Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen

dinsdag 8 november 2016

Beste mijnheer de gedeputeerde



Vorige week zijn de adviezen van de Commissie Kunsten van de Provincie Noord-Brabant bekend geworden. Het is goed nieuws dat de provincie extra geld uittrekt voor kunst en cultuur en het is helemaal fraai dat we er dankzij de afspraak over matching ook nog eens in slagen om meer rijksgeld hiernaartoe te laten vloeien. Dat sluit aan op de ambitie om samen te werken aan de versterking van de culturele regio BrabantStad. Dit zal doorslaggevend zijn in de aanloop naar een nieuwe beleidsperiode waarin de culturele ambities van stedelijke regio’s leidend zijn bij de financiering van kunst en cultuur. Dus juichen we het net als u toe dat de wethouders van de vijf Brabantse steden in de aanloop daarnaartoe de handen ineenslaan en samen willen bouwen aan onze culturele toekomst.

Tilburg vervult in BrabantStad een cruciale rol, ook op cultureel gebied. Wij zijn een stad waar talenten worden ontdekt en opgeleid, een stad waar jonge makers een eerste stap kunnen zetten in hun professionele ontwikkeling, een stad die beschikt over actieve musea, podia en festivals om dat prille talent in een nationale en internationale context te plaatsen. Zoals met elke subsidieronde zijn er winnaars en verliezers. En al pakt dat dit keer op provinciaal niveau best aardig uit, het is opmerkelijk dat juist in Tilburg nu rake klappen vallen.
 
Wij zijn solidair met onze collega’s die in hun voortbestaan worden bedreigd en willen hen helpen hun missie te voltooien. Maar ons collectieve belang gaat verder dan dat. Het gaat er vooral om dat die keuzes ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de ontwikkeling van kunst en cultuur in BrabantStad op middellange termijn.

De ongewenste gevolgen zitten besloten in de gekozen systematiek van beoordelen en toekennen. Uw eigen commissie wees u al op de nadelen hiervan. Dus vragen we u om die individuele adviezen te heroverwegen, om vast te stellen welke besluiten op bovenstedelijk niveau tot onomkeerbare schade kunnen leiden. Natuurlijk willen we u daar als lokale professionals bij helpen. Al begrijpt u zelf ook dat de mogelijke opheffing van dansgezelschappen niet bijdraagt aan het profiel als dansstad, dat beeldend kunstenaars niet floreren zonder professionele presentatiepartners en dat het minimaliseren van beeldbepalende, grensverleggende festivals onze stad en daarmee de hele regio op achterstand zet.

Wij vragen u om vervolgens met ons en onze collega’s in gesprek te gaan en na te gaan hoe kan worden voorkomen dat die schade optreedt. Want hoe wijzelf en onze gemeente ook ons best doen, samen met Gedeputeerde Staten heeft u daarin een bepalende stem. Wij waarderen uw onaflatende inzet voor kunst en cultuur in Brabant en vragen u dit keer nog een tandje extra bij te zetten. Niet zozeer voor ons, maar bovenal voor de inwoners van de provincie waar we zo trots op zijn.

Met hartelijke groet,

Boyke Brand, Factorium Podiumkunsten
Eric Japenga, Het Zuidelijk Toneel
Errol van de Werdt, Stichting Mommerskwartier
Frans Ellenbroek, Natuurmuseum Brabant
Frens Frijns, Poppodium 013
Hendrik Driessen, Museum De Pont
Karen Neervoort, Fontys Hogeschool voor de Kunsten
Maurice Dujardin, Theater De NWE Vorst
Paul Guldemond, Jazzpodium Paradox
Peter Kok, Bibliotheek Midden-Brabant
Rob van Steen, Theaters Tilburg
Wim van Stam, DansBrabant

zondag 31 augustus 2014

Turbulent

We leven in een rare tijd. De wereld staat in brand. Tenminste, daar lijkt het wel op. De TV toont onthutsende beelden die dagenlang op mijn netvlies branden. Vreemd, tegelijkertijd verkopen wij bij Theaters Tilburg kaartjes en beloven ook wij u onvergetelijke momenten.  Het contrast lijkt groter dan ooit. Al is dat niet zo. Onoplosbare vraagstukken vragen om creativiteit, om verbeelding. De kracht van de kunsten schuilt voor mij altijd in het vermogen om de dingen anders te zien, vanuit een ander perspectief, door andere ogen. De waarheid bestaat niet, alleen perceptie telt. Er is altijd één oplossing meer dan je ziet. Voor grote én voor kleine problemen. Tenminste, dat geloof ik. En als je iets gelooft, dan is het zo.

Zo net na de vakantie is het voor een theaterdirecteur razend druk. We maken ons op voor een nieuw seizoen. We zien de kaartstanden en weten dat u als gast aarzelt, of op zijn minst een beetje afwacht. Was het voor het gros van de Tilburgers tien jaar geleden nog heel normaal om voor een heel seizoen theaterkaarten te kopen, nu leven we bij de waan van de dag. Dus is het voor ons zaak om zoveel mogelijk uw aandacht te trekken voor de veelbelovende voorstellingen en concerten in ons programma. Dat doen we gelukkig niet alleen. Ook de producenten zijn zich er van doordrongen dat ze zich landelijk moeten laten zien. Dus deed iedereen verschrikkelijk zijn best op de podia van de Amsterdamse UITmarkt dit weekend. Ik hoop dat u het een beetje hebt gevolgd op TV en in de kranten.

Maar goed, ik denk niet alleen aan kaartstanden, ook de veranderingen in ons gebouw vragen om aandacht. Ik ben erg benieuwd hoe u ons gerestylde restaurant gaat waarderen. Het is gewaagd dat nieuwe ontwerp, ik weet het. In economisch spannende tijden moet je bewegen. Wie stil zit wordt overreden. De Tilburgse binnenstedelijke horeca is deze maanden druk aan het investeren. Er zijn mooie plekjes bijgekomen, maar gelukkig is er maar één restaurant Lucebert. Dus kom maar eens eten, straks als u weer onze voorstellingen bezoekt.

En natuurlijk zijn ook ambtenaren, raadleden en wethouders teruggekeerd van vakantie. Om zich te storten in de voorbereidingen voor de begroting 2015. In de zomer is een perspectiefnota geschreven. Ik ben blij dat een deel van de suggesties uit mijn vorige blog aansluit op de accenten die het college legt op het terrein van cultuur. Die match is niet vreemd. Dat is het mooie van democratie, dat de mensen die we samen hebben verkozen met ons overleggen. Ja toch? Vandaar dat ik bij de inspraakavond kan bevestigen dat niet alleen ik, maar ook mijn culturele collega’s zich wel kunnen vinden in de accenten uit die nota.

Ik weet niet of u die nota heeft gelezen. De accenten zijn herkenbaar, doch daarmee niet minder belangrijk. Het gaat over talent dat de kans moet krijgen zich te ontwikkelen, over de ambitie om iedereen van dat fraais te laten genieten, over het sterk houden van de culturele voedingsbodem en tenslotte over het zichtbaar maken van het toptalent dat deze stad herbergt. Natuurlijk zijn we het daarmee eens. Al maken we ons zorgen. Want met al die bezuinigingen van de afgelopen jaren en stijgende vaste lasten is de ruimte om in te spelen op de eisen van de tijd steeds krapper geworden. We vallen nog niet om, maakt u zich geen zorgen, maar ook in de cultuursector is niets meer vanzelfsprekend.

We maken in deze tijden keuzes en concentreren onze aandacht. Wat de gezamenlijke evenementen betreft richten we ons volgende maand op de Cultuurnacht en de Dansdropping. Dat betekent dat het charmante gratis nieuwjaarsfestival Frisse Oren sneuvelt. Een simpele afweging van kosten en baten, van inspanningen versus bereik. Al doen dat soort keuzes wel pijn, de laagdrempeligheid van onze podia wordt immers aangetast. Maar goed, we laten ons niet uit het veld slaan. Binnen de nauwe marges waarbinnen we nu werken blijven we open staan voor nieuwe projecten, voor nieuwe makers op onze podia. Gelukkig heeft het college daarvoor wat middelen gereserveerd. Ze kunnen er op rekenen dat wij er, samen met de andere cultuurinstellingen uit deze stad, de schouders onder zetten. Want al zijn deze tijden turbulent en lastig te vatten, together we stand.

Oh ja, morgen mag ik namens negen Tilburgse cultuurbedrijven inspreken bij de gemeenteraad. Die tekst vindt u hier.

dinsdag 29 juli 2014

Tilburgse zomeroverpeinzingen



Ik vroeg me af. Zou zo’n nieuwe wethouder, onder haar donkerblauwe parasol aan de Middellandse zee, op dit moment ook over Tilburg nadenken? Of specifieker nog, over kunst en cultuur in deze voormalige textielstad die al jaren op zoek is naar haar ziel en zaligheid? Of die nieuwe raadsleden, die nog kort voor de vakantie beloofden dat ze alles gaan doen in het belang van Tilburg en de Tilburgers. Zouden die al afstand kunnen nemen en hun complexe verantwoordelijkheid kunnen overzien? Het heeft mij best even gekost voor ik enige notie had waar het hier om draait. En eerlijk gezegd heb ook ik zo mijn gezichtsbeperkingen, als theaterdirecteur te midden van andere worstelende culturele organisaties en festivals.

Dit najaar gaan die gemeenteraad en het college samen namelijk nadenken over de begroting 2015. En begroten, dat is in deze tijd nog knap lastig. Niet dat het hier eenvoudig is, bij Theaters Tilburg moeten we nogal wat kunstgrepen uithalen om in de zwarte cijfers te blijven. Terwijl de bijdrage van de gemeente fors is teruggesnoeid en ook ons publiek zo nu en dan behoorlijk de adem inhoudt, loopt de huur elk jaar gestaag op en zijn er kostbare nieuwe cao-afspraken gemaakt. En binnen die beperkingen zullen we toch blijven zoeken naar de fraaiste voorstellingen en concerten, bedenken we nieuwe concepten voor activiteiten en investeren we in nieuwe systemen, het restaurant en in een passende omgeving voor ons publiek.

Voor gemeenteraadsleden moet dat natuurlijk ook zoiets zijn. Aan de ene kant is er minder geld, aan de andere kant proberen ze zoveel mogelijk hun stempel te drukken op de vernieuwingen in deze stad. Nou doen zij dat natuurlijk ook niet voor zichzelf, maar voor u uiteraard. Laat dat nu bij Theaters Tilburg net zo zijn. Ook wij staan voor een publieke opdracht en betalen dat uit publieke middelen. Dus als ze mij om advies vragen, dan zou ik het wel weten. Ik zou zeven punten weten waarmee Tilburg het culturele veld en daarmee zichzelf vooruit zou helpen. Ik zal ze even noemen, bij het gesprek met de gemeenteraad dit najaar zal ik ze na overleg met mijn culturele collega’s wat verder uitwerken.

Ten eerste, hou de basis op orde. Koester hoogwaardige bestaande culturele voorzieningen zoals de podia en musea en voorkom dat zij hun werk niet goed meer kunnen doen door een te eenzijdige focus op nieuwe events op nieuwe locaties. Ten tweede, behoud structureel geld voor projecten en zoek samen met ons naar matches van dit geld met dat van andere overheden en het bedrijfsleven. Ten derde, wees ruimhartig naar initiatieven die de deelname bevorderen vooral voor kinderen en inwoners die minder makkelijk kunnen profiteren van de culturele Tilburgse verworvenheden. Ten vierde, omdat veel van ons in gemeentelijke gebouwen zijn ondergebracht, zorg dat de huur niet harder stijgt dan de inkomsten uit subsidies en publieksbestedingen. Oh ja, maak die gebouwen dan ook een beetje duurzaam en help ons bij de aanpassingen die het publiek van ons vraagt, ook als dat iets meer kost dan aanvankelijk gedacht.

Bent u er nog? Tsja, wellicht is zeven punten een beetje teveel voor een column. Maar ik heb het zojuist allemaal bedacht, dus nu wil ik het ook melden. Daarom, ten vijfde, neem citymarketing serieus en stel daarbinnen cultuur centraal. Er is in deze stad genoeg om trots op te zijn,  daar moet je wel mee durven pronken. Ten zesde, zorg voor voldoende culturele allure en excellentie. Er zijn veel grootschalige horecagedreven evenementen, daar is niets mis mee, maar ondersteun dan ook de internationale ambities van culturele basisvoorzieningen. Zodat we samen kunnen genieten van spraakmakende voorstellingen, concerten en tentoonstellingen. Oh ja, dan tenslotte als zevende, realiseer in de winter een hoogwaardig, artistiek gedreven festival van nationale allure naast de bestaande beeldbepalende festivals in voor- en najaar. Onze grootstedelijke ambities zijn met het uitblijven van de titel Culturele Hoofdstad immers niet verdampt.

U ziet, als ik het voor te vertellen had, dan zou ik het wel weten. De beste stuurlui staan aan wal. Volgende week ga ik dan eindelijk maar eens zelf op vakantie. Wellicht dat ik drijvend op mijn luchtbedje nog een schokkende ingeving krijg. Dan zal ik die later nog wel met u delen, of wie weet bel ik nog even met die wethouder die elders aan het strand ligt te zonnen

zondag 27 april 2014

De stad en het podium

Tilburgers houden wel van een feestje. De verjaardag van onze nieuwe koning werd dit jaar dan ook met volle overgave gevierd. Carnaval is hier nooit ver weg, voor schmink en pruiken is weinig aanleiding nodig. Horeca-ondernemers voldoen met alle liefde aan de vertierbehoefte van de stedelingen. Dus verrijzen met grote regelmaat podia op onze pleinen en dreunen de discobeats door de straten.

De podiumkunsten lijken populairder dan ooit. Er zijn niet alleen de hele week ’s avonds talentenjachten op TV, als we de kans krijgen klimmen we zelf op het podium of zingen we uit volle borst mee. Tilburg Zingt sluit daar prachtig op aan. Elk jaar verdringen zich duizenden mensen op de Schouwburgring voor een podium met koren en artiesten. Het credo ‘de stad als podium’ wordt letterlijk waargemaakt.

En natuurlijk kan al dat vertier soms een beetje botsen. Zeker als je om de hoek woont of het podium in je voortuin staat. Zoals bij ons. Tijdens de opbouw van het festivalterrein was Boudewijn de Groot in de schouwburgzaal zijn geluid aan het testen voor de avond. Een uitverkochte zaal in het vooruitzicht, zoals hij al jaren gewend is. De technici op straat wilden ook even checken waartoe hun installatie in staat was. Dus dreunde ‘Thriller’ door de Tilburgse binnenstad.

Maar goed, een man als De Groot heeft ook zo zijn grenzen. Geluidsgrenzen dan. Hij werd niet erg gelukkig van dat gedreun buiten. Dus meldde hij me dat hij huiswaarts zou keren als de overlast niet snel zou verdwijnen. Als directeur werd ik een beetje nerveus. Vijftienduizend luid zingende mensen voor de deur en 850 in de zaal. Zou dat wel goed gaan samen? Hoe hadden we dit eigenlijk tegelijk kunnen boeken? Oh ja, die viering van de verjaardag van de koning werd pas bekend gemaakt toen we ons programma voor het nieuwe seizoen al rond hadden. Daar viel niets meer aan te doen, zeker nu niet.

De lijntjes in Tilburg zijn kort. In no time was er een constructief gesprek over decibels en geluidsfrequenties. De batterij van boxen voor onze deur werd uitgeschakeld, de knoppen werden een beetje naar beneden geschoven, De Groot werd gerustgesteld. Even leek ‘De stad als podium’ strijdig met onze opdracht als ‘podium van de stad’, uiteindelijk kwam alles goed. Boudewijn's meest kwetsbare liedjes werden lichtjes inngevuld met de cadans van buiten. Bij ‘Het land van Maas en Waal’ zong ook in de zaal iedereen even uitzinnig mee. Om bij het verlaten van de schouwburg door een vrolijke menigte warm te worden opgevangen.

En volgend jaar? Dan gaat het helemaal goed. Ik weet het al, het programma 14/15 is rond. Stiekem heb ik al een eerste druk van de brochure op mijn bureau liggen. U moet zelf nog tot dinsdag wachten. Dan presenteert Roeland Kooijmans samen met vele anderen de reeks van concerten en voorstellingen die we in het vooruitzicht hebben. En ik zal u vast verklappen, op 26 april 2015 zijn wij ’s avonds gesloten en zingen we uit volle borst mee. Want ook wij houden wel van een feestje bij Theaters Tilburg.

woensdag 26 februari 2014

Podium der zotheid

Afgelopen zondag sprak Julius Caesar's opponent Brutus zijn volk toe in de NWE Vorst. Een straf betoog van een man die geen weerwoord duldt. Wereldtoneel, het leek me verdorie Janoekovitsj in Kiev wel. Al kunnen woorden niet doden, die Brutus was maar spel. Een geloofwaardig spel, dat dan weer wel. Han Kerckhoffs liet een voorproefje zien van de voorstelling die over een week of twee bij ons in première gaat.  In de tussentijd gaan we hier in Tilburg heel andere dingen doen. Hoewel, ook tijdens de carnaval zijn de ‘Leuteraars’ rap van tong en zijn de podiumkunsten bij ons in huis in goede handen. De verdringing van ons cultureel programma gaat stap voor stap. Terwijl we ons maandag in de concertzaal vergaapten aan het kloeke vioolspel van Anthony Marwood in de kamermuziekserie Souvenir, oefende het orkest onder leiding van Marcel Geraeds voor het Kruikenconcert in de schouwburg. Na nog een dag stevig doorwerken brengen ze vanavond met vele muzikale gasten het concert ‘De Vier Seizoenen’, inclusief Vivaldi uiteraard.

Met carnaval bieden we een podium aan de zotheid in alle zalen. Naast de Kruikenconcerten en het Seniorenconcert (met dit jaar Dries Roelvink als held op leeftijd) in de schouwburg en de feesten in de foyers, benutten we dit jaar de concertzaal als VIP-lounge. De kleurigste zaal van de stad, gehuld in oranje en groen. Een hele grote lounge inderdaad, want we verwachten dan ook heel wat belangrijke mensen. Die leggen we in de watten met lekker eten van de koks van Lucebert en bier, veel bier. Nou ja, we, we, ik bedoel de Carnavalsstichting Tilburg en De Flepsteppers. Die nemen deze dagen eigenlijk de macht van me over. Ik mag wel komen hoor, dat nog wel. Maar dan moet ik wel net als vorig jaar “m’n pekske oan” en steek ik af en toe met “onze Guus” de “hendjes de lucht in”.

De hoge cultuur wordt in deze dagen uit de stad verbannen. Het lukte ons trouwens toch al niet om onder de aandacht te blijven van het publiek. De sociale media worden een arena van politieke oneliners en snedige opmerkingen, landelijke kopstukken schuiven plots lokaal toegewijd aan in collegezalen. De verantwoorde posters van Amsterdam Sinfonietta en Het Zuidelijk Toneel zijn in het straatbeeld ondergesneeuwd. Het verkiezingscircus eist zijn tol, politieke leiders worden op kleurige platen als nieuwe heersers geportretteerd. Of als guitige cabaretiers, het is maar hoe en naar wie je kijkt. In de debatten voeren ze een voor een het hoogste woord. Het is een spel voor het onwetende volk. Wat een zotheid, wacht maar tot ze aan de macht zijn. Sticks and stones will break my bones, but words will truly harm me.

maandag 24 juni 2013

Het straathondje van Brabant

“Ik vind het eigenlijk niet zo erg dat Tilburg het straathondje is van Brabant. Het is niet het mooiste hondje, maar wel het leukste.” Sommige spreuken kunnen zo op een tegeltje. Er zijn mensen die erin grossieren. Deze uitspraak is van Marc-Marie Huijbregts. Ik overviel hem een beetje met mijn verzoek om me te helpen met een filmpje voor culturele hoofdstad. Want eerlijk gezegd had hij daar nog nooit over nagedacht. Terwijl wij er hier en in de andere Brabantse steden toch redelijk druk mee in de weer zijn de afgelopen tijd. Het zogenaamde ‘bidbook’ was een eerste zichtbaar resultaat. Dat boek met projecten in en om Eindhoven steekt knap in elkaar, we hebben er in de strijd om de titel toch maar mooi Utrecht en Den Haag mee verslagen. Nu verder voor de hoofdprijs.

Maar goed, die Marc-Marie. Hij was een paar weken terug toch in huis dus mocht ik hem wel een paar vragen stellen. Dat deed ik voor een filmpje dat een beeld schetst van de positie van Tilburg in dat hele selectietraject. Met antwoorden op vragen die gewone mensen zichzelf stellen over dit onderwerp. Hoe dat dan werkt zo’n culturele hoofdstad. En wat je er eigenlijk aan hebt als regio. Of het niet oneerlijk is dat Eindhoven in die hele competitie dan voorop mag lopen. Hoe we daar nu dan al mee bezig zijn, terwijl het pas over vijf jaar zover is. We hebben er de mensen voor gesproken die nu al aan het oefenen zijn, de organisatoren van de zogenaamde opmaatprojecten.

Vorige week kwam Rob van Gijzel naar de Studio om samen met leden van de Tilburgse gemeenteraad van gedachten te wisselen over de plannen voor culturele hoofdstad. We draaiden de trailer en ik mocht een kort gesprekje doen met Matthijs Rümke. Dit keer trad hij op in de rol van artistiek adviseur van het projectbureau culturele hoofdstad. Hij is gelukkig weer aan de beterende hand, die Matthijs, en hij wist met enthousiasme een perspectief op de gezamenlijke toekomst te schetsen. Vervolgens kwamen natuurlijk de kritische vragen. Die Eindhovense burgemeester was niet voor niets naast onze eigen burgervader Noordanus en wethouder Frenk gaan zitten.

De kern van het vraagstuk zit ‘m natuurlijk in de verhouding tussen die steden. Hoe loyaal kan de ene stad zijn aan de andere. Wat heb je voor elkaar over? Want het spreekt voor zich dat Eindhoven het meest profiteert van die Europese titel. Toch kan dat het probleem niet zijn. Het wil immers niet zeggen dat niet de hele regio er beter van wordt. Dat die titel bijdraagt aan de verschuiving van de balans binnen Nederland. Dat deze regio nu eenmaal steeds creatiever en innovatiever lijkt te worden en dat we daar allemaal een beetje vrolijker van worden. Dat wist die mijnheer Van Gijzel allemaal heel oprecht en knap te verwoorden. Notoire sceptici konden hun sympathie voor deze man met een missie niet verhullen.

Het blijft nog even spannend, al weet de jury het natuurlijk al lang. Op 6 september 2013 weten wij het ook. Meteen daarna zullen de discussies over de verdeling van die honderdveertig miljoen de kop opsteken. Binnenshuis natuurlijk, niet op straat. Want daar zei Marc-Marie ook nog iets fraais over, al kwam dat niet in ons promofilmpje. ”Het is met die Brabantse steden net als bij ons moeder thuis. Achter de voordeur slaan we mekaar de kop in, maar buiten niet, daar staan we voor mekaar in. Waag het eens een vinger uit te steken naar mijn zus, ik sla oe op oew bakkes.” Blijkbaar maakt het niet uit of dat zusje de knapste is, of de lelijkste. Verbroedering overstijgt schoonheid, dat komt in het geval van Tilburg toch maar mooi uit.

Het filmpje vind je op www.2018eindhoven.eu en natuurlijk ook via de link hier.

zondag 11 december 2011

Aan tafel

Vreemd genoeg overkomt het me steeds vaker. Als ik ergens ben, ben ik ergens anders niet. Of sterker nog, word ik op een andere plek gemist. Tenminste, dat voel ik dan. Het geldt in elk geval wel voor mijn plek thuis aan tafel. Die is sinds ik in Tilburg werk aanmerkelijk vaker leeg. Het is niet heel erg om gemist te worden, het is dubbel zo fijn om elkaar weer te zien. Hoewel dat voor de vader weer anders is dan voor de dochters. Ik troost mijn gemis met de gedachte dat ik snel weer thuis zal zijn. Dat weten zij ook, toch is het voor hen anders. Het gemis zit bij een kind meer in het hart dan in het hoofd. Dus helpt de troostende telefoonstem van een vader niet veel.

Tegenover de tafel thuis staan vele tafels en disgenoten in de nieuwe stad. Sinds augustus heb ik me al vaker in mijn smoking moeten hijsen dan in een heel jaar daarvoor. Tilburgers houden van chique diners, van gala´s, lekker eten en lekker drinken. Dat zal overigens niet voor de hele stad gelden, maar wel voor Theaters Tilburg. Dus schoof ik aan naast onze burgervader in een gezelschap van notabelen, prikte ik een vorkje mee met de grote ondernemers van Midden-Brabant en koesterde ik me onder het genot van de heerlijkste wijnen in de warme aandacht van de lokale culturele elite. Gretig zoog ik alle vermeende wetenswaardigheden op over Tilburg, de Tilburgers en de cultuur in deze stad. Aandachtig is er geluisterd naar mijn ideeën voor de toekomst.

Zo zat ik ook deze week twee maal aan tafel met een gezelschap van vreemden. Dinsdag was ik bij een groep Rotarians. Dat zijn mensen die met elkaar delen dat dienstvaardigheid aan het begin staat van hun ondernemerschap. Er was onverwacht een dame uit Malta te gast die in het Twee Steden Ziekenhuis is gestrand omdat haar man een ernstige aandoening heeft. Zij werd, net als ikzelf trouwens, met open armen ontvangen. Die gedachte vind ik wel fraai. Dat je voor iemand zorgt die je niet goed, of helemaal niet kent. De afgelopen weken werd ik geraakt door de oude verhalen van Sint Maarten en Sint Nicolaas. Het is december, ik weet het, barmhartigheid hangt in de lucht. Daarna hollen we met z'n allen weer verder.

Vrijdag was ik gast aan tafel bij het luxe diner van Serve the City. Een initiatief van studenten die zich inzetten voor hun stad, met name voor de Tilburgers die wel wat hulp, aandacht en liefde kunnen gebruiken. Aan mijn tafel sprak ik met Hasan, een dierenarts uit Giresun in Oost-Turkije. Na zeven jaar spreekt hij gebroken Nederlands met een zachte G. Hij had twee vrienden meegenomen, van de inburgeringscursus. We lachten samen over de absurde vragen over Hollandse gebruiken. Ik was geraakt toen ik hoorde over zijn studie in Istanbul en zijn inzet om hier erkenning te krijgen voor zijn diploma’s. Hij presenteerde zich als vrome moslim en is dankbaar voor de kansen die hij in ons land krijgt. Hij keurt als gediplomeerd arts in het Helmondse slachthuis dagelijks honderden varkens.

En hij vertelde me over zijn familie. Die hij maandelijks wat geld toestuurt en jaarlijks bezoekt. Dan is het feest met alle familie en inwoners van zijn dorp. De rest van het jaar wordt er over hem opgeschept en wordt hij gemist. Overdag passeren duizenden karkassen zijn keurend oog, in de avonden kaart hij wat en drinkt geen bier maar kopjes thee. Deze dag was het dankzij dit nobele diner onverwacht ook feest. Ik prijs mij gelukkig, ik heb dankzij dit studenteninitiatief weer een wijze les geleerd. Er kan een nieuw virtueel tegeltje aan de wand van mijn hersenpan. Vreemden zijn vrienden met wie je nog kennis moet maken, al ben je maar één maal gast aan dezelfde tafel.

Zie ook: www.servethecitytilburg.nl