven werken aan het samenbrengen van artiesten en hun publiek. Aan het creëren van unieke artistieke ontmoetingen, aan het faciliteren van bijzondere Tilburgse projecten en initiatieven.

De focus op makers in het cultureel beleid begint zijn vruchten af te werpen. In 2019 ondersteunden de samenwerkende Tilburgse instellingen via het Makershuis Tilburg elf professionele makers(collectieven) uit Tilburg en omgeving in hun artistieke en zakelijke ontwikkeling. Speciaal daarvoor hebben we De Vrije Ruimte als repetitiestudio ingericht. Onze ondersteuning leverde geslaagde Tilburgse premières op en uitte zich in verschillende experimenten en try-outs die onder andere werden getoond tijdens de drukbezochte Prejavu-avonden in De Nieuwe Vorst en Theaters Tilburg. De doorgroeikansen die het makershuis biedt, zijn inmiddels zichtbaar. Zo zijn bijvoorbeeld Eleni Ploumi, TeaTime Company en Ilse Oostvogels doorgestroomd naar landelijke podia en productiehuizen. En al zal het nooit genoeg zijn, we spannen ons als Tilburg enorm in voor makers. Het Makershuis bestaat naast de talenttrajecten van DansBrabant, Paradox, Music Hub Brabant en Dock Zuid.

Op onze podia bieden we uiteraard kansen aan min of meer gevestigde lokale en provinciale makers uit alle genres. Natuurlijk tonen we Tilburgers zoals Karin Bruers, Marc-Marie, Jochen Otten en Steven Brunswijk. We zijn vaste partner van Het Zuidelijk Toneel, Artemis, De Stilte, Leine Roebana en Panama Pictures. En in de concertzaal werken we steevast samen met Philharmonie ZuidNederland, Kamerata Zuid en Kamermuziekserie Souvenir. Als is er met die laatste twee wel een probleem gerezen nu ze beiden niet op structurele steun kunnen rekenen voor de volgende planperiode. We dringen er op aan dat er financiële oplossingen worden gevonden om dit unieke aanbod voor Tilburg te behouden. Het zou kapitaalvernietiging zijn als je ziet wat we de afgelopen jaren samen hebben opgebouwd aan repertoire en publiek.

Grootschalige projecten in de amateurkunsten hebben het de laatste jaren niet makkelijk. Zo is er vooralsnog geen zicht op een nieuwe editie van de Tilburgse Revue en is de musical Hier Adem Ik Vrij als gevolg van het virus een jaar uitgesteld. Verrassende Ontmoetingen; de serie van amateurorkesten in de concertzaal weet zich vooralsnog te handhaven, vooral dankzij de tomeloze inzet van vrijwilligers. Het zou ons sieren als stad als we de (wellicht wat meer traditionele) verenigingen en stichtingen beter ondersteunen bij uitwerken van hun plannen en bij het vinden van een podium en publiek. De maatschappelijke waarde van deze initiatieven is groter dan menigeen denkt.

Binnen het evenementenbeleid zijn we er als stad in geslaagd nieuwe aansprekende festivals vaste grond onder de voeten te bieden. We zijn er trots op dat Festival Circolo zich elk jaar beurtelings in het Leijpark en op de Tilburgse podia manifesteert. Voor de allerkleinsten sluiten we ons met alle podia graag aan bij het festival Spruit!. We zijn blij met het eigenwijze festival Kaapstad dat je in de zomer in de binnenstad aantreft. Al zijn er uiteraard ook projecten die lastiger van de grond komen. We zouden graag zien dat Better Get Hit (het festival voor soul, urban en jazz) zich ontwikkelt als volwaardige speler naast muziekfestivals als Road Burn en Woo Hah!. En, nu musicalproductiehuis M-Lab geen herstart door zal maken, moeten we ons er opnieuw voor gaan inzetten dat talentontwikkeling voor musical- en muziektheater aan Tilburg verbonden blijft. Dat is een genre dat ons eveneens zichtbaar onderscheidt binnen Brabantstad.

En waar we als Theaters Tilburg samen met de Nieuwe Vorst en CIST zeker trots op zijn is de ontwikkeling van onze educatieportefeuille. Elk kind moet de kans krijgen om de unieke beleving van de professionele podiumkunsten te ondergaan. We hebben ons daar gezamenlijk voor ingespannen, afgelopen jaar bereikten we ruim 6.000 scholieren met ons aanbod, gekoppeld aan lessen in de klas. Komende jaren willen we voortgaan op die koers en vinden we graag de gemeente aan onze zijde. Dat geldt natuurlijk ook voor onze projecten met jongeren, waarbij we graag samenwerken met Het Zuidelijk Toneel, ReNewed en Factorium. We stellen hen met onze gebouwen en mensen graag in staat om initiatieven tot wasdom te brengen. Om dat de komende jaren voort te zetten moet er op de gemeentebegroting genoeg ruimte overblijven voor de financiering van projecten van jongeren in de wijken en op de stedelijke podia.

En al die inspanningen doen we natuurlijk niet alleen voor Tilburg en de Tilburgers, maar juist ook voor bezoekers uit de regio en de rest van het land. De inzet op citymarketing zal de komende jaren zijn vruchten moeten gaan afwerpen. Tilburg is een toffe makersstad die veel waarde heeft voor bewoners, bedrijven èn bezoekers. En dat mag iedereen weten. We nemen ons dus ook als Theaters Tilburg steeds weer opnieuw voor om goed te luisteren naar de wensen en behoeften van de inwoners. We reiken de komende jaren de helpende hand als het aankomt op het brengen van professionele kunsten in De Reeshof, in Noord of in de dorpen. We gaan in gesprek met inwoners zodat we hun verwachtingen elke keer weer kunnen overtreffen. Want daarin schuilt immers de kunst, om met podiumkunsten te voorzien in een behoefte waar je jezelf aanvankelijk niet eens van bewust was.

Het college en de gemeenteraad zijn hopelijk geïnteresseerd in mijn bevindingen. En gelukkig krijgen we als Theaters Tilburg vaker de kans om ons licht ergens over te laten schijnen. Maar nu heb jezelf die kans ook, dus laat jezelf horen. Schrijf een bijdrage op de website van de gemeente. 

Als je goed leest zijn mijn concrete beleidsadviezen:
1. Zet financiering Makersfonds en Makershuis Tilburg voort
2. Realiseer meerjarige financiering voor Kamerata Zuid en Kamermuziekserie Souvenir
3. Draag zorg voor betere support van traditionele verenigingen voor amateurkunsten
4. Benoem culturele festivals expliciet in het evenementenbeleid
5. Zet samen met het onderwijs en cultuurinstellingen vol in op cultuureducatie
6. Zorg voor ad hoc financiering van jongerenprojecten in wijken en op stedelijke podia
7. Zorg dat ‘Ticket to Tilburg’ van City Marketing succesvol wordt uitgerold