Posts tonen met het label Theaters Tilburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Theaters Tilburg. Alle posts tonen

dinsdag 29 december 2020

Overpeinzing 1: wat is

Dit is een kerstvakantie waarbij ik niet één keer in een overvolle zaal zit. Sinds ik in 2006 theaterdirecteur werd in Zutphen was ik in december eigenlijk nooit echt vrij. Dit keer geen Weihnachtsoratorium, geen Zwanenmeer en geen Top 2000 live. Wel tijd om te schrijven, al was de drempel hoog dit keer. Het is met zo’n blog als met sporten. Je moet streng zijn voor jezelf, de routine niet laten versloffen. Eenmaal uit het ritme geraakt is een extra dag makkelijk verzaakt. Het hoofd stond naar andere dingen de afgelopen maanden. 

Een vriend appte me met de vraag hoe de winterslaap me verging, of ik al nieuwe hobby’s heb opgepikt. Ik was enigszins verontwaardigd, ziet dan niemand hoe druk ik het heb?  Het is lastig voor te stellen hoeveel uren per week je kan steken in het runnen van een gesloten tent.  Nou ja, gesloten, was dat maar zo. Met de wijsheid van nu hadden we in maart wellicht beter kunnen besluiten de zaak 365 dagen op pauze te zetten. En dat we dan met z’n allen bij het Tweesteden Ziekenhuis waren gaan werken, dat had het wellicht een stuk eenvoudiger en nuttiger gemaakt.

Maar zo is het niet, zo ging het niet. Het was hollen en stilstaan, struikelen en weer opkrabbelen. Mijn collega's van programmering, marketing en kaartverkoop werden tot het uiterste getergd. We planden eerst dit, dan weer dat, we schoven met voorstellingen en verhuringen maar moesten ze uiteindelijk toch annuleren. Om gek van te worden. 

Daarom het voornemen om een blog te tikken waarin ik terugblik, stilsta en vooruit kijk. Therapeutisch wellicht, voor het eerst sinds een week zit ik weer achter een toetsenbord. In de weken en maanden daarvoor heb ik veel geschreven. Doorwrochte stukken ter onderbouwing van zware besluiten, aanvragen voor schadecompensatie, een plan voor de nieuwe vierjarige beleidsperiode en een jaarplan voor 2021. 

Vooruitzien in tijden van onzekerheid, ik was er net als de rest van de mensheid knap druk mee. Die stukken schrijven zich niet vanzelf al doe ik dat zeker niet alleen, de mensen waarop ik dagelijks leun waren minstens zo ijverig. Het is bewonderenswaardig hoe goed zij stand hielden terwijl de vaste grond onder de voeten verdween in een jaar waarin niets ging zoals we het gewend zijn. Onze blik was nog nooit zo sterk gericht op de korte termijn, nog nooit zo kort op de bal. Omdat morgen alles weer anders kan zijn.

vrijdag 13 mei 2016

Ik zie je

Wat kijkt ze toch spannend de camera in, de actrice Sallie Harmsen van het Nationaal Toneel. Ze is het beeld van de campagne die nu over de stad wordt uitgerold. Je komt haar overal tegen. En natuurlijk kijkt ze de hele dag naar me, op de cover van het programmaboek op mijn bureau. Een serieuze blik, wat schuilt er achter die ogen? Wat is er aan de hand? Is ze boos, of kijkt ze verontrust? Ik ben er content mee, erg content. Niet alleen met die foto en de strakke vernieuwde vormgeving, vooral ook met de inhoud van dat programma.

Het is een programma dat gezien mag worden. Al zal het je wel even tijd kosten om het te doorgronden. Dat geeft niet, ook wij hebben die selectie niet lukraak gemaakt. Het was een hele klus om al dat aanbod af te wegen en selecteren. Maar nu is het gelukt, alles staat op een rij voor het nieuwe seizoen. Nu mag u gaan kiezen en bestellen. Zo meteen om 12.00 uur gaat de verkoop van start. Spannend, ook al is het de tiende keer dat ik als theaterdirecteur voor in zo’n gids sta. Er valt natuurlijk van alles over te zeggen, over de plannen die de verschillende gezelschappen, musici en artiesten hebben gepresenteerd. Maar laat ik me kort richten op het toneel. Want daar is echt wel iets aan de hand. Veel theatermakers kruipen komend seizoen dichter op de actualiteit, op de grote vraagstukken waar we als samenleving mee worstelen.

Neem nu zo’n Ola Mafaalani, de artistiek leider van het Noord Nederlands Toneel die na Borgen komt met All Inclusive. Een stuk waarin ze zich verplaatst in de vele vluchtelingen die net als wij op zoek zijn naar geborgenheid en geluk. Of Laura van Dolron, de stand-up filosofe die nadenkt over de terrorist die haar vraagt waar zij nu eigenlijk voor staat, waarvoor zij bereid zou zijn te sterven. En de makers van Jihad, een verhaal van drie opgefokte jongens die naar Syrië vertrekken om vervolgens met een keiharde realiteit te worden geconfronteerd. En tenslotte Lucas de Man van het Zuidelijk Toneel, die na zijn tocht door Europa en de daaropvolgende voorstelling op zoek gaat naar de positie van de man binnen de islam.

Andere makers houden zich bezig met machtsspelletjes. Zoals De Verleiders, die zich dit maal concentreren op de financiële misstanden in ons zorgstelsel. Met die wonderlijke mix van cabaret en toneel weten ze belangwekkende zaken aan de orde te stellen. George van Houts, samen met kompaan Tom de Ket de schrijver van dit stuk, komt zijn complot theorieën in een soort van theatercollege later ook nog eens aan ons uitleggen. Over de verleidingen van geld en macht worden meer stukken gepresenteerd. Zoals ook het dramatische verhaal van de oude Blatter, de man die de verleiding van de miljoenen achter voetbalorganisatie FIFA niet kon weerstaan.

Al zijn het nu nog maar beloftes, die teksten en foto’s in de brochure en op de website, het zijn allemaal voorstellingen die kijken naar de wereld van nu. Die u de blik tonen van een ander, zodat u de volgende keer toch weer net iets anders kijkt naar de vraagstukken waarmee we worden geconfronteerd. Dat simpele zinnetje ‘ik zie je’ is door onze marketeer slim gekozen, u gaat ‘m net als de foto van Sallie Harmsen nog veel tegen komen.  Denk ook eens de tekst van de Franse schrijfster Anais Nin: ‘we zien de dingen niet zoals ze zijn, we zien de dingen zoals wij zijn’.

dinsdag 29 december 2015

Misschien wel de beste van het land

Of ik niet trots ben vragen ze dan. Hoezo? Nou, dat je de baas bent van het beste theater van Nederland, daarom. Terwijl we dat nog helemaal niet weten. De bekendmaking is op 11 januari tijdens de jaarlijkse landelijke bijeenkomst van theaterproducenten. Niet dat ik nu niet trots ben hoor. Het is toch een soort van erkenning, een bevestiging dat we goed bezig zijn bij Theaters Tilburg. Anders hadden ze ons niet op dat lijstje gezet. Al is het wel een lang lijstje, er zijn maar liefst negen theaters genomineerd. Daarvan kregen er al vier eerder die prijs. Dus laten we aannemen dat die ‘m niet nog eens krijgen, dan is het een kans van één op vijf. Dat is een aanmerkelijk hogere kans dan dat lot in de staatsloterij overmorgen, maar toch.

Zo rond de jaarwisseling worden er meer prijzen uitgereikt. Aan de beste oliebollenbakker bijvoorbeeld, of de beste haringverkoper. In ons geval kiezen de artiesten, hun productiebedrijven en hun verkopers het theater uit dat het naar hun mening dat jaar het beste heeft gedaan. Daarbij letten ze overal op. Of we de deur netjes open doen voor die bekende cabaretier en hem netjes de weg naar de kleedkamer wijzen. Hoe hulpvaardig onze technici zijn, hoe doortastend onze marketeers, hoe precies en snel onze dames van de administratie. Of het publiek er gelukkig is en of je er lekker kan eten. Of we een beetje met ze meedenken bij het bedenken, selecteren en aan de man brengen van die talloze voorstellingen. Alles telt mee. Reden genoeg dus om trots te zijn, want in dat ingewikkelde samenspel elke dag maar weer kan best wel eens iets fout gaan.

Die nominatie is dan ook vooral een pluim voor alle mensen die bij Theaters Tilburg werken, die er steeds maar weer de schouders onder zetten samen. Alle radertjes en tandwieltjes in die vertoningsmachine grijpen immers in elkaar als in een complex uurwerk. We weten heel goed waar we mee bezig zijn en wat we belangrijk vinden. Dat kwaliteit hoog in het vaandel staat, net als gastvrijheid. Dat we steeds op zoek zijn naar vernieuwing en dat we ons betrokken voelen bij de stad en de mensen waarvoor we werken. Dat anderen dat zien is een fraaie bevestiging dat we het goede pad bewandelen. En dat is eigenlijk al genoeg. Ook als we het niet worden. En als dat wel zo mocht zijn, dan zal u dat een jaar lang van ons horen. Zo bescheiden zijn we dan ook wel weer.

donderdag 30 april 2015

Gesnif, gebral en geglunder


Het was een fraaie vrijdagavond in Theaters Tilburg. In de schouwburg was de voorstelling van Herman van Veen tot op de laatste stoel uitverkocht. Het duurde dus even alvorens we iedereen op de juiste plek hadden. Nadat Herman zijn eerste hese noten had ingezet, spoedde ik me naar de concertzaal voor het concert van het Nederlands Blazersensemble. Zij speelden het laatste deel van een trilogie op de muziek van Joseph Haydn. Van de voorgaande delen was ik erg onder de indruk, dus ‘De hemel’ wilde ik niet missen.

Dat blazersensemble is een knap clubje dat niet terugdeinst voor een moeilijke opgave. Zo hebben ze ook dit keer een niet al te eenvoudige compositie voor symfonisch orkest omgezet naar blazers met slagwerk. Plus de uiterst charmante Vlaamse dichter en schrijver Bart Moeyaert. Hij zat op een ladder en vertelde een verhaal, dat werd omlijst en ondersteund door die fantastische blaasmuziek. Het ging over een man wiens dagen geteld zijn. Over de Dood die langskomt en hem nog enkele dagen gunt. Zodat hij nog een keer naar zee kan, om zich daar rustig op zijn plaid uit te strekken met een thermoskannetje koffie. Tot de Dood hem in het oor fluistert.

Zo eens in de zoveel tijd zit ik in de zaal en wordt ik echt geraakt. Dit was zo’n moment waarin ik zachtjes in mezelf huilde. Wat een mooi verhaal, wat een mooie muziek. Ik dacht iemand die pas is gestorven, en aan iemand die niet zo heel lang meer bij ons zal zijn. En ik was niet de enige. We moeten allemaal leren afscheid te nemen. Toen ik om me heen keek zag ik bij dat daverende applaus meer waterige ogen, en zakdoekjes die besmuikt werden weggestopt.

Door, door. Zondag was ik er weer, bij die concertzaal. Nu stond ik buiten in een vip-box met kroegbazen, ondernemers en wethouders. Het contrast met vrijdag had niet groter kunnen zijn. Uit volle borst zongen we mee met de koren op het podium van ‘Tilburg Zingt’. Het bier stroomde rijkelijk. Dat is dan weer het voordeel als je als VIP wordt uitgenodigd. En terwijl ik de volgende morgen met een schorre keel en een mistig hoofd op stond, werd de Schouwburgring in een razend tempo schoongeveegd.

Een pluimpje voor de mannen en vrouwen van de reinigingsdienst, want diezelfde maandagavond konden we op dezelfde plek weer een uitverkocht huis voor het Koningsconcert verwelkomen. Als u vrij bent, zijn wij vaak aan het werk. Dat is dankbaar werk, u hoort me niet klagen, zeker op deze Koningsdag met zoveel gelauwerden in huis. In nette kleren en met de lintjes opgespeld zaten ze glunderend te luisteren naar een wereldvermaard pianokwintet dat romantische muziek bracht van Brahms. Voorafgegaan door het Wilhelmus en een driewerf voor de koning uiteraard. Hoera, hoera, hoera.

Ach en zo spoedt zo’n week zich voort. Zelf waren we natuurlijk het meest druk doende met de seizoenspresentatie op dinsdag. Een goed gevuld programma met previews van alles wat het nieuwe seizoen ons gaat brengen. Met een fraaie Amerikaanse slee en vrolijke dansers van Fontys op het toneel om de aandacht te vestigen op de première van Grease dit najaar. Met tips van onze programmeur Simone Mager en haar muzikale assistent Gert Gering. En de onthulling van het nieuwe magazine natuurlijk. Met wederom ruim 300 goed gevulde culturele avonden in het vooruitzicht. Zo ziet u maar, het houdt nooit op, sla dat nieuwe magazine er maar eens op na.

dinsdag 24 maart 2015

Druk, druk, druk


Het voorjaar is een hectische tijd in het theater, zowel voor de schermen als daarachter. Dit jaar al helemaal. Het is een drukke tijd op het podium met veel producties van en voor Tilburgers. Na de Tilburgse Revue volgde bijvoorbeeld de montage en première van Romeo en Julia van onze vrienden van Het Zuidelijk Toneel, daarna het literatuurfestival Tilt. Twee producties die de nodige stof deden opwaaien in de schouwburg en die veel bezoekers wisten te verleiden. Het voorjaar is ook de tijd waarin we achter de schermen zowel terugblikken op het jaar daarvoor, als dat we ons druk voorbereiden op een nieuw seizoen.

Wellicht heeft u het eerder gelezen in de krant. In 2014 bezochten 175.000 mensen Theaters Tilburg, dat is precies evenveel als in het jaar daarvoor. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn voor een rotsvaste positie in deze onstuimige tijden. Maar het beeld van een rimpelloos oppervlak is maar schijn, daaronder borrelt en bruist het. De samenstelling van het programma in 2014 was heel anders dan het jaar daarvoor, de reacties van u als publiek ook. Overall gezien moesten we meer aanbieden en harder werken om het publiek aan ons te binden. Dat klinkt misschien mooi, maar de grootte van voorstellingen en publiek wordt stap voor stap kleiner en de financiële druk in huis neemt daarmee fors toe.

Maar goed, altijd fijn om even terug te blikken. In 2014 werkten we druk samen met allerlei partijen in de stad en regio. Was u bij de 9 Zeer Korte Toneelstukken ? Of bij Tilburg in Koor, dat een welkom podium bood aan meer dan dertig lokale en regionale koren? Beeldbepalende evenementen in Theaters Tilburg waren bijvoorbeeld de Kruikenconcerten, het Fontys Denk Groter Debat, het Koningsconcert met het Euregio Jeugdorkest, de musicalvoorstelling een Kwart eeuw Tikiko en de voorstellingen op verschillende locaties in de schouwburg tijdens de TilburgvoorCultuurNACHT.

We staan niet stil. Er is sprake van een doorgaande ontwikkeling. Van vertonen naar betrekken, van bekijken naar begrijpen. Wij zijn het podium van de stad, maar ook het kloppende culturele hart van de stad. We willen prikkelend zijn, impulsen geven en een open houding tentoonspreiden. Die houding is nodig, omdat we met steeds meer partijen samenwerken. Samenwerking binnen en met de stad ontwikkelt zich van praten over gezamenlijke inkoop van kantoorartikelen, naar het organiseren van festivals en het afstemmen van programma’s. Dat is mooi, die Tilburgse culturele bedrijven in de stad staan immers niet in de woestijn en werken steeds vaker hand-in-hand..

Zo hebben we ook voor het nieuwe seizoen weer veel fraaie projecten, voorstellingen en concerten in de planning. De eerste drukproeven van de nieuwe brochure schuiven op dit moment over mijn bureau. Wat dat allemaal gaat zijn? Dat houd ik nog even geheim. Als u het echt wil weten, zet dan vast 28 april in de agenda. Die avond presenteert Roeland Kooijmans in de schouwburg het nieuwe seizoen, met leuke gasten en previews op alles wat er komen gaat. Raar eigenlijk, terwijl we nog drie maanden te gaan hebben, verlang ik al weer naar een nieuw seizoen. Het gaat steeds maar door, steeds nieuwe perspectieven, steeds nieuwe vergezichten en elke avond nieuwe kansen op verwondering.

zondag 11 januari 2015

Zeg me dat het niet zo is

Wat een vreselijke en beangstigende start van het jaar. Woensdagmiddag was ik bij een nieuwjaarsborrel in het Willem II stadion. In een bijzin werd door een van de sprekers iets gezegd over een dramatische gebeurtenis in Parijs. Mijn buurman mompelde iets over Charlie, al had ik geen idee waar dat voor stond. Na de praatjes stortte iedereen zich op de borrel en sloeg aan het netwerken. Geen woord over een aanslag van drie godsdienstwaanzinnigen op de redactie van een cartoonmagazine. We wisten nauwelijks wat er gaande was en hadden uiteraard geen idee van wat nog zou volgen.

De volgende morgen stonden de kranten vol met cartoons en verslagen van het schokkende nieuws. Ik las het en fronste de wenkbrauwen. Dit tijdperk van snelle media vraagt om snelle meningen. Hoe kan je daar in dit geval zo vlot mee zijn? Want ik weet het niet. Was dit nu echt gericht op de vrijheid van meningsuiting? En als dat zo is, wat heeft het met mij te maken, met mijn stad, met Theaters Tilburg? Er moeten meer mensen zijn die zich dat soort dingen afvroegen. Dat de afschuw over de gebeurtenissen zich mengde met angst voor de ontwrichting van onze eigen zekerheden, met weerzin tegen mafketels die geweld inzetten tegen mensen die anders denken, anders geloven.

En dan die bordjes ‘Je suis Charlie’, dezelfde avond op de pleinen van de Westerse wereld. Ook op ons Vreedeplein. Als uiting van verontwaardiging, van collectieve angst. Al helpt het wel. Samen stampen en de hand vasthouden. Ik herinner me dat ik als kind tijdens het schoolkamp met een groepje in het donker door het bos liep. Hand in hand, hard zingend ‘wij gaan op de berenjacht en we zijn niet bang’. Als remedie voor de angst voor het donker, voor de huilende leraren die zich als spook achter een boom hadden verschanst. Samen bang zijn en hard roepen dat het niet zo is.

Ook ik ondertekende dat manifest in Tilburg. Ik wil tolerant zijn  en open staan voor extreme meningen. En ik wijs extreme daden af. Maar tsja, is dat alles niet iets te voor de hand liggend?  Wat voegt mijn handtekening toe? En wat betekent dit alles dan voor Theaters Tilburg? Wij bieden immers ook een podium aan kunstenaars met heel eigen en soms tegendraadse meningen en ideeën. Moeten we bang zijn voor de toorn van de Jihadisten?  Moeten we onszelf beperken in wat we tonen in de schouwburg en de concertzaal? Kunnen we gewoon doorgaan met wat we altijd al doen? En doen we dat eigenlijk wel goed? Zijn we niet teveel gericht op schoonheid en vermaak en te weinig op inhoudelijke duiding en het scherpen van de mening?

Natuurlijk bieden we net als die krant graag ruimte aan autonome denkers met een vlijmscherpe tong. Aan Andre Manuel, Micha Wertheim, Youp van ‘t Hek en Theo Maassen bijvoorbeeld. Mannen die hun meningen en twijfels niet onder stoelen of banken steken. Maar laat ik eerlijk zijn. We programmeren ze wel onder de voorwaarde dat ze veel mensen op de been brengen. Zonder publiek krijgt de eenzame verdediger van de waarheid ook bij ons geen podium. Zonder publiek werkt het nu eenmaal niet.

Sorry, ook wij zijn geen Charlie. Geen platform dat boodschappen brengt zonder zich iets aan te trekken van degene die ze leest of ziet. Al is ‘je suis Charlie’ een treffende, compacte slogan die roept om eenheid en verdraagzaamheid. Maar u kan wel van ons op aan, we staan waar we voor staan. Wij zijn het podium van uw stad. Wij blijven zo goed mogelijk doen wat we doen. We blijven u plezieren, ontroeren en verbazen. We zoeken naar theatermakers en muzikanten die op hun eigen wijze reflecteren op de geest van de tijd. En ja, we bieden u via hen een blik op wat er allemaal aan de hand is in de wereld om ons heen. Dus laten we vooral niet bang zijn. Als u wil, hou ik uw hand vast en zingen we samen dat het niet zo is. 

zondag 31 augustus 2014

Turbulent

We leven in een rare tijd. De wereld staat in brand. Tenminste, daar lijkt het wel op. De TV toont onthutsende beelden die dagenlang op mijn netvlies branden. Vreemd, tegelijkertijd verkopen wij bij Theaters Tilburg kaartjes en beloven ook wij u onvergetelijke momenten.  Het contrast lijkt groter dan ooit. Al is dat niet zo. Onoplosbare vraagstukken vragen om creativiteit, om verbeelding. De kracht van de kunsten schuilt voor mij altijd in het vermogen om de dingen anders te zien, vanuit een ander perspectief, door andere ogen. De waarheid bestaat niet, alleen perceptie telt. Er is altijd één oplossing meer dan je ziet. Voor grote én voor kleine problemen. Tenminste, dat geloof ik. En als je iets gelooft, dan is het zo.

Zo net na de vakantie is het voor een theaterdirecteur razend druk. We maken ons op voor een nieuw seizoen. We zien de kaartstanden en weten dat u als gast aarzelt, of op zijn minst een beetje afwacht. Was het voor het gros van de Tilburgers tien jaar geleden nog heel normaal om voor een heel seizoen theaterkaarten te kopen, nu leven we bij de waan van de dag. Dus is het voor ons zaak om zoveel mogelijk uw aandacht te trekken voor de veelbelovende voorstellingen en concerten in ons programma. Dat doen we gelukkig niet alleen. Ook de producenten zijn zich er van doordrongen dat ze zich landelijk moeten laten zien. Dus deed iedereen verschrikkelijk zijn best op de podia van de Amsterdamse UITmarkt dit weekend. Ik hoop dat u het een beetje hebt gevolgd op TV en in de kranten.

Maar goed, ik denk niet alleen aan kaartstanden, ook de veranderingen in ons gebouw vragen om aandacht. Ik ben erg benieuwd hoe u ons gerestylde restaurant gaat waarderen. Het is gewaagd dat nieuwe ontwerp, ik weet het. In economisch spannende tijden moet je bewegen. Wie stil zit wordt overreden. De Tilburgse binnenstedelijke horeca is deze maanden druk aan het investeren. Er zijn mooie plekjes bijgekomen, maar gelukkig is er maar één restaurant Lucebert. Dus kom maar eens eten, straks als u weer onze voorstellingen bezoekt.

En natuurlijk zijn ook ambtenaren, raadleden en wethouders teruggekeerd van vakantie. Om zich te storten in de voorbereidingen voor de begroting 2015. In de zomer is een perspectiefnota geschreven. Ik ben blij dat een deel van de suggesties uit mijn vorige blog aansluit op de accenten die het college legt op het terrein van cultuur. Die match is niet vreemd. Dat is het mooie van democratie, dat de mensen die we samen hebben verkozen met ons overleggen. Ja toch? Vandaar dat ik bij de inspraakavond kan bevestigen dat niet alleen ik, maar ook mijn culturele collega’s zich wel kunnen vinden in de accenten uit die nota.

Ik weet niet of u die nota heeft gelezen. De accenten zijn herkenbaar, doch daarmee niet minder belangrijk. Het gaat over talent dat de kans moet krijgen zich te ontwikkelen, over de ambitie om iedereen van dat fraais te laten genieten, over het sterk houden van de culturele voedingsbodem en tenslotte over het zichtbaar maken van het toptalent dat deze stad herbergt. Natuurlijk zijn we het daarmee eens. Al maken we ons zorgen. Want met al die bezuinigingen van de afgelopen jaren en stijgende vaste lasten is de ruimte om in te spelen op de eisen van de tijd steeds krapper geworden. We vallen nog niet om, maakt u zich geen zorgen, maar ook in de cultuursector is niets meer vanzelfsprekend.

We maken in deze tijden keuzes en concentreren onze aandacht. Wat de gezamenlijke evenementen betreft richten we ons volgende maand op de Cultuurnacht en de Dansdropping. Dat betekent dat het charmante gratis nieuwjaarsfestival Frisse Oren sneuvelt. Een simpele afweging van kosten en baten, van inspanningen versus bereik. Al doen dat soort keuzes wel pijn, de laagdrempeligheid van onze podia wordt immers aangetast. Maar goed, we laten ons niet uit het veld slaan. Binnen de nauwe marges waarbinnen we nu werken blijven we open staan voor nieuwe projecten, voor nieuwe makers op onze podia. Gelukkig heeft het college daarvoor wat middelen gereserveerd. Ze kunnen er op rekenen dat wij er, samen met de andere cultuurinstellingen uit deze stad, de schouders onder zetten. Want al zijn deze tijden turbulent en lastig te vatten, together we stand.

Oh ja, morgen mag ik namens negen Tilburgse cultuurbedrijven inspreken bij de gemeenteraad. Die tekst vindt u hier.

dinsdag 29 juli 2014

Tilburgse zomeroverpeinzingen



Ik vroeg me af. Zou zo’n nieuwe wethouder, onder haar donkerblauwe parasol aan de Middellandse zee, op dit moment ook over Tilburg nadenken? Of specifieker nog, over kunst en cultuur in deze voormalige textielstad die al jaren op zoek is naar haar ziel en zaligheid? Of die nieuwe raadsleden, die nog kort voor de vakantie beloofden dat ze alles gaan doen in het belang van Tilburg en de Tilburgers. Zouden die al afstand kunnen nemen en hun complexe verantwoordelijkheid kunnen overzien? Het heeft mij best even gekost voor ik enige notie had waar het hier om draait. En eerlijk gezegd heb ook ik zo mijn gezichtsbeperkingen, als theaterdirecteur te midden van andere worstelende culturele organisaties en festivals.

Dit najaar gaan die gemeenteraad en het college samen namelijk nadenken over de begroting 2015. En begroten, dat is in deze tijd nog knap lastig. Niet dat het hier eenvoudig is, bij Theaters Tilburg moeten we nogal wat kunstgrepen uithalen om in de zwarte cijfers te blijven. Terwijl de bijdrage van de gemeente fors is teruggesnoeid en ook ons publiek zo nu en dan behoorlijk de adem inhoudt, loopt de huur elk jaar gestaag op en zijn er kostbare nieuwe cao-afspraken gemaakt. En binnen die beperkingen zullen we toch blijven zoeken naar de fraaiste voorstellingen en concerten, bedenken we nieuwe concepten voor activiteiten en investeren we in nieuwe systemen, het restaurant en in een passende omgeving voor ons publiek.

Voor gemeenteraadsleden moet dat natuurlijk ook zoiets zijn. Aan de ene kant is er minder geld, aan de andere kant proberen ze zoveel mogelijk hun stempel te drukken op de vernieuwingen in deze stad. Nou doen zij dat natuurlijk ook niet voor zichzelf, maar voor u uiteraard. Laat dat nu bij Theaters Tilburg net zo zijn. Ook wij staan voor een publieke opdracht en betalen dat uit publieke middelen. Dus als ze mij om advies vragen, dan zou ik het wel weten. Ik zou zeven punten weten waarmee Tilburg het culturele veld en daarmee zichzelf vooruit zou helpen. Ik zal ze even noemen, bij het gesprek met de gemeenteraad dit najaar zal ik ze na overleg met mijn culturele collega’s wat verder uitwerken.

Ten eerste, hou de basis op orde. Koester hoogwaardige bestaande culturele voorzieningen zoals de podia en musea en voorkom dat zij hun werk niet goed meer kunnen doen door een te eenzijdige focus op nieuwe events op nieuwe locaties. Ten tweede, behoud structureel geld voor projecten en zoek samen met ons naar matches van dit geld met dat van andere overheden en het bedrijfsleven. Ten derde, wees ruimhartig naar initiatieven die de deelname bevorderen vooral voor kinderen en inwoners die minder makkelijk kunnen profiteren van de culturele Tilburgse verworvenheden. Ten vierde, omdat veel van ons in gemeentelijke gebouwen zijn ondergebracht, zorg dat de huur niet harder stijgt dan de inkomsten uit subsidies en publieksbestedingen. Oh ja, maak die gebouwen dan ook een beetje duurzaam en help ons bij de aanpassingen die het publiek van ons vraagt, ook als dat iets meer kost dan aanvankelijk gedacht.

Bent u er nog? Tsja, wellicht is zeven punten een beetje teveel voor een column. Maar ik heb het zojuist allemaal bedacht, dus nu wil ik het ook melden. Daarom, ten vijfde, neem citymarketing serieus en stel daarbinnen cultuur centraal. Er is in deze stad genoeg om trots op te zijn,  daar moet je wel mee durven pronken. Ten zesde, zorg voor voldoende culturele allure en excellentie. Er zijn veel grootschalige horecagedreven evenementen, daar is niets mis mee, maar ondersteun dan ook de internationale ambities van culturele basisvoorzieningen. Zodat we samen kunnen genieten van spraakmakende voorstellingen, concerten en tentoonstellingen. Oh ja, dan tenslotte als zevende, realiseer in de winter een hoogwaardig, artistiek gedreven festival van nationale allure naast de bestaande beeldbepalende festivals in voor- en najaar. Onze grootstedelijke ambities zijn met het uitblijven van de titel Culturele Hoofdstad immers niet verdampt.

U ziet, als ik het voor te vertellen had, dan zou ik het wel weten. De beste stuurlui staan aan wal. Volgende week ga ik dan eindelijk maar eens zelf op vakantie. Wellicht dat ik drijvend op mijn luchtbedje nog een schokkende ingeving krijg. Dan zal ik die later nog wel met u delen, of wie weet bel ik nog even met die wethouder die elders aan het strand ligt te zonnen

vrijdag 30 mei 2014

De economie van gebakken lucht

Als directeur voel ik me in deze lentedagen soms een verkoper van gebakken lucht. Keurig gedocumenteerd, met mooie plaatjes en dito praatjes in een glossy brochure en op een strakke nieuwe website. Het klopt, de mensen die u op de foto’s ziet herkent u wellicht van eerdere bezoeken aan ons podium, of van TV. Alleen zijn zij niet te koop, hun beloftes wel. 350 onvergetelijke avonden, beloftes die soms pas over meer dan een half jaar worden ingelost.

Gelukkig verlangen we met z’n allen naar het moment dat het weer zover is. Een theaterervaring begint met het lezen van de titel, nog lang voor de voorstelling zelf bestaat. En in enkele seconden weet u het, hier wil ik naartoe. Al wordt er aan menige Tilburgse keukentafel druk gediscussieerd over de blauwe en rode kruisjes die de echtelieden in onze brochure hebben gezet. Het bestellen is een eitje, dat stelt steeds minder voor en gaat elk jaar weer sneller.

Al geldt dat niet voor alle voorstellingen. Soms moet u echt veel moeite doen. Dit jaar kan u ouderwets in de rij aan de Schouwburgring voor Najib Amhali. Dat hebben wij niet bedacht, dat was zijn eigen idee. Dus staan er nu al een tijdje dranghekken voor de deur. De beleving van die ene voorstelling van Najib begint vroeg voor degene met de eerste slaapzak vrijdagnacht voor de deur. En als u zelf niet kan of wil, u heeft vast nog wel een neefje dat net zoveel van deze Marokkaan houdt als u.

Het schijnt dat je op lange termijn niet echt gelukkiger wordt van materie, van de dingen die u om u heen verzamelt. Dat zei Guido Weijers tenminste gisteren, die stond op een podium dus dan zal het wel waar zijn. Het schijnt dat wetenschappers dat wel met hem eens zijn. Laatst verscheen er nog een onderzoek dat beweerde dat je van een avond theater net zo gelukkig zou worden als wanneer je meer dan duizend euro bijgeschreven krijgt op je spaarrekening. Ik weet niet of het een Tilburgs onderzoek was, zou kunnen want sommige van onze sociaal wetenschappers bewezen tot voor kort elke curieuze stelling.

Maar toch. Nu het vakantiegeld weer is overgemaakt plaatsen duizenden Tilburgers hun bestellingen aan onze balie en op onze website. Ze zetten die duizend euro extra op hun rekening om in grote namen en grote beloftes. En als de stelling van die onderzoekers waar is, dan is dat economisch gezien volgens mij het slimste wat je momenteel met je geld kan doen. Voor elke twintig euro krijg je meer dan duizend euro aan emotie terug.

Flauwekul natuurlijk. U weet, geluk is niet in geld uit te drukken. Een waarachtige beleving van een prachtig concert of een meeslepende voorstelling al helemaal niet. Dat hoeft ook niet, ik ben al lang blij dat u er nog steeds in gelooft. Dat u vertrouwt dat onze beloftes worden waargemaakt. Jammer genoeg niet allemaal, dat is het risico van uw belegging. Dus zorg dat u wat meer kaarten hebt gekocht, dan bent u verzekerd van enige overwaarde. Dan bent u met die kaartjes op de schoorsteenmantel in uw hoofd en hart een stuk welvarender dan toen uw baas het vakantiegeld aan u overmaakte.

zondag 27 april 2014

De stad en het podium

Tilburgers houden wel van een feestje. De verjaardag van onze nieuwe koning werd dit jaar dan ook met volle overgave gevierd. Carnaval is hier nooit ver weg, voor schmink en pruiken is weinig aanleiding nodig. Horeca-ondernemers voldoen met alle liefde aan de vertierbehoefte van de stedelingen. Dus verrijzen met grote regelmaat podia op onze pleinen en dreunen de discobeats door de straten.

De podiumkunsten lijken populairder dan ooit. Er zijn niet alleen de hele week ’s avonds talentenjachten op TV, als we de kans krijgen klimmen we zelf op het podium of zingen we uit volle borst mee. Tilburg Zingt sluit daar prachtig op aan. Elk jaar verdringen zich duizenden mensen op de Schouwburgring voor een podium met koren en artiesten. Het credo ‘de stad als podium’ wordt letterlijk waargemaakt.

En natuurlijk kan al dat vertier soms een beetje botsen. Zeker als je om de hoek woont of het podium in je voortuin staat. Zoals bij ons. Tijdens de opbouw van het festivalterrein was Boudewijn de Groot in de schouwburgzaal zijn geluid aan het testen voor de avond. Een uitverkochte zaal in het vooruitzicht, zoals hij al jaren gewend is. De technici op straat wilden ook even checken waartoe hun installatie in staat was. Dus dreunde ‘Thriller’ door de Tilburgse binnenstad.

Maar goed, een man als De Groot heeft ook zo zijn grenzen. Geluidsgrenzen dan. Hij werd niet erg gelukkig van dat gedreun buiten. Dus meldde hij me dat hij huiswaarts zou keren als de overlast niet snel zou verdwijnen. Als directeur werd ik een beetje nerveus. Vijftienduizend luid zingende mensen voor de deur en 850 in de zaal. Zou dat wel goed gaan samen? Hoe hadden we dit eigenlijk tegelijk kunnen boeken? Oh ja, die viering van de verjaardag van de koning werd pas bekend gemaakt toen we ons programma voor het nieuwe seizoen al rond hadden. Daar viel niets meer aan te doen, zeker nu niet.

De lijntjes in Tilburg zijn kort. In no time was er een constructief gesprek over decibels en geluidsfrequenties. De batterij van boxen voor onze deur werd uitgeschakeld, de knoppen werden een beetje naar beneden geschoven, De Groot werd gerustgesteld. Even leek ‘De stad als podium’ strijdig met onze opdracht als ‘podium van de stad’, uiteindelijk kwam alles goed. Boudewijn's meest kwetsbare liedjes werden lichtjes inngevuld met de cadans van buiten. Bij ‘Het land van Maas en Waal’ zong ook in de zaal iedereen even uitzinnig mee. Om bij het verlaten van de schouwburg door een vrolijke menigte warm te worden opgevangen.

En volgend jaar? Dan gaat het helemaal goed. Ik weet het al, het programma 14/15 is rond. Stiekem heb ik al een eerste druk van de brochure op mijn bureau liggen. U moet zelf nog tot dinsdag wachten. Dan presenteert Roeland Kooijmans samen met vele anderen de reeks van concerten en voorstellingen die we in het vooruitzicht hebben. En ik zal u vast verklappen, op 26 april 2015 zijn wij ’s avonds gesloten en zingen we uit volle borst mee. Want ook wij houden wel van een feestje bij Theaters Tilburg.

zondag 30 maart 2014

Talent op Cement

Wat een geluk als je talent hebt. Het talent om theater te maken. Wat een pech ook. Want talent alleen is niet genoeg. Vallen en opstaan, slagen en falen. Daar moet je maar net de kans voor krijgen. De wereld zit immers niet op jou te wachten. Er zijn steeds minder plekken waar dat kan. Waar het geduld en vertrouwen bestaat om in jou te investeren. Theaterdirecteuren boeken bij voorkeur programma’s voor volle zalen, voor een jonge theatermaker is er nauwelijks geld en speelruimte.

Gelukkig is er Festival Cement. Een plek waar talenvolle jonge theatermakers kansen krijgen. Om te onderzoeken, zich te ontwikkelen, elkaar te ontmoeten en ideeën uit te wisselen. En dat loont. Gerenommeerde makers van nu stonden jaren terug op dit festival. Deze kraamkamer voor theatertalent vond de afgelopen week in Den Bosch plaats. Ik mocht er elke avond bij zijn en me laven aan de energie, de onbevangenheid en de verbeeldingskracht van frisse jonge geesten.

In vier dagen zag ik acht voorstellingen. Die zal ik niet allemaal voor u beschrijven. Als ik zo terug kijk is er een simpel onderscheid te maken. Er waren voorstellingen die me niet raakten, naast voorstellingen die dat wel deden. Zowel positief al negatief. Geen enkele voorstelling was gemaakt om te amuseren, elke maker probeerde het publiek op een heel eigen wijze te raken. Er waren er drie die ik er uit zal lichten, al ben ik geen theaterrecensent en zal het wellicht even duren voor u deze makers weer kan zien.

Zo was er het duo Groenteman en Vrouw dat een schijnbaar lichte voorstelling maakten over verslaving. Met knappe liedjes en grappige anekdotes doken zij in de lugubere wereld van drank en drugs. De voorstelling speelde in een rommelig kraakpand en de acteurs zaten op de lip van het publiek. Er was geen ontkomen aan, al werd de ellende dankzij de vrolijke toon dragelijk.

Dat was andere koek bij Claire Cunningham. Een gehandicapte danseres die zich liet inspireren door het werk van Jeroen Bosch. Een vrouw met een gespierd bovenlichaam die zonder loopstokken amper op haar benen kon blijven staan. Ik was getuige van haar solo, een uitputtende strijd tegen de zwaartekracht. Ik vond het vreselijk. Het beeld van de ploeterende vrouw staat op mijn netvlies gebrand. Het was onverbiddelijk, compromisloos theater dat me bij de lurven pakte. Een danseres die respect afdwingt en alle dans relativeert die ik eerder zag.

En als laatste noem ik nog even ‘onze’ Leen Braspenning die zichzelf transformeerde tot een uiterst geloofwaardige Camille Claudel.  U weet wel, de minnares van Rodin wiens werk eigenlijk altijd in zijn schaduw stond. In deze voorstelling vecht ze voor erkenning en kreeg ik een heel eigen blik op de vreemde geest van deze dame. En al waren pijn, verdriet en onbegrip de leidende thema’s, ik vond het heerlijk om me er in onder te laten dompelen.

Het is goed om er even bij stil te staan dat talent de kans moet krijgen zich te ontwikkelen. Dat hedendaagse grote makers als Ivo van Hove, Theu Boermans en Ed Wubbe ook klein zijn begonnen. Dat er iemand was die in hen geloofde en ze kansen bood. Talentontwikkeling is cruciaal voor het theater van morgen. Anders blijven straks onze zalen leeg en zit u thuis op de bank naar de zoveelste talentenshow te kijken.

vrijdag 31 januari 2014

Voor de jeugd en de toekomst

Gisteren werd ik in de loop van de middag een beetje zenuwachtig. Ik mocht mijn spreekbeurt doen. Maar liefst 45 juffen (en een paar meesters) van Tilburgse basisscholen waren naar de studiozaal gekomen. Zij geven invulling aan de culturele ontwikkeling van onze kinderen. Daarvoor organiseren ze workshops en voorstellingen op school. Zo nu en dan ondernemen ze zelfs een tripje buitenshuis. En als ze dat doen, dan wil ik natuurlijk dat ze een echt theater bezoeken. Dus bieden we scholen een week lang de mogelijkheid om tijdens schooltijd professionele voorstellingen te bezoeken. Van bijvoorbeeld Theater Artemis, De Stilte of Philharmonie  ZuidNederland.

Arjan van der Leij schreef onlangs in het Brabants Dagblad over de pretparkgeneratie. Hij stelt dat kinderen opgroeien alsof ze permanent in een pretpark leven. Alles moet leuk zijn, alles draait om consumptie en vertier. Elke behoefte moet direct worden bevredigd. Alle tijd moet plezierig worden besteed. Theater kan daar wat tegenover zetten. Goed theater stelt vragen, laat je twijfelen, neemt de tijd. Je kan verveeld wegkijken van de TV of je game op de I-pad, een goede voorstelling staat dat niet toe. Acteurs, musici en hun publiek bevinden zich in 1 ruimte, er is geen ontsnappen mogelijk.

Niet alle kinderen komen vanzelf naar het theater. Niet alle Tilburgse ouders zien het nut ervan in of hebben zelf de mogelijkheden. Wat wij hen bieden is niet altijd makkelijk, is niet alleen gericht op amusement. Daarom is het goed om je voor te bereiden, gewoon op school. Theater is ook spannend. Dus is het goed om samen te gaan, in de bus of op de fiets. Om in een vreemde omgeving, maar wel samen met bekenden, iets mee te maken dat je niet eerder zag. Dat gaat verder dan het digibord met school-tv. Want theater is live, het gebeurt in het hier en nu, het is 3D zonder brilletje.

U weet natuurlijk al lang dat wij er naar streven om de meest belangwekkende culturele ontmoetingsplek te zijn van Midden-Brabant. Onder het motto ‘podium van de stad’ bieden we een programmering van voorstellingen en concerten met een brede basis en een herkenbare top. We willen graag dat iedereen ons weet te vinden en dat iedereen het belang van de podiumkunsten kent. Door het zelf mee te maken, juist ook als je hier niet eerder was. Voor iedereen, van jong tot oud, van gefortuneerd tot de meedoenregeling.

Theater is mensenwerk. Mensen zijn kostbaar. Als in Theaters Tilburg een week lang voorstellingen voor alle basisscholen plaatsvinden, zijn er dus ook een week lang mensen aan het werk. De kosten daarvan zijn veel hoger dan wat een school of een theater als wij normaliter kunnen opbrengen. Dus vullen we dat aan met middelen die we krijgen van onze partners. Particulieren die jaarlijks geld aan ons schenken in het vertrouwen dat we dat nuttig besteden. En dat doen we. Door te investeren in de basis van ons publiek. Door te investeren in de toekomst van onze kinderen.

We zorgen voor een les van een professional vooraf in de klas, halen de kinderen gratis met de bus op school op, presenteren de voorstelling en bespreken het eenmaal thuis ook nog met ze na. Ik hoop dat het gisteren een beetje overtuigend was. Dat die juffen er massaal in slagen hun directeur te overtuigen van het nut en de noodzaak van een tripje naar de studiozaal. Als de kinderen zich verdringen voor onze deuren, weet ik dat ik tenminste een voldoende heb gekregen voor mijn spreekbeurt.

zondag 22 december 2013

Petje af

Paauw Fotografie - www.gerdienwolthauspaauw.com

Het was al laat en veel donkerder dan anders, toen ik maandag van de Studiozaal naar huis liep. Kwam zeker door die kerstverlichting. Ik werd staande gehouden door een nogal morsig type. Hij had free-cards uit een rek gehaald bij eetcafé Meesters en bood me die nu te koop aan. Hij mompelde iets van een maaltijd en een dak boven zijn hoofd. Een kaart kostte twee euro. Ik kocht ‘m zonder te twijfelen. Nu moet ik hem nageven dat zijn actie perfect getimed was. Ik was namelijk net bij de Straatmonologen geweest. Een voorstelling die door Traverse werd vertoond om, in navolging van de Eindhovense collega’s, zelf tot een theaterproductie met daklozen te komen.

Die avond vertelden vijf mensen een persoonlijk verhaal met veel strijd en tegenspoed. Monologen over alcoholverslaving, huiselijk geweld en prostitutie. Waargebeurde misère, verteld met de nodige gêne. Dat is wel even andere koek dan ik in het theater gewend ben. Al wordt er bij ons heel wat afgeleden op het podium, de afspraak is wel dat het allemaal nep is. Of het nu de talloze moorden zijn bij Shakespeare of de dronkenschappen bij Eugene O’Neil. Elke acteur, iedereen in de zaal weet het: wij doen hier maar alsof. Dus is het wel even slikken als het plots allemaal echt is.

Terugblikken, het is onvermijdelijk zo vlak voor het einde van het jaar. Maar vrees niet, ik ga geen lijstje fabriceren met hoogtepunten. Dat is voor zo’n bedrijf als Theaters Tilburg trouwens überhaupt schier onmogelijk. Met meer dan 500 activiteiten en ruim 170.000 bezoekers zie ik gegarandeerd iets over het hoofd dat wellicht voor een ander het mooiste moment van het leven is geweest. Maar goed, toen ik mijn geestesoog zo eens langs alle gebeurtenissen liet gaan was er wel degelijk iets dat de boventoon voerde. Leen Braspenning, de artiest op kot van Het Zuidelijk Toneel, had het vorig jaar bij haar voorbereidingen voor haar voorstelling rond Peerke Donders al in de gaten. Ze voorvoelde dat nog voor onze nieuwe koning het door zijn eerste minister bedachte woord ‘participatiesamenleving’ uitsprak bij zijn kroning.
2013 draaide wat mij betreft om de nieuwe barmhartigheid, om begrip en zorg voor een ander. Met zo’n project als de Quiet 500, waarin de armste Tilburgers in beeld worden gebracht, als verlicht uithangbord.

Wellicht zit Scrooge in ons onderbewustzijn. Wij hebben er anders een fraaie gewoonte van gemaakt om zo rond kerst wat minder zelfzuchtig te zijn dan in de rest van het jaar. Morgen mag ik bij de kerstborrel van Theaters Tilburg spreken met Pater Poels. Als er één Tilburgs icoon is van de zorgzame samenleving, dan is hij het wel. Veel medewerkers hebben afgezien van hun kerstpresentje, zodat ik dat in hun naam weer mag doorgeven. Petje af voor deze man, die net als Peerke destijds, leeft ten dienste van een ander. Ik hoop dat hij volgend jaar onze eregast wil zijn als de cliënten van Traverse hun eigen versie van de Straatmonologen vertolken op ons podium. Al moeten we dan wel wat eerder beginnen. De oude man moet op tijd naar huis en naar bed. Bij nacht en ontij fietst hij door de stad om mensen te helpen die in de marge van onze welvaartsmaatschappij zijn beland. Het daglicht is te fel om de monden te kunnen voeden die er het minst om schreeuwen.

zondag 8 september 2013

Sa ist en net oars


2018Eindhoven | BrabantVandaag werd ik gebeld door een journalist. Afgelopen vrijdag besloot een internationale jury dat Leeuwarden in 2018, samen met Malta, Europese Culturele Hoofdstad zal zijn. Dus wilde hij weten wat het voor Theaters Tilburg betekent dat die titel aan ons voorbij gaat. Tsja, daar vraag je me wat. Ik ben de teleurstelling amper te boven moet ik bekennen. Het is als een droom die plots als een zeepbel uiteenspat. Het ene moment leef je in een wereld van fraaie plannen en grootse verwachtingen, het andere moment sta je weer met twee voeten op de Brabantse grond.


Culturele hoofdstad was een gezamenlijke stip aan de culturele horizon. Een positieve, samenbindende kracht in een tijd dat er binnen culturele instellingen fors wordt bezuinigd. In Tilburg is er dit en vorig jaar geld vrijgemaakt om festivals zoals Mundial en Incubate in de opmaat naar de Europese titel groter en internationaler te maken. Daarnaast was er circus met kinderen in de wijken, zochten we naar een overtuigende culturele aanvulling op de Tilburgse Kermis en toog Het Zuidelijk Toneel met Fontysstudenten naar onze zusterstad Chanzhou.

Is dat allemaal voor niets geweest dan? Natuurlijk niet. Er zijn samenwerkingsverbanden gesmeed die de basis zullen vormen voor nieuwe belangwekkende projecten in de komende jaren. Ook zonder die Europese titel. Op een tweet waarin ik mijn teleurstelling uitte, reageerde iemand dat het überhaupt geldverspilling is, dat hele idee van Culturele Hoofdstad. Hoe kortzichtig kan je zijn. In de wereld waarin we nu leven is creativiteit de belangrijkste grondstof. Een steeds groter deel van ons bruto nationaal product is rechtstreeks afhankelijk van ons innovatief en creatief vermogen. En geen kracht is groter dan die van de verbeelding. Kunst laat ons inzien dat het altijd anders kan. Dat er tenminste altijd één uitweg meer is dan je ziet.

Dus kunnen we in 2018 ook zonder die titel. In Brabant weten we elkaar toch wel te vinden. Voor sterke plannen is altijd geld te vinden. Natuurlijk niet zoveel als waar we van droomden, maar we zijn creatief genoeg om ook daar weer een uitweg voor te vinden. Dus gaan we onverschrokken voort met het versterken van onze festivals, de samenwerking tussen talenvolle makers en podia en de ontwikkeling van projecten in de wijken. En ja, daarvoor is geld nodig. Er is de afgelopen jaren structureel drie miljoen euro per jaar uit het Tilburgse cultuurbudget gestreept. Het zou helpen als tenminste een deel van het gereserveerde budget voor 2018 hierin wordt geïnvesteerd.

Terwijl ik dit opschreef dacht ik aan het project Nieuwe Liefde dat op dit moment over onze stad wordt uitgerold. Weer zo’n fraai voorbeeld van samenwerking tussen maatschappelijke en culturele instellingen. In de geest van dat project vroeg ik me af of er ook zoiets bestaat als ‘interstedelijke barmhartigheid’. Want ik gun Leeuwarden die titel van harte. Als ik het op landsniveau bekijk dan begrijp ik die jury wel. Een culturele en economische impuls in het Noorden van ons land zal van grotere betekenis zijn dan hier in het (cultureel) rijke Zuiden. Dus overwin ik mijn teleurstelling en feliciteer ik de Friezen met hun overwinning. Sa ist en net oars, want as 't oars wie, wie t net sa.

En wij? Wij weten dat het altijd anders kan, hier in Brabant, want hier brandt het licht.

maandag 24 juni 2013

Het straathondje van Brabant

“Ik vind het eigenlijk niet zo erg dat Tilburg het straathondje is van Brabant. Het is niet het mooiste hondje, maar wel het leukste.” Sommige spreuken kunnen zo op een tegeltje. Er zijn mensen die erin grossieren. Deze uitspraak is van Marc-Marie Huijbregts. Ik overviel hem een beetje met mijn verzoek om me te helpen met een filmpje voor culturele hoofdstad. Want eerlijk gezegd had hij daar nog nooit over nagedacht. Terwijl wij er hier en in de andere Brabantse steden toch redelijk druk mee in de weer zijn de afgelopen tijd. Het zogenaamde ‘bidbook’ was een eerste zichtbaar resultaat. Dat boek met projecten in en om Eindhoven steekt knap in elkaar, we hebben er in de strijd om de titel toch maar mooi Utrecht en Den Haag mee verslagen. Nu verder voor de hoofdprijs.

Maar goed, die Marc-Marie. Hij was een paar weken terug toch in huis dus mocht ik hem wel een paar vragen stellen. Dat deed ik voor een filmpje dat een beeld schetst van de positie van Tilburg in dat hele selectietraject. Met antwoorden op vragen die gewone mensen zichzelf stellen over dit onderwerp. Hoe dat dan werkt zo’n culturele hoofdstad. En wat je er eigenlijk aan hebt als regio. Of het niet oneerlijk is dat Eindhoven in die hele competitie dan voorop mag lopen. Hoe we daar nu dan al mee bezig zijn, terwijl het pas over vijf jaar zover is. We hebben er de mensen voor gesproken die nu al aan het oefenen zijn, de organisatoren van de zogenaamde opmaatprojecten.

Vorige week kwam Rob van Gijzel naar de Studio om samen met leden van de Tilburgse gemeenteraad van gedachten te wisselen over de plannen voor culturele hoofdstad. We draaiden de trailer en ik mocht een kort gesprekje doen met Matthijs Rümke. Dit keer trad hij op in de rol van artistiek adviseur van het projectbureau culturele hoofdstad. Hij is gelukkig weer aan de beterende hand, die Matthijs, en hij wist met enthousiasme een perspectief op de gezamenlijke toekomst te schetsen. Vervolgens kwamen natuurlijk de kritische vragen. Die Eindhovense burgemeester was niet voor niets naast onze eigen burgervader Noordanus en wethouder Frenk gaan zitten.

De kern van het vraagstuk zit ‘m natuurlijk in de verhouding tussen die steden. Hoe loyaal kan de ene stad zijn aan de andere. Wat heb je voor elkaar over? Want het spreekt voor zich dat Eindhoven het meest profiteert van die Europese titel. Toch kan dat het probleem niet zijn. Het wil immers niet zeggen dat niet de hele regio er beter van wordt. Dat die titel bijdraagt aan de verschuiving van de balans binnen Nederland. Dat deze regio nu eenmaal steeds creatiever en innovatiever lijkt te worden en dat we daar allemaal een beetje vrolijker van worden. Dat wist die mijnheer Van Gijzel allemaal heel oprecht en knap te verwoorden. Notoire sceptici konden hun sympathie voor deze man met een missie niet verhullen.

Het blijft nog even spannend, al weet de jury het natuurlijk al lang. Op 6 september 2013 weten wij het ook. Meteen daarna zullen de discussies over de verdeling van die honderdveertig miljoen de kop opsteken. Binnenshuis natuurlijk, niet op straat. Want daar zei Marc-Marie ook nog iets fraais over, al kwam dat niet in ons promofilmpje. ”Het is met die Brabantse steden net als bij ons moeder thuis. Achter de voordeur slaan we mekaar de kop in, maar buiten niet, daar staan we voor mekaar in. Waag het eens een vinger uit te steken naar mijn zus, ik sla oe op oew bakkes.” Blijkbaar maakt het niet uit of dat zusje de knapste is, of de lelijkste. Verbroedering overstijgt schoonheid, dat komt in het geval van Tilburg toch maar mooi uit.

Het filmpje vind je op www.2018eindhoven.eu en natuurlijk ook via de link hier.