Posts tonen met het label cultuur Tilburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cultuur Tilburg. Alle posts tonen

woensdag 7 oktober 2015

No glitter, no glamour?

Het is bijzonder hoe de dingen soms gaan. Dat gebeurtenissen die niets met elkaar te maken hebben samen leiden tot iets anders. Dat kan dan geen toeval zijn. Het hangt in de lucht of zo. De intellectuelen onder ons noemen dat dan serendipiteit, de schijnbaar toevallige samenloop van omstandigheden. Zo ook dit verhaal, waarin de Internationale Dag van de Armoede valt op 17 oktober 2015, net als de première van onze lokale televisieheld Roy Donders.

Alleen gaat die première van de Glitter & Glamour Theatertour niet door. Modekoning en volkszanger Roy Donders heeft het toch een beetje onderschat, dat maken van een theatershow. Hij heeft het zo druk met zijn modelijn, zijn winkel en het voor de camera ruziemaken met zijn zus dat die repetities niet helemaal uit de verf kwamen. Dat heb ik van horen zeggen, ik heb hem er zelf niet over gesproken. Maar het is wel balen, zo’n landelijke première zet ons normaal als theater toch maar weer even op de kaart. Denk maar eens terug aan Grease de vorige maand. Ik hoop dat het goed gaat met Roy, dat hij zichzelf bij elkaar grabbelt en over een tijdje het nog eens een keer waagt. Maar nu dus even niet.

Die week daarvoor ontving ik twee heren die zich er niet bij willen neerleggen dat de welvaart nogal ongelijk is verdeeld in ons land. Dat er alleen al in onze stad zo’n 25.000 mensen zijn die op of onder de armoedegrens leven. Dat is al jaren zo, dat zal ook niet snel veranderen, maar dat betekent niet dat je er niks aan zou moeten doen. Ja, u begrijpt, dit waren nobele heren met een missie. Ze willen een groep vormen van mensen die op plekken in de Tilburgse samenleving zitten waar ze wel iets kunnen doen. Door die mensen aan elkaar te knopen zou er wel eens een initiatief kunnen ontstaan dat je vooraf niet kan bedenken. Een onconventionele samenwerking tegen de armoede, zoiets hebben ze in hun hoofd. En ik werd uitgenodigd daaraan deel te nemen, zeg dan maar eens nee.

Maar goed, terug naar Roy. Op Facebook meldde ik dat plots op zaterdag 17 oktober een zaal dreigde leeg te blijven. No glitter, no glamour. Er werd druk gereageerd. Veel steunbetuigingen en wat flauwekul natuurlijk, maar ook wat mensen die graag zelf op dat podium zouden willen staan. En zo ontstond een idee. Want wie zou je op de Internationale Dag van de Armoede nu het liefst in je zaal hebben zitten? Ja, natuurlijk. De mensen die erg graag op zaterdag uit zouden willen gaan, maar voor wie de entreeprijs voor een bezoek aan de schouwburg simpelweg geen optie is. Alleen, wat zet je dan op dat podium?

Het mooie aan Tilburg is dat mensen die iets willen elkaar hier snel vinden, dat ze makkelijk de handen ineen slaan, dat ze initiatieven ontplooien zonder dat ze vooraf precies weten waar het eindigt. Vooral sociale initiatieven, die een beetje tegendraads zijn en die met humor worden gebracht. En dat is precies wat er de afgelopen dagen gebeurde. Lokale cabaretiers als Karin Bruers, Frank van Pamelen en Steven Brunswijk treffen elkaar op ons podium. Net als de vrolijke Balkanpop van Project Rakija en de levensliederen van de artiesten van Theater De Boemel. Het is een soort zwaan-kleef-aan, we zijn nog maar net begonnen met het samenstellen van een show en we weten nog niet wat de uiteindelijke line-up zal zijn. Al hebben we nog wat fraaie grote namen op onze verlanglijst.

En dat alles doen ze voor een appel en een ei, voor noppes, zonder eigen belang. Mooi toch? En iedereen mag komen, al hebben sommigen een streepje voor. Vanaf nu nodigen we heel gericht mensen uit die ook wel eens een avondje uit verdienen. Gaan we zelfs proberen om vervoer te regelen voor mensen die normaal de wijk nauwelijks meer uit kunnen. Dus als u dat zelf ook iemand gunt, bestel dan kaarten, geef een lift, ga samen en wijs de weg.

Nu nog een hartverwarmend einde. Een avond uit is compleet met een kopje koffie in de pauze, een drankje en een muziekje achteraf. Er is een barmhartige Tilburger die dat voor zijn rekening neemt, die nu al heeft toegezegd dat hij een rondje geeft voor de hele zaak. Kom daar nog maar eens om in deze tijden. In Tilburg kan dat dus, hier wel. Arm en rijk, zwart en wit, slim en sluw, jong en oud. Iedereen is welkom, nu meer dan ooit.

Nagekomen bericht. Zie hier de terugblik op youtube van deze activiteit.

zondag 31 augustus 2014

Turbulent

We leven in een rare tijd. De wereld staat in brand. Tenminste, daar lijkt het wel op. De TV toont onthutsende beelden die dagenlang op mijn netvlies branden. Vreemd, tegelijkertijd verkopen wij bij Theaters Tilburg kaartjes en beloven ook wij u onvergetelijke momenten.  Het contrast lijkt groter dan ooit. Al is dat niet zo. Onoplosbare vraagstukken vragen om creativiteit, om verbeelding. De kracht van de kunsten schuilt voor mij altijd in het vermogen om de dingen anders te zien, vanuit een ander perspectief, door andere ogen. De waarheid bestaat niet, alleen perceptie telt. Er is altijd één oplossing meer dan je ziet. Voor grote én voor kleine problemen. Tenminste, dat geloof ik. En als je iets gelooft, dan is het zo.

Zo net na de vakantie is het voor een theaterdirecteur razend druk. We maken ons op voor een nieuw seizoen. We zien de kaartstanden en weten dat u als gast aarzelt, of op zijn minst een beetje afwacht. Was het voor het gros van de Tilburgers tien jaar geleden nog heel normaal om voor een heel seizoen theaterkaarten te kopen, nu leven we bij de waan van de dag. Dus is het voor ons zaak om zoveel mogelijk uw aandacht te trekken voor de veelbelovende voorstellingen en concerten in ons programma. Dat doen we gelukkig niet alleen. Ook de producenten zijn zich er van doordrongen dat ze zich landelijk moeten laten zien. Dus deed iedereen verschrikkelijk zijn best op de podia van de Amsterdamse UITmarkt dit weekend. Ik hoop dat u het een beetje hebt gevolgd op TV en in de kranten.

Maar goed, ik denk niet alleen aan kaartstanden, ook de veranderingen in ons gebouw vragen om aandacht. Ik ben erg benieuwd hoe u ons gerestylde restaurant gaat waarderen. Het is gewaagd dat nieuwe ontwerp, ik weet het. In economisch spannende tijden moet je bewegen. Wie stil zit wordt overreden. De Tilburgse binnenstedelijke horeca is deze maanden druk aan het investeren. Er zijn mooie plekjes bijgekomen, maar gelukkig is er maar één restaurant Lucebert. Dus kom maar eens eten, straks als u weer onze voorstellingen bezoekt.

En natuurlijk zijn ook ambtenaren, raadleden en wethouders teruggekeerd van vakantie. Om zich te storten in de voorbereidingen voor de begroting 2015. In de zomer is een perspectiefnota geschreven. Ik ben blij dat een deel van de suggesties uit mijn vorige blog aansluit op de accenten die het college legt op het terrein van cultuur. Die match is niet vreemd. Dat is het mooie van democratie, dat de mensen die we samen hebben verkozen met ons overleggen. Ja toch? Vandaar dat ik bij de inspraakavond kan bevestigen dat niet alleen ik, maar ook mijn culturele collega’s zich wel kunnen vinden in de accenten uit die nota.

Ik weet niet of u die nota heeft gelezen. De accenten zijn herkenbaar, doch daarmee niet minder belangrijk. Het gaat over talent dat de kans moet krijgen zich te ontwikkelen, over de ambitie om iedereen van dat fraais te laten genieten, over het sterk houden van de culturele voedingsbodem en tenslotte over het zichtbaar maken van het toptalent dat deze stad herbergt. Natuurlijk zijn we het daarmee eens. Al maken we ons zorgen. Want met al die bezuinigingen van de afgelopen jaren en stijgende vaste lasten is de ruimte om in te spelen op de eisen van de tijd steeds krapper geworden. We vallen nog niet om, maakt u zich geen zorgen, maar ook in de cultuursector is niets meer vanzelfsprekend.

We maken in deze tijden keuzes en concentreren onze aandacht. Wat de gezamenlijke evenementen betreft richten we ons volgende maand op de Cultuurnacht en de Dansdropping. Dat betekent dat het charmante gratis nieuwjaarsfestival Frisse Oren sneuvelt. Een simpele afweging van kosten en baten, van inspanningen versus bereik. Al doen dat soort keuzes wel pijn, de laagdrempeligheid van onze podia wordt immers aangetast. Maar goed, we laten ons niet uit het veld slaan. Binnen de nauwe marges waarbinnen we nu werken blijven we open staan voor nieuwe projecten, voor nieuwe makers op onze podia. Gelukkig heeft het college daarvoor wat middelen gereserveerd. Ze kunnen er op rekenen dat wij er, samen met de andere cultuurinstellingen uit deze stad, de schouders onder zetten. Want al zijn deze tijden turbulent en lastig te vatten, together we stand.

Oh ja, morgen mag ik namens negen Tilburgse cultuurbedrijven inspreken bij de gemeenteraad. Die tekst vindt u hier.

dinsdag 29 juli 2014

Tilburgse zomeroverpeinzingen



Ik vroeg me af. Zou zo’n nieuwe wethouder, onder haar donkerblauwe parasol aan de Middellandse zee, op dit moment ook over Tilburg nadenken? Of specifieker nog, over kunst en cultuur in deze voormalige textielstad die al jaren op zoek is naar haar ziel en zaligheid? Of die nieuwe raadsleden, die nog kort voor de vakantie beloofden dat ze alles gaan doen in het belang van Tilburg en de Tilburgers. Zouden die al afstand kunnen nemen en hun complexe verantwoordelijkheid kunnen overzien? Het heeft mij best even gekost voor ik enige notie had waar het hier om draait. En eerlijk gezegd heb ook ik zo mijn gezichtsbeperkingen, als theaterdirecteur te midden van andere worstelende culturele organisaties en festivals.

Dit najaar gaan die gemeenteraad en het college samen namelijk nadenken over de begroting 2015. En begroten, dat is in deze tijd nog knap lastig. Niet dat het hier eenvoudig is, bij Theaters Tilburg moeten we nogal wat kunstgrepen uithalen om in de zwarte cijfers te blijven. Terwijl de bijdrage van de gemeente fors is teruggesnoeid en ook ons publiek zo nu en dan behoorlijk de adem inhoudt, loopt de huur elk jaar gestaag op en zijn er kostbare nieuwe cao-afspraken gemaakt. En binnen die beperkingen zullen we toch blijven zoeken naar de fraaiste voorstellingen en concerten, bedenken we nieuwe concepten voor activiteiten en investeren we in nieuwe systemen, het restaurant en in een passende omgeving voor ons publiek.

Voor gemeenteraadsleden moet dat natuurlijk ook zoiets zijn. Aan de ene kant is er minder geld, aan de andere kant proberen ze zoveel mogelijk hun stempel te drukken op de vernieuwingen in deze stad. Nou doen zij dat natuurlijk ook niet voor zichzelf, maar voor u uiteraard. Laat dat nu bij Theaters Tilburg net zo zijn. Ook wij staan voor een publieke opdracht en betalen dat uit publieke middelen. Dus als ze mij om advies vragen, dan zou ik het wel weten. Ik zou zeven punten weten waarmee Tilburg het culturele veld en daarmee zichzelf vooruit zou helpen. Ik zal ze even noemen, bij het gesprek met de gemeenteraad dit najaar zal ik ze na overleg met mijn culturele collega’s wat verder uitwerken.

Ten eerste, hou de basis op orde. Koester hoogwaardige bestaande culturele voorzieningen zoals de podia en musea en voorkom dat zij hun werk niet goed meer kunnen doen door een te eenzijdige focus op nieuwe events op nieuwe locaties. Ten tweede, behoud structureel geld voor projecten en zoek samen met ons naar matches van dit geld met dat van andere overheden en het bedrijfsleven. Ten derde, wees ruimhartig naar initiatieven die de deelname bevorderen vooral voor kinderen en inwoners die minder makkelijk kunnen profiteren van de culturele Tilburgse verworvenheden. Ten vierde, omdat veel van ons in gemeentelijke gebouwen zijn ondergebracht, zorg dat de huur niet harder stijgt dan de inkomsten uit subsidies en publieksbestedingen. Oh ja, maak die gebouwen dan ook een beetje duurzaam en help ons bij de aanpassingen die het publiek van ons vraagt, ook als dat iets meer kost dan aanvankelijk gedacht.

Bent u er nog? Tsja, wellicht is zeven punten een beetje teveel voor een column. Maar ik heb het zojuist allemaal bedacht, dus nu wil ik het ook melden. Daarom, ten vijfde, neem citymarketing serieus en stel daarbinnen cultuur centraal. Er is in deze stad genoeg om trots op te zijn,  daar moet je wel mee durven pronken. Ten zesde, zorg voor voldoende culturele allure en excellentie. Er zijn veel grootschalige horecagedreven evenementen, daar is niets mis mee, maar ondersteun dan ook de internationale ambities van culturele basisvoorzieningen. Zodat we samen kunnen genieten van spraakmakende voorstellingen, concerten en tentoonstellingen. Oh ja, dan tenslotte als zevende, realiseer in de winter een hoogwaardig, artistiek gedreven festival van nationale allure naast de bestaande beeldbepalende festivals in voor- en najaar. Onze grootstedelijke ambities zijn met het uitblijven van de titel Culturele Hoofdstad immers niet verdampt.

U ziet, als ik het voor te vertellen had, dan zou ik het wel weten. De beste stuurlui staan aan wal. Volgende week ga ik dan eindelijk maar eens zelf op vakantie. Wellicht dat ik drijvend op mijn luchtbedje nog een schokkende ingeving krijg. Dan zal ik die later nog wel met u delen, of wie weet bel ik nog even met die wethouder die elders aan het strand ligt te zonnen

zondag 27 april 2014

De stad en het podium

Tilburgers houden wel van een feestje. De verjaardag van onze nieuwe koning werd dit jaar dan ook met volle overgave gevierd. Carnaval is hier nooit ver weg, voor schmink en pruiken is weinig aanleiding nodig. Horeca-ondernemers voldoen met alle liefde aan de vertierbehoefte van de stedelingen. Dus verrijzen met grote regelmaat podia op onze pleinen en dreunen de discobeats door de straten.

De podiumkunsten lijken populairder dan ooit. Er zijn niet alleen de hele week ’s avonds talentenjachten op TV, als we de kans krijgen klimmen we zelf op het podium of zingen we uit volle borst mee. Tilburg Zingt sluit daar prachtig op aan. Elk jaar verdringen zich duizenden mensen op de Schouwburgring voor een podium met koren en artiesten. Het credo ‘de stad als podium’ wordt letterlijk waargemaakt.

En natuurlijk kan al dat vertier soms een beetje botsen. Zeker als je om de hoek woont of het podium in je voortuin staat. Zoals bij ons. Tijdens de opbouw van het festivalterrein was Boudewijn de Groot in de schouwburgzaal zijn geluid aan het testen voor de avond. Een uitverkochte zaal in het vooruitzicht, zoals hij al jaren gewend is. De technici op straat wilden ook even checken waartoe hun installatie in staat was. Dus dreunde ‘Thriller’ door de Tilburgse binnenstad.

Maar goed, een man als De Groot heeft ook zo zijn grenzen. Geluidsgrenzen dan. Hij werd niet erg gelukkig van dat gedreun buiten. Dus meldde hij me dat hij huiswaarts zou keren als de overlast niet snel zou verdwijnen. Als directeur werd ik een beetje nerveus. Vijftienduizend luid zingende mensen voor de deur en 850 in de zaal. Zou dat wel goed gaan samen? Hoe hadden we dit eigenlijk tegelijk kunnen boeken? Oh ja, die viering van de verjaardag van de koning werd pas bekend gemaakt toen we ons programma voor het nieuwe seizoen al rond hadden. Daar viel niets meer aan te doen, zeker nu niet.

De lijntjes in Tilburg zijn kort. In no time was er een constructief gesprek over decibels en geluidsfrequenties. De batterij van boxen voor onze deur werd uitgeschakeld, de knoppen werden een beetje naar beneden geschoven, De Groot werd gerustgesteld. Even leek ‘De stad als podium’ strijdig met onze opdracht als ‘podium van de stad’, uiteindelijk kwam alles goed. Boudewijn's meest kwetsbare liedjes werden lichtjes inngevuld met de cadans van buiten. Bij ‘Het land van Maas en Waal’ zong ook in de zaal iedereen even uitzinnig mee. Om bij het verlaten van de schouwburg door een vrolijke menigte warm te worden opgevangen.

En volgend jaar? Dan gaat het helemaal goed. Ik weet het al, het programma 14/15 is rond. Stiekem heb ik al een eerste druk van de brochure op mijn bureau liggen. U moet zelf nog tot dinsdag wachten. Dan presenteert Roeland Kooijmans samen met vele anderen de reeks van concerten en voorstellingen die we in het vooruitzicht hebben. En ik zal u vast verklappen, op 26 april 2015 zijn wij ’s avonds gesloten en zingen we uit volle borst mee. Want ook wij houden wel van een feestje bij Theaters Tilburg.

zondag 10 november 2013

De Tilburgse theatermachine

Je mist meer dan je ziet. Soms kan ik het activiteitenniveau van Theaters Tilburg gewoonweg niet bijbenen. Neem nu afgelopen week. Er is deze week hard gewerkt door Het Zuidelijk Toneel in de concertzaal. Leen Braspenning zag in Peerke Donders een inspiratiebron. Zij ging op onderzoek uit en maakte en regisseerde een toneelstuk. Zij liet zien dat de concertzaal in de nieuwe setting ook kan worden gebruikt voor een heel eigen vorm van totaaltheater. De wanden van de zaal fungeerde als een groot Imax-scherm voor haar projecties, het decor liep tot diep in de zaal door. ‘Peerke, een icoon’ was een gewaagde en indrukwekkende voorstelling in een unieke setting die het de acteurs niet makkelijk maakte.

Tegelijkertijd was in de schouwburg het circus rond Ellen ten Damme neergestreken. Een heel ander spektakel met Ellen als zinderend middelpunt van een show met acrobaten, muzikanten en dansers. Na een publieksvoorstelling vrijdag was er gisteren een besloten avond voor de bedrijvenclub van de schouwburg. De ondernemers  van de stichting KOBra nodigden elk tien gasten uit voor een gala. Dus stond ook ik in smoking met strikje aan de voordeur. Dat komt overigens vaker voor. In de twee jaar dat ik in Tilburg werk heb ik die outfit al vaker aan gedaan dan in de tien jaar daarvoor. En ik vind het heerlijk. Al die opgedirkte gasten met glimmende schoenen, kekke jurkjes en nieuwe kapsels. De show van Ellen was helemaal raak. Iedereen begaf zich rond elven keurig naar de tot discotheek omgetoverde Studiozaal.

Door ons personeel wordt de schouwburg wel eens geringschattend de ‘Sjouwburg’ genoemd. Er wordt namelijk nogal wat afgesleept met dat fraaie meubilair. Om ruimte te bieden aan al die gasten werden gisteren alle stoelen verwijderd en tilden we veel van de designmeubeltjes naar veiliger plekken in het gebouw. Tot diep in de nacht werd er gefeest aan de Schouwburgring. Vaak zeg ik dat Theaters Tilburg voor bewoners en bedrijven de meest belangwekkende culturele ontmoetingsplek is van Midden-Brabant. Dat is natuurlijk niet altijd zo, maar gisteren wel degelijk.  Al moeten we daar natuurlijk wel wat voor doen, hulde aan alle medewerkers die er steeds maar weer de schouders onder zetten.

In deze maanden is Theaters Tilburg een soort machine, een theatermachine. Een gebouw dat zich steeds weer bliksemsnel aanpast aan de eisen van de activiteiten en de gasten. Terwijl u rustig sliep, werd er hier keihard doorgewerkt. Zaterdagnacht werd er namelijk niet alleen gefeest. In de concertzaal werd het fraaie decor weer afgebroken. De discotheek in de Studio werd weer teruggebouwd tot kleine zaal. Om half elf vanmorgen verschenen onze eerste gasten alweer. Dit keer elk met hun eigen yogamatje. Om deel te nemen aan de lessen yoga op klassieke muziek.

We ontvangen op één dag soms zoveel verschillende soorten gasten. Terwijl ik dit schrijf op een lome zondagmiddag genieten jonge gezinnen van ‘Het paard dat vliegt’ in de Studio en een wat ouder publiek in de wederom omgebouwde concertzaal van ‘Het Ruysdaelkwartet’.  En Ellen rekt zich vast uit om vanavond weer een uitverkocht huis uit de bol te laten gaan in de schouwburgzaal. Ik zal er niet zijn. Net als u mis ik meer dan ik kan zien. Terwijl u en ik straks slapen, tillen onze technici het decor van Cirque Stilleto weer in de vrachtwagen. Het is nog lang geen zomer, onze theatermachine staat voorlopig niet stil.

woensdag 9 oktober 2013

Het A-merk

Al denk je nog zo slim te zijn, af en toe moet je weer eens op cursus. Deze week volgde ik een korte cursus over merken. Of specifieker nog, hoe je als organisatie een A-merk wordt. Of blijft natuurlijk, als je in de gelukkige omstandigheid verkeert dat al te zijn. Want voor Theaters Tilburg neem ik gemakshalve maar even aan dat we dat zijn, een A-merk. Net zoals 013 en De Efteling bijvoorbeeld. Tijdens die cursus kwam ik er achter dat dit helemaal niet zo vanzelfsprekend is. En dat de beleving van een merk vrijwel continu van binnenuit en buitenaf wordt bedreigd. Denk maar eens aan de kwetsbaarheid van Hogeschool Inholland, of de technische ontwikkelingen die merken als Kodak of Remmington inhaalden.

Binnen Theaters Tilburg zijn ‘gastvrijheid, kwaliteit en innovatie’ kernwaarden. Steeds weer opnieuw denken we na of datgene wat we doen aan die waarden voldoet. Zo trainen we ons team in klantvriendelijkheid en denken we voor onze balie of de nieuwe website goed na of u er wel mee uit de voeten kan. En hebben we een passend antwoord als zaken anders uitpakken dan we samen hadden gedacht. En al spreekt het wellicht voor zich, in alles wat we doen staat kwaliteit voorop. Dus selecteren we in elk genre de voorstellingen waarvan wij denken dat ze hoogwaardig zijn en legt de chefkok van restaurant Lucebert zijn lat steeds weer net iets hoger. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet.

Ook de term ‘innovatie’ wordt door elk bedrijf in de mond genomen, daar gaat het dus niet om. Het gaat er om wat je ermee doet. In ons geval zoeken we steeds weer naar nieuw aanbod en nieuwe formules. Dat ziet u bijvoorbeeld terug in de Yogaconcerten, in De Toegift of in de samenwerking met Festival Incubate een paar weken terug. We willen u steeds weer meenemen, steeds weer iets laten ervaren dat net iets anders is dan u had verwacht. Zonder u teveel te confronteren of teleur te stellen. Want dan bent u nog verder van huis, en wij ook. Zo proberen we soms nieuwe dingetjes uit die misschien minder rijmen met uw verwachting. Zoals de nieuwe snoepkraam in de foyer of de stickers op de ramen voor de première van Flashdance. Dat horen we dan graag van u. Want wie weet beslissen we binnenkort toch om dat dan weer anders te doen, of beter zelfs.

Ik leerde ook dat het weliswaar goed is als je die kernwaarden kan benoemen en kan laten zien hoe je dat doet, maar dat het nog belangrijker is dat u dat als onze gast ook ziet. Ofwel, ze moeten dusdanig onderscheidend,  relevant en geloofwaardig zijn dat ze worden herkend in alles wat je doet. Op z’n Engels noemden ze dat ‘living the brand’.

Aan het einde van de dag bespraken we de stelling dat de naam en het merkbeeld van een bedrijf perfect moet samenvallen met de identiteit en de waarde die dat heeft voor de gasten. Daar stond ik wel even met een mond vol tanden. Want is Theaters Tilburg wel wat je op basis van de naam zou vermoeden? We runnen immers geen theaters, maar de schouwburg en concertzaal van Tilburg. In die schouwburg hebben we een grote en een kleine zaal, maar ook een heel goed restaurant. Maar ja, om dat nou ‘theaters’ te noemen. En om de verwarring nog groter te maken ligt Theaters Tilburg aan de Schouwburgring naast parkeergarage Schouwburg. Op de gevel staat in neonletters 'schouwburg tilburg' en 'studio', voor 'concertzaal' op dat andere gebouw moet je goed kunnen zoeken.

De docent noemde dat met een mooi woord ‘merkverwarring’. Hij had meteen een reeks herkenbare voorbeelden van merken die een andere naam hebben gekozen en die na een aantal naamwisselingen er soms jaren later voor kozen hun oude naam terug aan te nemen. Ik zeg niet dat we dat gaan doen. Maar ik vraag me af of er iemand is die in verwarring wordt gebracht als we vanaf morgen ‘schouwburg en concertzaal tilburg’ zouden heten. Ik vertrouw er maar op dat u desondanks heel goed weet waar we voor staan en waar we voor gaan. A rose by any other name would smell as sweet. Wie schreef dat nu ook al weer?

zondag 8 september 2013

Sa ist en net oars


2018Eindhoven | BrabantVandaag werd ik gebeld door een journalist. Afgelopen vrijdag besloot een internationale jury dat Leeuwarden in 2018, samen met Malta, Europese Culturele Hoofdstad zal zijn. Dus wilde hij weten wat het voor Theaters Tilburg betekent dat die titel aan ons voorbij gaat. Tsja, daar vraag je me wat. Ik ben de teleurstelling amper te boven moet ik bekennen. Het is als een droom die plots als een zeepbel uiteenspat. Het ene moment leef je in een wereld van fraaie plannen en grootse verwachtingen, het andere moment sta je weer met twee voeten op de Brabantse grond.


Culturele hoofdstad was een gezamenlijke stip aan de culturele horizon. Een positieve, samenbindende kracht in een tijd dat er binnen culturele instellingen fors wordt bezuinigd. In Tilburg is er dit en vorig jaar geld vrijgemaakt om festivals zoals Mundial en Incubate in de opmaat naar de Europese titel groter en internationaler te maken. Daarnaast was er circus met kinderen in de wijken, zochten we naar een overtuigende culturele aanvulling op de Tilburgse Kermis en toog Het Zuidelijk Toneel met Fontysstudenten naar onze zusterstad Chanzhou.

Is dat allemaal voor niets geweest dan? Natuurlijk niet. Er zijn samenwerkingsverbanden gesmeed die de basis zullen vormen voor nieuwe belangwekkende projecten in de komende jaren. Ook zonder die Europese titel. Op een tweet waarin ik mijn teleurstelling uitte, reageerde iemand dat het überhaupt geldverspilling is, dat hele idee van Culturele Hoofdstad. Hoe kortzichtig kan je zijn. In de wereld waarin we nu leven is creativiteit de belangrijkste grondstof. Een steeds groter deel van ons bruto nationaal product is rechtstreeks afhankelijk van ons innovatief en creatief vermogen. En geen kracht is groter dan die van de verbeelding. Kunst laat ons inzien dat het altijd anders kan. Dat er tenminste altijd één uitweg meer is dan je ziet.

Dus kunnen we in 2018 ook zonder die titel. In Brabant weten we elkaar toch wel te vinden. Voor sterke plannen is altijd geld te vinden. Natuurlijk niet zoveel als waar we van droomden, maar we zijn creatief genoeg om ook daar weer een uitweg voor te vinden. Dus gaan we onverschrokken voort met het versterken van onze festivals, de samenwerking tussen talenvolle makers en podia en de ontwikkeling van projecten in de wijken. En ja, daarvoor is geld nodig. Er is de afgelopen jaren structureel drie miljoen euro per jaar uit het Tilburgse cultuurbudget gestreept. Het zou helpen als tenminste een deel van het gereserveerde budget voor 2018 hierin wordt geïnvesteerd.

Terwijl ik dit opschreef dacht ik aan het project Nieuwe Liefde dat op dit moment over onze stad wordt uitgerold. Weer zo’n fraai voorbeeld van samenwerking tussen maatschappelijke en culturele instellingen. In de geest van dat project vroeg ik me af of er ook zoiets bestaat als ‘interstedelijke barmhartigheid’. Want ik gun Leeuwarden die titel van harte. Als ik het op landsniveau bekijk dan begrijp ik die jury wel. Een culturele en economische impuls in het Noorden van ons land zal van grotere betekenis zijn dan hier in het (cultureel) rijke Zuiden. Dus overwin ik mijn teleurstelling en feliciteer ik de Friezen met hun overwinning. Sa ist en net oars, want as 't oars wie, wie t net sa.

En wij? Wij weten dat het altijd anders kan, hier in Brabant, want hier brandt het licht.

maandag 24 juni 2013

Het straathondje van Brabant

“Ik vind het eigenlijk niet zo erg dat Tilburg het straathondje is van Brabant. Het is niet het mooiste hondje, maar wel het leukste.” Sommige spreuken kunnen zo op een tegeltje. Er zijn mensen die erin grossieren. Deze uitspraak is van Marc-Marie Huijbregts. Ik overviel hem een beetje met mijn verzoek om me te helpen met een filmpje voor culturele hoofdstad. Want eerlijk gezegd had hij daar nog nooit over nagedacht. Terwijl wij er hier en in de andere Brabantse steden toch redelijk druk mee in de weer zijn de afgelopen tijd. Het zogenaamde ‘bidbook’ was een eerste zichtbaar resultaat. Dat boek met projecten in en om Eindhoven steekt knap in elkaar, we hebben er in de strijd om de titel toch maar mooi Utrecht en Den Haag mee verslagen. Nu verder voor de hoofdprijs.

Maar goed, die Marc-Marie. Hij was een paar weken terug toch in huis dus mocht ik hem wel een paar vragen stellen. Dat deed ik voor een filmpje dat een beeld schetst van de positie van Tilburg in dat hele selectietraject. Met antwoorden op vragen die gewone mensen zichzelf stellen over dit onderwerp. Hoe dat dan werkt zo’n culturele hoofdstad. En wat je er eigenlijk aan hebt als regio. Of het niet oneerlijk is dat Eindhoven in die hele competitie dan voorop mag lopen. Hoe we daar nu dan al mee bezig zijn, terwijl het pas over vijf jaar zover is. We hebben er de mensen voor gesproken die nu al aan het oefenen zijn, de organisatoren van de zogenaamde opmaatprojecten.

Vorige week kwam Rob van Gijzel naar de Studio om samen met leden van de Tilburgse gemeenteraad van gedachten te wisselen over de plannen voor culturele hoofdstad. We draaiden de trailer en ik mocht een kort gesprekje doen met Matthijs Rümke. Dit keer trad hij op in de rol van artistiek adviseur van het projectbureau culturele hoofdstad. Hij is gelukkig weer aan de beterende hand, die Matthijs, en hij wist met enthousiasme een perspectief op de gezamenlijke toekomst te schetsen. Vervolgens kwamen natuurlijk de kritische vragen. Die Eindhovense burgemeester was niet voor niets naast onze eigen burgervader Noordanus en wethouder Frenk gaan zitten.

De kern van het vraagstuk zit ‘m natuurlijk in de verhouding tussen die steden. Hoe loyaal kan de ene stad zijn aan de andere. Wat heb je voor elkaar over? Want het spreekt voor zich dat Eindhoven het meest profiteert van die Europese titel. Toch kan dat het probleem niet zijn. Het wil immers niet zeggen dat niet de hele regio er beter van wordt. Dat die titel bijdraagt aan de verschuiving van de balans binnen Nederland. Dat deze regio nu eenmaal steeds creatiever en innovatiever lijkt te worden en dat we daar allemaal een beetje vrolijker van worden. Dat wist die mijnheer Van Gijzel allemaal heel oprecht en knap te verwoorden. Notoire sceptici konden hun sympathie voor deze man met een missie niet verhullen.

Het blijft nog even spannend, al weet de jury het natuurlijk al lang. Op 6 september 2013 weten wij het ook. Meteen daarna zullen de discussies over de verdeling van die honderdveertig miljoen de kop opsteken. Binnenshuis natuurlijk, niet op straat. Want daar zei Marc-Marie ook nog iets fraais over, al kwam dat niet in ons promofilmpje. ”Het is met die Brabantse steden net als bij ons moeder thuis. Achter de voordeur slaan we mekaar de kop in, maar buiten niet, daar staan we voor mekaar in. Waag het eens een vinger uit te steken naar mijn zus, ik sla oe op oew bakkes.” Blijkbaar maakt het niet uit of dat zusje de knapste is, of de lelijkste. Verbroedering overstijgt schoonheid, dat komt in het geval van Tilburg toch maar mooi uit.

Het filmpje vind je op www.2018eindhoven.eu en natuurlijk ook via de link hier.

zaterdag 28 april 2012

Spannender en nieuwer

Weet u het nog, de eerste keer? Die onzekerheid, die spanning? Voor alles is een eerste keer. Probeer het nog eens terug te halen, dat moment waarop u voor het eerst in het theater zat. Dat u zich bewust werd dat een orkest altijd stereo is, ook zonder koptelefoon. Of toneel altijd 3D, zonder brilletje. De belevenis is het grootst als je iets niet eerder hebt meegemaakt. Daarna komt de herhaling. Theaters Tilburg is al meer dan vijftig jaar het podium van de stad. De plek waar je in Midden-Brabant moet zijn voor belangwekkende theater- en muziekuitvoeringen. Al meer dan vijftig jaar een vaste relatie met de stad en de mensen die er wonen. Ik weet niet of en hoelang u al samen bent, maar probeert u het maar eens net zo spannend te houden als die eerste keer.

Gelukkig staat Tilburg niet stil. En haar theater dus ook niet. Elk voorjaar brengen we een nieuw programma met meer dan driehonderd voorstellingen en concerten. En dat programma vormt steeds weer een spiegel van de tijd waarin we leven. Natuurlijk, er zijn vaste waarden zoals hoogwaardige symfonieën van bekende componisten, klassiekers in het repertoiretoneel en grote namen uit de muziek en het cabaret. Toch zijn die uitvoeringen steeds weer net iets anders dan die u eerder beleefde. Muziek en theater draait immers om echte mensen. Musici en acteurs met plankenkoorts, dromend van successen, vrezend voor blunders. Theaters Tilburg biedt u ook nieuwe dingen die u gegarandeerd nooit eerder zag of hoorde. Dans uit Vietnam, theateracrobatiek uit Duitsland, de stand-up filosofie van een pientere dame uit Den Haag en de ronkende violen van een vernieuwend strijkkwartet.

Voor mij als nieuwe directeur is het natuurlijk superspannend. Het is mijn eerste keer in Tilburg. Dus draai ik me nog eens om in mijn bedje ’s avonds. Beantwoordt dit fraaie programma aan uw verwachtingen? Gaat u even veel kaartjes kopen als u dat voorheen deed? Laat u zich afschrikken door politieke en economische malheur? Of maak ik mij voor niets zorgen. Profiteert u van het lage BTW-tarief op onze kaartjes, heeft u het volste vertrouwen in onze keuze en ziet u net als wij uit naar een prachtig nieuw seizoen? Daar heeft u immers alle reden toe. We beloven dat we u net als ten tijde van mijn grote voorganger Leo Pot gastvrij zullen ontvangen. We zorgen goed voor u in onze foyers. En we zoeken naar  sferen om het u nog net iets meer naar de zin te maken. Zodat u nog even wat langer bij ons blijft.

En we gaan nieuwe dingen uitproberen. Zo presenteer ik zelf een serie concerten van Amsterdam Sinfonietta en produceren we een hippe serie avonden met Fontys en Het Zuidelijk Toneel in de Studio. Daar blijft het niet bij. We brengen ook onze eigen Comedy-nights en gaan elke eerste zondag van de maand een culturele talkshow maken met Roeland Kooijmans. Eerlijk gezegd kan ik niet wachten tot het weer september is. Maar goed, gaat u nu eerst maar eens op uw gemak dat nieuwe programma doorbladeren. Het vergt het nodige talent om dat samen te stellen, maar voor u als bezoeker immers ook het nodige talent om te kiezen.

En, oh ja. Wie die jongeman is op de cover van het seizoensmagazine? Dat is de violist Oene van Geel van het illustere kwartet Zapp4, hij staat symbool voor een nieuwe wind die waait in de Concertzaal Tilburg. Maar dat is een verhaal dat ik u een volgende keer ga vertellen. Als je een vaste relatie spannend wil houden helpt het als je nog even wat nieuwe verhalen voor je houdt, ja toch?

vrijdag 16 september 2011

De nieuwe stad

Ik zal het u meteen bekennen, Tilburg was voor mij geen liefde op het eerste gezicht. Als Eindhovenaar had ik als tiener wel een beeld, al kwam ik hier maar heel af en toe. Nu ik hier dagelijks rondloop blijkt de werkelijkheid anders. Natuurlijk, de stad is geen schoonheid in de klassieke zin van het woord. Met steden is het soms net als met mensen, de ware schoonheid zit binnenin. Om dat te zien, dat kost nu eenmaal wat meer tijd. Ik ben nog maar een paar weken binnen en er begint zich al iets van een verliefdheid te ontwikkelen. Er speelt hier van alles, het bruist, maar ik kan het nog niet doorgronden.
Als nieuwe man bij Theaters Tilburg wil ik de stad en haar inwoners graag leren kennen. Dus doe ik zo mijn verkenningsrondjes. Eerst in eigen huis, om eens te zien hoe het reilt en zeilt bij de schouwburg en de concertzaal. En bij het Midi-theater, dat nog honderd dagen onder onze hoede valt. Zonder er ook maar iets aan te hebben bijgedragen ben ik trots op het programma dat we in het nieuwe seizoen gaan brengen. En trots op de fraaie gebouwen waarin dat allemaal staat te gebeuren. En als bezoeker heeft u al jaren in de gaten dat Theaters Tilburg sterke mensen heeft op de juiste plek. Daar kom ik nu dus ook achter. Een waardevolle erfenis van mijn voorganger Leo Pot, die hier twintig jaar lang de scepter zwaaide.
Het was wel een rare tijd om in Tilburg te beginnen. Niet alleen omdat het nog zo stil is in huis. Dat hoort nu eenmaal bij een theater in de zomer. Nee, het was vooral het overlijden van 013-baas Guus van Hove dat de stemming bepaalde. Ook ik werd stil van dit nare bericht en stond stil langs de kant bij de herdenkingsdienst. De schok davert nog een tijdje na, al herneemt eenieder zich wonderwel. Dat bewijst het festival Incubate wel deze week. Eigenzinnigheid vult de straten en podia in de stad. De stilte wordt verdrongen door pianomuziek tot ´s avonds laat op elke straathoek van het centrum. Terwijl het Brabants Orkest vanavond voor het eerst dit seizoen de concertzaal bespeelt.
Tegelijkertijd raast er al tijden een economische storm door Europa. Dat leidt tot een oneindige stroom van onheilstijdingen in de media. Met de vroegtijdige onthulling van de miljoenennota deze week als voorlopig dieptepunt. Het is niet moeilijk je in die berichtgevingen mee te laten sleuren. Het is uitdagender om te blijven werken aan een veelbelovende toekomst. Om hardop te dromen en te bedenken hoe het beter, slimmer en vooral mooier kan. Want daarvoor ben ik hier theaterdirecteur geworden. Omdat ik geloof in de kracht van de verbeelding. Omdat ik geloof dat wat er gebeurt op onze podia bijdraagt aan het geluk van de mensen in de zaal. Eigenlijk ben ik manager van een bedrijf dat onderdak biedt aan dromen. Want alles wat je hier ziet en hoort is uit het niets ontstaan. Omdat er iemand was die een idee kreeg, die hardop durfde te dromen en daar handen en voeten aan gaf.
Dus daag ik u uit. Lees geen krant, laat radio en TV uit, open de ramen en de deuren. Blijf niet thuis en ga de straat op. Geniet van wat deze stad u te bieden heeft. In de straten en op de pleinen. Want als het stormt in de wereld, dan kun je beter samen zijn. Wij bieden u onderdak, kom wegdromen hier in huis. Geniet van het vele moois dat we u te bieden hebben. Ik zal uw gastheer zijn, ik wijs u de weg, zoek me op aan de deur.