Posts tonen met het label toekomstdromen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toekomstdromen. Alle posts tonen

zondag 29 januari 2017

Visioenen voor vier seizoenen

Het is goed om zo af en toe eens stil te staan bij de toekomst. Om eens na te denken waar je nu eigenlijk allemaal mee bezig bent en waartoe dat leidt. Ook binnen Theaters Tilburg doen we dat. Omdat het fijn is om heldere doelen voor ogen te hebben, en ook omdat we graag concrete afspraken willen maken met de partijen waar we in deze stad mee werken. Vandaar dat we eind vorig jaar een nieuwe toekomstvisie hebben geschreven.

In de toekomstvisie ‘ik zie je: hier, nu en straks’ spreken we ons uit waar we voor gaan en waar we voor staan. Zodat we samen met anderen in stad en land kunnen blijven werken aan datgene wat ons drijft. Dat we van betekenis willen zijn voor de bewoners en bezoekers in Tilburg en Midden-Brabant. En dat we ons met hen verbinden door schoonheid, inspiratie en verdieping te bieden met relevante voorstellingen, concerten en projecten.

Veel van de doelstellingen die we vier jaar geleden formuleerden hebben we gerealiseerd, al blijft een groot deel de komende jaren relevant. Het zou vreemd zijn als we daar nu plots anders over denken, sterker nog, we ambiëren meer dan ooit een grootstedelijke, levendige, culturele ontmoetingsplek te zijn midden in Tilburg. We hebben een consistente visie ontwikkeld op onze publieke opdracht en positie. Al dwingen de ontwikkelingen in stad, land en wereld ons ertoe om continu scherp te blijven, om ons steeds weer de vraag te stellen of we als organisatie wel goed bezig zijn. En om onszelf als podium van de stad steeds weer door te ontwikkelen .

Natuurlijk gaan we er in de eerste plaats voor zorgen dat we onze vooraanstaande positie voor artiesten, gasten, bedrijven en de stad verder versterken. In de turbulente wereld waarin we leven is dat al een hele uitdaging. Daarbovenop streven we ernaar om
1) cultureel aanbod meer in samenspraak met het publiek te programmeren,
2) een breder en jonger publiek aan ons te binden,
3) samen met partners nieuwe culturele evenementen van de grond te tillen,
4) onze positie op de zakelijke markt te versterken en ten slotte
5) een nog levendigere en belangwekkende plek in te nemen in de Tilburgse binnenstad.
Het zijn vijf strategische accenten die voldoende uitdagingen bieden voor ons allemaal, die ons helpen onze organisatie en betekenis in de juiste richting door te ontwikkelen.

Vandaar dat we die toekomstvisie hebben geschreven. We hebben onze gedachten geordend, de doelstellingen opnieuw geijkt en nieuwe accenten gelegd. Dat hebben we met elkaar gedaan, binnen de organisatie. En we zijn bereid om onze activiteiten en organisatie aan die hernieuwde ambities aan te passen. We hebben de partners betrokken die met ons dit plan moeten gaan waarmaken. We hebben ons ervan verzekerd dat ze achter ons staan, dat we op cruciale punten samen optrekken omdat dit ons beiden verder brengt in het waarmaken van onze ambities. Zodat we in deze stad samen kunnen blijven bouwen aan de realisatie van onze dromen.

En met die visie in de hand zijn we op zoek gegaan naar een nieuwe collega voor de programmering, ter vervanging van Simone Mager die inmiddels toch al weer bijna twee jaar is vertrokken. Dat was een hele zoektocht waarbij ik allerlei mensen heb gesproken, maar toch niet de klik en het vertrouwen voelde om die belangrijke taak aan over te laten. Totdat Paul Cornelissen zich meldde.

Bijzonder toch dat je het hele land doorzoekt terwijl je de ideale kandidaat al lang blijkt te kennen. Het duurde alleen even tot het moment daar was. Paul heeft uitgebreide ervaring als directeur en programmeur van Cultureel Centrum Jan van Besouw en daarvoor Theater Dakota in Den Haag. Hier gaat hij met de afdeling programmering en evenementen invulling geven aan onze strategische uitdagingen. U zult nog veel van hem horen, we trekken de stad in om in gesprek te gaan met het publiek. En we zullen nieuwe jonge mensen aan ons binden om bruggen te slaan naar groepen die voorheen nog te weinig bij ons over de vloer kwamen. Ik ben blij met hem en zie met verlangen naar uit naar de toekomst.

Oh ja, die toekomstvisie leest u hier.

dinsdag 29 juli 2014

Tilburgse zomeroverpeinzingen



Ik vroeg me af. Zou zo’n nieuwe wethouder, onder haar donkerblauwe parasol aan de Middellandse zee, op dit moment ook over Tilburg nadenken? Of specifieker nog, over kunst en cultuur in deze voormalige textielstad die al jaren op zoek is naar haar ziel en zaligheid? Of die nieuwe raadsleden, die nog kort voor de vakantie beloofden dat ze alles gaan doen in het belang van Tilburg en de Tilburgers. Zouden die al afstand kunnen nemen en hun complexe verantwoordelijkheid kunnen overzien? Het heeft mij best even gekost voor ik enige notie had waar het hier om draait. En eerlijk gezegd heb ook ik zo mijn gezichtsbeperkingen, als theaterdirecteur te midden van andere worstelende culturele organisaties en festivals.

Dit najaar gaan die gemeenteraad en het college samen namelijk nadenken over de begroting 2015. En begroten, dat is in deze tijd nog knap lastig. Niet dat het hier eenvoudig is, bij Theaters Tilburg moeten we nogal wat kunstgrepen uithalen om in de zwarte cijfers te blijven. Terwijl de bijdrage van de gemeente fors is teruggesnoeid en ook ons publiek zo nu en dan behoorlijk de adem inhoudt, loopt de huur elk jaar gestaag op en zijn er kostbare nieuwe cao-afspraken gemaakt. En binnen die beperkingen zullen we toch blijven zoeken naar de fraaiste voorstellingen en concerten, bedenken we nieuwe concepten voor activiteiten en investeren we in nieuwe systemen, het restaurant en in een passende omgeving voor ons publiek.

Voor gemeenteraadsleden moet dat natuurlijk ook zoiets zijn. Aan de ene kant is er minder geld, aan de andere kant proberen ze zoveel mogelijk hun stempel te drukken op de vernieuwingen in deze stad. Nou doen zij dat natuurlijk ook niet voor zichzelf, maar voor u uiteraard. Laat dat nu bij Theaters Tilburg net zo zijn. Ook wij staan voor een publieke opdracht en betalen dat uit publieke middelen. Dus als ze mij om advies vragen, dan zou ik het wel weten. Ik zou zeven punten weten waarmee Tilburg het culturele veld en daarmee zichzelf vooruit zou helpen. Ik zal ze even noemen, bij het gesprek met de gemeenteraad dit najaar zal ik ze na overleg met mijn culturele collega’s wat verder uitwerken.

Ten eerste, hou de basis op orde. Koester hoogwaardige bestaande culturele voorzieningen zoals de podia en musea en voorkom dat zij hun werk niet goed meer kunnen doen door een te eenzijdige focus op nieuwe events op nieuwe locaties. Ten tweede, behoud structureel geld voor projecten en zoek samen met ons naar matches van dit geld met dat van andere overheden en het bedrijfsleven. Ten derde, wees ruimhartig naar initiatieven die de deelname bevorderen vooral voor kinderen en inwoners die minder makkelijk kunnen profiteren van de culturele Tilburgse verworvenheden. Ten vierde, omdat veel van ons in gemeentelijke gebouwen zijn ondergebracht, zorg dat de huur niet harder stijgt dan de inkomsten uit subsidies en publieksbestedingen. Oh ja, maak die gebouwen dan ook een beetje duurzaam en help ons bij de aanpassingen die het publiek van ons vraagt, ook als dat iets meer kost dan aanvankelijk gedacht.

Bent u er nog? Tsja, wellicht is zeven punten een beetje teveel voor een column. Maar ik heb het zojuist allemaal bedacht, dus nu wil ik het ook melden. Daarom, ten vijfde, neem citymarketing serieus en stel daarbinnen cultuur centraal. Er is in deze stad genoeg om trots op te zijn,  daar moet je wel mee durven pronken. Ten zesde, zorg voor voldoende culturele allure en excellentie. Er zijn veel grootschalige horecagedreven evenementen, daar is niets mis mee, maar ondersteun dan ook de internationale ambities van culturele basisvoorzieningen. Zodat we samen kunnen genieten van spraakmakende voorstellingen, concerten en tentoonstellingen. Oh ja, dan tenslotte als zevende, realiseer in de winter een hoogwaardig, artistiek gedreven festival van nationale allure naast de bestaande beeldbepalende festivals in voor- en najaar. Onze grootstedelijke ambities zijn met het uitblijven van de titel Culturele Hoofdstad immers niet verdampt.

U ziet, als ik het voor te vertellen had, dan zou ik het wel weten. De beste stuurlui staan aan wal. Volgende week ga ik dan eindelijk maar eens zelf op vakantie. Wellicht dat ik drijvend op mijn luchtbedje nog een schokkende ingeving krijg. Dan zal ik die later nog wel met u delen, of wie weet bel ik nog even met die wethouder die elders aan het strand ligt te zonnen

vrijdag 31 januari 2014

Voor de jeugd en de toekomst

Gisteren werd ik in de loop van de middag een beetje zenuwachtig. Ik mocht mijn spreekbeurt doen. Maar liefst 45 juffen (en een paar meesters) van Tilburgse basisscholen waren naar de studiozaal gekomen. Zij geven invulling aan de culturele ontwikkeling van onze kinderen. Daarvoor organiseren ze workshops en voorstellingen op school. Zo nu en dan ondernemen ze zelfs een tripje buitenshuis. En als ze dat doen, dan wil ik natuurlijk dat ze een echt theater bezoeken. Dus bieden we scholen een week lang de mogelijkheid om tijdens schooltijd professionele voorstellingen te bezoeken. Van bijvoorbeeld Theater Artemis, De Stilte of Philharmonie  ZuidNederland.

Arjan van der Leij schreef onlangs in het Brabants Dagblad over de pretparkgeneratie. Hij stelt dat kinderen opgroeien alsof ze permanent in een pretpark leven. Alles moet leuk zijn, alles draait om consumptie en vertier. Elke behoefte moet direct worden bevredigd. Alle tijd moet plezierig worden besteed. Theater kan daar wat tegenover zetten. Goed theater stelt vragen, laat je twijfelen, neemt de tijd. Je kan verveeld wegkijken van de TV of je game op de I-pad, een goede voorstelling staat dat niet toe. Acteurs, musici en hun publiek bevinden zich in 1 ruimte, er is geen ontsnappen mogelijk.

Niet alle kinderen komen vanzelf naar het theater. Niet alle Tilburgse ouders zien het nut ervan in of hebben zelf de mogelijkheden. Wat wij hen bieden is niet altijd makkelijk, is niet alleen gericht op amusement. Daarom is het goed om je voor te bereiden, gewoon op school. Theater is ook spannend. Dus is het goed om samen te gaan, in de bus of op de fiets. Om in een vreemde omgeving, maar wel samen met bekenden, iets mee te maken dat je niet eerder zag. Dat gaat verder dan het digibord met school-tv. Want theater is live, het gebeurt in het hier en nu, het is 3D zonder brilletje.

U weet natuurlijk al lang dat wij er naar streven om de meest belangwekkende culturele ontmoetingsplek te zijn van Midden-Brabant. Onder het motto ‘podium van de stad’ bieden we een programmering van voorstellingen en concerten met een brede basis en een herkenbare top. We willen graag dat iedereen ons weet te vinden en dat iedereen het belang van de podiumkunsten kent. Door het zelf mee te maken, juist ook als je hier niet eerder was. Voor iedereen, van jong tot oud, van gefortuneerd tot de meedoenregeling.

Theater is mensenwerk. Mensen zijn kostbaar. Als in Theaters Tilburg een week lang voorstellingen voor alle basisscholen plaatsvinden, zijn er dus ook een week lang mensen aan het werk. De kosten daarvan zijn veel hoger dan wat een school of een theater als wij normaliter kunnen opbrengen. Dus vullen we dat aan met middelen die we krijgen van onze partners. Particulieren die jaarlijks geld aan ons schenken in het vertrouwen dat we dat nuttig besteden. En dat doen we. Door te investeren in de basis van ons publiek. Door te investeren in de toekomst van onze kinderen.

We zorgen voor een les van een professional vooraf in de klas, halen de kinderen gratis met de bus op school op, presenteren de voorstelling en bespreken het eenmaal thuis ook nog met ze na. Ik hoop dat het gisteren een beetje overtuigend was. Dat die juffen er massaal in slagen hun directeur te overtuigen van het nut en de noodzaak van een tripje naar de studiozaal. Als de kinderen zich verdringen voor onze deuren, weet ik dat ik tenminste een voldoende heb gekregen voor mijn spreekbeurt.

zondag 8 september 2013

Sa ist en net oars


2018Eindhoven | BrabantVandaag werd ik gebeld door een journalist. Afgelopen vrijdag besloot een internationale jury dat Leeuwarden in 2018, samen met Malta, Europese Culturele Hoofdstad zal zijn. Dus wilde hij weten wat het voor Theaters Tilburg betekent dat die titel aan ons voorbij gaat. Tsja, daar vraag je me wat. Ik ben de teleurstelling amper te boven moet ik bekennen. Het is als een droom die plots als een zeepbel uiteenspat. Het ene moment leef je in een wereld van fraaie plannen en grootse verwachtingen, het andere moment sta je weer met twee voeten op de Brabantse grond.


Culturele hoofdstad was een gezamenlijke stip aan de culturele horizon. Een positieve, samenbindende kracht in een tijd dat er binnen culturele instellingen fors wordt bezuinigd. In Tilburg is er dit en vorig jaar geld vrijgemaakt om festivals zoals Mundial en Incubate in de opmaat naar de Europese titel groter en internationaler te maken. Daarnaast was er circus met kinderen in de wijken, zochten we naar een overtuigende culturele aanvulling op de Tilburgse Kermis en toog Het Zuidelijk Toneel met Fontysstudenten naar onze zusterstad Chanzhou.

Is dat allemaal voor niets geweest dan? Natuurlijk niet. Er zijn samenwerkingsverbanden gesmeed die de basis zullen vormen voor nieuwe belangwekkende projecten in de komende jaren. Ook zonder die Europese titel. Op een tweet waarin ik mijn teleurstelling uitte, reageerde iemand dat het überhaupt geldverspilling is, dat hele idee van Culturele Hoofdstad. Hoe kortzichtig kan je zijn. In de wereld waarin we nu leven is creativiteit de belangrijkste grondstof. Een steeds groter deel van ons bruto nationaal product is rechtstreeks afhankelijk van ons innovatief en creatief vermogen. En geen kracht is groter dan die van de verbeelding. Kunst laat ons inzien dat het altijd anders kan. Dat er tenminste altijd één uitweg meer is dan je ziet.

Dus kunnen we in 2018 ook zonder die titel. In Brabant weten we elkaar toch wel te vinden. Voor sterke plannen is altijd geld te vinden. Natuurlijk niet zoveel als waar we van droomden, maar we zijn creatief genoeg om ook daar weer een uitweg voor te vinden. Dus gaan we onverschrokken voort met het versterken van onze festivals, de samenwerking tussen talenvolle makers en podia en de ontwikkeling van projecten in de wijken. En ja, daarvoor is geld nodig. Er is de afgelopen jaren structureel drie miljoen euro per jaar uit het Tilburgse cultuurbudget gestreept. Het zou helpen als tenminste een deel van het gereserveerde budget voor 2018 hierin wordt geïnvesteerd.

Terwijl ik dit opschreef dacht ik aan het project Nieuwe Liefde dat op dit moment over onze stad wordt uitgerold. Weer zo’n fraai voorbeeld van samenwerking tussen maatschappelijke en culturele instellingen. In de geest van dat project vroeg ik me af of er ook zoiets bestaat als ‘interstedelijke barmhartigheid’. Want ik gun Leeuwarden die titel van harte. Als ik het op landsniveau bekijk dan begrijp ik die jury wel. Een culturele en economische impuls in het Noorden van ons land zal van grotere betekenis zijn dan hier in het (cultureel) rijke Zuiden. Dus overwin ik mijn teleurstelling en feliciteer ik de Friezen met hun overwinning. Sa ist en net oars, want as 't oars wie, wie t net sa.

En wij? Wij weten dat het altijd anders kan, hier in Brabant, want hier brandt het licht.

zaterdag 28 januari 2012

De dag waarop de toekomst begon

In alle steden en dorpen werd de vlag gehesen op de dag dat ik werd geboren. In het ziekenhuis kreeg mijn moeder die middag een sinaasappel. Het was feest in het land. Tot ik een jaar of zeven, acht was geloofde ik mijn vader op zijn woord. Dat ik voor het geluk geboren ben, dat daarom iedereen op mijn verjaardag feest viert. Ik denk niet dat ik me bedrogen voelde op het moment dat ik de waarheid ontdekte. Nee, een trauma heb ik er niet aan over gehouden. Het moet wel rond die tijd zijn geweest dat ik me realiseerde dat de wereld niet alleen om mij draait. Dat de auto’s in de straten niet oneindig rondjes rijden om mij te plezieren. En dat de mensen in de winkels er ook zijn als ik niet kijk. Dat geloofde ik namelijk echt, dat ik in een soort Truman Show leefde die door Onze Lieve Heer werd gedirigeerd.

Mijn verjaardag is een belangrijke dag gebleven, ook nadat ik me ervan bewust werd dat Hare Majesteit diezelfde dag 29 jaar eerder werd geboren. Al doe ik het wel vaker, vooral op die dag vraag ik me af wat de toekomst me zal brengen. Welke gebeurtenissen er in het verschiet liggen, wat ik vermoed of wil dat mij en mijn geliefden gaat overkomen. Vorig jaar wist ik niet dat ik nu in Tilburg de scepter zou zwaaien over zo’n fraaie concertzaal en schouwburg, ik droomde er wel van. Het leven is niet maakbaar, het werkt wel als ik af en toe een handje help. Ik ben geen helderziende, veel blijft in duisternis gehuld. Pas als de zon doorbreekt besef ik waarin ik ben beland.

De afgelopen weken en maanden is er druk nagedacht over de toekomst. Ja, over die van mijzelf en mijn gezin, erg belangrijk, maar dat bedoel ik niet. Ik bedoel vooral de dromen van alle mensen die werken in de culturele sector in Nederland. Na de woede en de rouwperiode die volgden op de plannen van onze staatssecretaris Zijlstra is er een soort nieuwe werkelijkheid ontstaan. Onder druk wordt alles vloeibaar, zelfs bureaucratische culturele bolwerken die voorheen onaantastbaar leken. Om zoveel mogelijk ruimte te bieden aan de verworvenheden die ons land rijk is, wordt druk nagedacht over de vraag hoe we dat allemaal overeind houden als er zo zwaar gesnoeid wordt in de beschikbare budgetten. En dus worden fusieplannen aangekondigd, besluiten theaters, musea of orkesten zichzelf op te heffen en zien we collectief plots kansen die eerder onzichtbaar bleven.

Deze week las ik de meerjarenplannen van mijn collega’s van Het Zuidelijk Toneel, Incubate, Tilburg Dansstad, Festival Cement en de Krakeling. Plannen die op mijn verjaardag worden ingediend bij verschillende fondsen en overheden en waarin wordt verwoord wat die voorzieningen nu zo bijzonder maakt. Waarom ze een plekje verdienen in het nieuwe culturele bestel, hoeveel financiële steun daarbij hoort. Ik werd getroffen door de gedrevenheid en het enthousiasme. Door de oorspronkelijke visies op de functie van podiumkunsten in een land in recessie waarin populisme hoogtij lijkt te vieren. Dat we er bijvoorbeeld samen op vertrouwen dat jonge theatermakers en musici tegen de economische recessie in zullen werken aan hun eigen ontwikkeling. Dat het publiek blijft komen naar belangwekkende voorstellingen op onze podia.

Ondertussen weten we echt wel dat die toekomstdromen niet allemaal waar zullen worden. Dat er zich in Nederland een aardverschuiving voltrekt waar de komende jaren nog heel wat cultuurwetenschappers aan de UvT op zullen promoveren. We weten dat de wereld niet alleen om cultuur draait, dat er andere belangrijke maatschappelijke vraagstukken zijn die ook om aandacht vragen. We hullen we ons nog even in een prettig soort naïviteit. In afwachting van de oordelen van kunstraden, van de beslissingen door politici en onwetenden hijsen we de vlag en vieren we de cultuur. In mijn hoofd hoor ik de Brabantse theatermaker Peer de Graaf zingen: “Ooh, er is nog niets verloren, ik word elke dag opnieuw geboren.”