zondag 15 februari 2015

Groen-oranje podium van Tilburg

Toen ik enkele jaren terug in deze stad kwam werken associeerde ik oranje en groen met het WK-voetbal, niet met een stad. Na de eerste carnaval wist ik wel beter. Dat ik jarenlang zo onwetend kon zijn. Zelf Guus Meeuwis heeft er een liedje over gemaakt, over die sjaals met die frisse kleurcombinatie. De afgelopen weken was het in ons huis Tilburg voor en Tilburg na. Hoe Tilburgs kan je als podium eigenlijk zijn?

Dat begon natuurlijk allemaal met de Tilburgse Revue.  De jarenlange voorbereiding resulteerde in een reeks van twaalf goed gevulde voorstellingen waarin lokaal talent liet zien wat het waard is. Een bewonderenswaardige samenwerking tussen jong en oud, tussen studenten van buiten en lokale helden. Met een typisch Tilburgs thema uiteraard. Het onderwijs was een passende kapstok voor vrolijke liedjes en grappige sketches. Bijna twee weken lang waren we in de ban van de Revue en eigende de spelers zich de schouwburg toe alsof het hun huiskamer was.

Onze programmeur Simone heeft zich het afgelopen jaar in bochten gewrongen, ze moest al het landelijk aanbod voor de grote zaal van januari in vijf dagen gepropt krijgen. De dagen tussen Revue en Kruikenconcerten brachten we daarom een reeks indrukwekkende toneelvoorstellingen uit het landelijke en internationale aanbod. Om vervolgens samen met onze Guus en Paul de Leeuw weer in het carnaval te duiken.

Natuurlijk ben ik op die woensdag en donderdag apetrots dat wij een podium mogen bieden aan twee keer duizend enthousiaste carnavalsvierders. Dat we tijdens het carnaval de residentie mogen zijn van de prins en zijn gevolg. Dat we het thuishonk zijn van de Flepsteppers die er feesten vieren voor iedereen, van jong tot oud. Als je zoals wij het podium van de stad wil zijn, dan is dat deze dagen meer het geval dan ooit.

Omdat  ik de directeur mag zijn van dit feestelijk paleis heb ik me enkele jaren terug een knap pekske laten aanmeten. Compleet met hoge hoed en smokingjasje. Om zo in stijl al die gasten te kunnen ontvangen. Want dat is eerlijk gezegd het enige dat ik doe deze dagen. Een babbeltje met de prins, een grap met de sponsors en een compliment aan het bestuur van de vereniging. Terwijl onze mensen, herkenbaar aan de groene en oranje overhemden, zich in het zweet werken om dit hele circus in goede banen te leiden. Van podia bouwen en bier tappen, tot confetti vegen en toiletten soppen.

Zo was er gisteren het druk bezochte Tulpefist en trok vandaag d’n Opstoet voorbij. De oudere gasten van de Zonnebloem bekeken met veel plezier de optocht vanuit de foyer van de concertzaal. En even later vulde de Studio zich alweer met iedereen die koude voeten had, al viel dat op deze zonovergoten dag nog reuze mee. Dinsdag nog het traditionele Kènderfist, om daarna alles weer op te breken en de dag woensdag te eindigen met haringhappen.

U ziet het, Theaters Tilburg is deze dagen Tilburgser dan ooit. Dat werd ik me gisterennacht nog eens extra bewust toen ik langs de concertzaal liep, op weg naar mijn bedje. U weet het wellicht, voor de entree van die zaal hangt een groot lichtgevend kunstwerk. Dat wandelt normaal traploos langs alle kleuren van de regenboog. Behalve deze dagen, nu blijkt het kunstwerk aardig chauvinistisch. Het hult zich namelijk maar in twee kleuren: oranje en groen.

zondag 11 januari 2015

Zeg me dat het niet zo is

Wat een vreselijke en beangstigende start van het jaar. Woensdagmiddag was ik bij een nieuwjaarsborrel in het Willem II stadion. In een bijzin werd door een van de sprekers iets gezegd over een dramatische gebeurtenis in Parijs. Mijn buurman mompelde iets over Charlie, al had ik geen idee waar dat voor stond. Na de praatjes stortte iedereen zich op de borrel en sloeg aan het netwerken. Geen woord over een aanslag van drie godsdienstwaanzinnigen op de redactie van een cartoonmagazine. We wisten nauwelijks wat er gaande was en hadden uiteraard geen idee van wat nog zou volgen.

De volgende morgen stonden de kranten vol met cartoons en verslagen van het schokkende nieuws. Ik las het en fronste de wenkbrauwen. Dit tijdperk van snelle media vraagt om snelle meningen. Hoe kan je daar in dit geval zo vlot mee zijn? Want ik weet het niet. Was dit nu echt gericht op de vrijheid van meningsuiting? En als dat zo is, wat heeft het met mij te maken, met mijn stad, met Theaters Tilburg? Er moeten meer mensen zijn die zich dat soort dingen afvroegen. Dat de afschuw over de gebeurtenissen zich mengde met angst voor de ontwrichting van onze eigen zekerheden, met weerzin tegen mafketels die geweld inzetten tegen mensen die anders denken, anders geloven.

En dan die bordjes ‘Je suis Charlie’, dezelfde avond op de pleinen van de Westerse wereld. Ook op ons Vreedeplein. Als uiting van verontwaardiging, van collectieve angst. Al helpt het wel. Samen stampen en de hand vasthouden. Ik herinner me dat ik als kind tijdens het schoolkamp met een groepje in het donker door het bos liep. Hand in hand, hard zingend ‘wij gaan op de berenjacht en we zijn niet bang’. Als remedie voor de angst voor het donker, voor de huilende leraren die zich als spook achter een boom hadden verschanst. Samen bang zijn en hard roepen dat het niet zo is.

Ook ik ondertekende dat manifest in Tilburg. Ik wil tolerant zijn  en open staan voor extreme meningen. En ik wijs extreme daden af. Maar tsja, is dat alles niet iets te voor de hand liggend?  Wat voegt mijn handtekening toe? En wat betekent dit alles dan voor Theaters Tilburg? Wij bieden immers ook een podium aan kunstenaars met heel eigen en soms tegendraadse meningen en ideeën. Moeten we bang zijn voor de toorn van de Jihadisten?  Moeten we onszelf beperken in wat we tonen in de schouwburg en de concertzaal? Kunnen we gewoon doorgaan met wat we altijd al doen? En doen we dat eigenlijk wel goed? Zijn we niet teveel gericht op schoonheid en vermaak en te weinig op inhoudelijke duiding en het scherpen van de mening?

Natuurlijk bieden we net als die krant graag ruimte aan autonome denkers met een vlijmscherpe tong. Aan Andre Manuel, Micha Wertheim, Youp van ‘t Hek en Theo Maassen bijvoorbeeld. Mannen die hun meningen en twijfels niet onder stoelen of banken steken. Maar laat ik eerlijk zijn. We programmeren ze wel onder de voorwaarde dat ze veel mensen op de been brengen. Zonder publiek krijgt de eenzame verdediger van de waarheid ook bij ons geen podium. Zonder publiek werkt het nu eenmaal niet.

Sorry, ook wij zijn geen Charlie. Geen platform dat boodschappen brengt zonder zich iets aan te trekken van degene die ze leest of ziet. Al is ‘je suis Charlie’ een treffende, compacte slogan die roept om eenheid en verdraagzaamheid. Maar u kan wel van ons op aan, we staan waar we voor staan. Wij zijn het podium van uw stad. Wij blijven zo goed mogelijk doen wat we doen. We blijven u plezieren, ontroeren en verbazen. We zoeken naar theatermakers en muzikanten die op hun eigen wijze reflecteren op de geest van de tijd. En ja, we bieden u via hen een blik op wat er allemaal aan de hand is in de wereld om ons heen. Dus laten we vooral niet bang zijn. Als u wil, hou ik uw hand vast en zingen we samen dat het niet zo is. 

woensdag 31 december 2014

Onvermijdelijk

Deze dagen struikel ik over de lijstjes en overzichten van 2014. Terwijl we bij Theaters Tilburg pas halverwege zijn. Wij denken immers in seizoenen. We hebben nog veel fraais voor u in petto en zullen de komende periode niet nalaten omdat de wereld te laten weten. Maar goed, geheel ongevoelig ben ik niet voor dat terugblikken. Er passeert wekelijks een groot aantal voorstellingen en concerten in ons huis en ik heb het voorrecht om daar bij te mogen zijn. Ik stelde mezelf de vraag wat me geraakt heeft dit jaar. Dat is best veel, maar laat ik eens vier van die momenten benoemen.

Zo raakte ik meegesleept en erg in vervoering bij het confronterende Tragédie van choreograaf Olivier Dubois. In een anderhalf uur durende uitputtingsslag liet hij achttien naakte dansers volgens strakke schema’s bewegen op een voortdurende, opzwepende stroom van geluid. Ik was vooraf onbekend met deze man en onzeker over de opkomst en de reacties van het publiek. Het bleek een gewaagde internationale dansvoorstelling die in Tilburg op een groot enthousiasme mocht rekenen.

Soms ben ik erg geraakt door een klein gebaar, een kleine interactie tussen twee acteurs. Zoals dit jaar bij de 9 zeer korte toneelstukken van Het Zuidelijk Toneel. In het kelderrestaurant Bertje was een kleine slaapkamer gebouwd waarin de acteur Mandela Wee Wee een vader speelt die zijn aanvankelijk onrustige zoontje (Mitchell Abionie) instopt. Aan het eind zingt hij een paar oudhollandse liedjes waarop het zoontje eindelijk in slaap valt. Een gouden moment.

En natuurlijk was ik ook trots dit jaar, dat vind ik zelf een heel prettige emotie. Die trots voel ik best vaak, bijvoorbeeld als ik ons programma bekijk of me tussen het publiek in onze fraaie gebouwen beweeg. Of wanneer ik me met medewerkers mag omringen die stuk voor stuk toegewijd en enthousiast zijn. Maar ik was vooral trots toen bleek dat ons restaurant Lucebert na de restyling werd omarmd door zowel de oude, als de nieuwe bezoekers. Dat de kookkunsten van Tom Biessen en zijn crew in deze ambiance terecht avond aan avond gretig aftrek vinden.

Het jaar begon voor mij trouwens muzikaal gezien overdonderend met Amsterdam Sinfonietta en De Dijk. In de concertzaal Tilburg zijn we steeds naarstig op zoek naar programmaconcepten waarmee we een breder publiek aan ons kunnen binden. De combinatie tussen een klassiek ensemble en popmusici kan juweeltjes opleveren, al is er geen enkele garantie op succes. Dit keer was het samenspel tussen Huub van der Lubbe en de strijkers prachtig, met werk van Tsjaikovski naast Shaffy en Brell, en een lied uit Schubert’s Winterreise naast Groot Hart. Ik luister de cd vaak terug.

Oh ja, aan het einde van het jaar was er nog een momentje dat gekoesterd wil worden. De regisseur Jetse Batelaan creëerde met zijn gezelschap Artemis een nieuwe, verwarrende voorstelling voor kids vanaf een jaar of tien. Een voorstelling die kinderen serieus neemt, die ze niet wil amuseren maar juist wil uitdagen. In Ja, ja, ja jullie hebben hele mooie spulletjes wordt gevraagd of het wel helemaal goed gaat met die kreunende zwerver in de hoek van het decor. Waarop wordt geantwoord dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Die mijnheer is acteur, hij speelt immers toneel.

Jammer eigenlijk, hoe zo’n jaar voortraast, hoe vergankelijk de momenten zijn die we op onze podia mogelijk mogen maken. Laten we ze nog even koesteren, laat zelf uw mooiste theater- en muziekbelevingen het geestesoog passeren. En wees niet getreurd, want alles gaat voorbij. En morgen, morgen is er weer een nieuwe dag. Dan begint een nieuw jaar bij Theaters Tilburg dat naar u lonkt en vol is van weer nieuwe dromen en beloften.