woensdag 9 oktober 2013

Het A-merk

Al denk je nog zo slim te zijn, af en toe moet je weer eens op cursus. Deze week volgde ik een korte cursus over merken. Of specifieker nog, hoe je als organisatie een A-merk wordt. Of blijft natuurlijk, als je in de gelukkige omstandigheid verkeert dat al te zijn. Want voor Theaters Tilburg neem ik gemakshalve maar even aan dat we dat zijn, een A-merk. Net zoals 013 en De Efteling bijvoorbeeld. Tijdens die cursus kwam ik er achter dat dit helemaal niet zo vanzelfsprekend is. En dat de beleving van een merk vrijwel continu van binnenuit en buitenaf wordt bedreigd. Denk maar eens aan de kwetsbaarheid van Hogeschool Inholland, of de technische ontwikkelingen die merken als Kodak of Remmington inhaalden.

Binnen Theaters Tilburg zijn ‘gastvrijheid, kwaliteit en innovatie’ kernwaarden. Steeds weer opnieuw denken we na of datgene wat we doen aan die waarden voldoet. Zo trainen we ons team in klantvriendelijkheid en denken we voor onze balie of de nieuwe website goed na of u er wel mee uit de voeten kan. En hebben we een passend antwoord als zaken anders uitpakken dan we samen hadden gedacht. En al spreekt het wellicht voor zich, in alles wat we doen staat kwaliteit voorop. Dus selecteren we in elk genre de voorstellingen waarvan wij denken dat ze hoogwaardig zijn en legt de chefkok van restaurant Lucebert zijn lat steeds weer net iets hoger. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet.

Ook de term ‘innovatie’ wordt door elk bedrijf in de mond genomen, daar gaat het dus niet om. Het gaat er om wat je ermee doet. In ons geval zoeken we steeds weer naar nieuw aanbod en nieuwe formules. Dat ziet u bijvoorbeeld terug in de Yogaconcerten, in De Toegift of in de samenwerking met Festival Incubate een paar weken terug. We willen u steeds weer meenemen, steeds weer iets laten ervaren dat net iets anders is dan u had verwacht. Zonder u teveel te confronteren of teleur te stellen. Want dan bent u nog verder van huis, en wij ook. Zo proberen we soms nieuwe dingetjes uit die misschien minder rijmen met uw verwachting. Zoals de nieuwe snoepkraam in de foyer of de stickers op de ramen voor de première van Flashdance. Dat horen we dan graag van u. Want wie weet beslissen we binnenkort toch om dat dan weer anders te doen, of beter zelfs.

Ik leerde ook dat het weliswaar goed is als je die kernwaarden kan benoemen en kan laten zien hoe je dat doet, maar dat het nog belangrijker is dat u dat als onze gast ook ziet. Ofwel, ze moeten dusdanig onderscheidend,  relevant en geloofwaardig zijn dat ze worden herkend in alles wat je doet. Op z’n Engels noemden ze dat ‘living the brand’.

Aan het einde van de dag bespraken we de stelling dat de naam en het merkbeeld van een bedrijf perfect moet samenvallen met de identiteit en de waarde die dat heeft voor de gasten. Daar stond ik wel even met een mond vol tanden. Want is Theaters Tilburg wel wat je op basis van de naam zou vermoeden? We runnen immers geen theaters, maar de schouwburg en concertzaal van Tilburg. In die schouwburg hebben we een grote en een kleine zaal, maar ook een heel goed restaurant. Maar ja, om dat nou ‘theaters’ te noemen. En om de verwarring nog groter te maken ligt Theaters Tilburg aan de Schouwburgring naast parkeergarage Schouwburg. Op de gevel staat in neonletters 'schouwburg tilburg' en 'studio', voor 'concertzaal' op dat andere gebouw moet je goed kunnen zoeken.

De docent noemde dat met een mooi woord ‘merkverwarring’. Hij had meteen een reeks herkenbare voorbeelden van merken die een andere naam hebben gekozen en die na een aantal naamwisselingen er soms jaren later voor kozen hun oude naam terug aan te nemen. Ik zeg niet dat we dat gaan doen. Maar ik vraag me af of er iemand is die in verwarring wordt gebracht als we vanaf morgen ‘schouwburg en concertzaal tilburg’ zouden heten. Ik vertrouw er maar op dat u desondanks heel goed weet waar we voor staan en waar we voor gaan. A rose by any other name would smell as sweet. Wie schreef dat nu ook al weer?

zondag 8 september 2013

Sa ist en net oars


2018Eindhoven | BrabantVandaag werd ik gebeld door een journalist. Afgelopen vrijdag besloot een internationale jury dat Leeuwarden in 2018, samen met Malta, Europese Culturele Hoofdstad zal zijn. Dus wilde hij weten wat het voor Theaters Tilburg betekent dat die titel aan ons voorbij gaat. Tsja, daar vraag je me wat. Ik ben de teleurstelling amper te boven moet ik bekennen. Het is als een droom die plots als een zeepbel uiteenspat. Het ene moment leef je in een wereld van fraaie plannen en grootse verwachtingen, het andere moment sta je weer met twee voeten op de Brabantse grond.


Culturele hoofdstad was een gezamenlijke stip aan de culturele horizon. Een positieve, samenbindende kracht in een tijd dat er binnen culturele instellingen fors wordt bezuinigd. In Tilburg is er dit en vorig jaar geld vrijgemaakt om festivals zoals Mundial en Incubate in de opmaat naar de Europese titel groter en internationaler te maken. Daarnaast was er circus met kinderen in de wijken, zochten we naar een overtuigende culturele aanvulling op de Tilburgse Kermis en toog Het Zuidelijk Toneel met Fontysstudenten naar onze zusterstad Chanzhou.

Is dat allemaal voor niets geweest dan? Natuurlijk niet. Er zijn samenwerkingsverbanden gesmeed die de basis zullen vormen voor nieuwe belangwekkende projecten in de komende jaren. Ook zonder die Europese titel. Op een tweet waarin ik mijn teleurstelling uitte, reageerde iemand dat het überhaupt geldverspilling is, dat hele idee van Culturele Hoofdstad. Hoe kortzichtig kan je zijn. In de wereld waarin we nu leven is creativiteit de belangrijkste grondstof. Een steeds groter deel van ons bruto nationaal product is rechtstreeks afhankelijk van ons innovatief en creatief vermogen. En geen kracht is groter dan die van de verbeelding. Kunst laat ons inzien dat het altijd anders kan. Dat er tenminste altijd één uitweg meer is dan je ziet.

Dus kunnen we in 2018 ook zonder die titel. In Brabant weten we elkaar toch wel te vinden. Voor sterke plannen is altijd geld te vinden. Natuurlijk niet zoveel als waar we van droomden, maar we zijn creatief genoeg om ook daar weer een uitweg voor te vinden. Dus gaan we onverschrokken voort met het versterken van onze festivals, de samenwerking tussen talenvolle makers en podia en de ontwikkeling van projecten in de wijken. En ja, daarvoor is geld nodig. Er is de afgelopen jaren structureel drie miljoen euro per jaar uit het Tilburgse cultuurbudget gestreept. Het zou helpen als tenminste een deel van het gereserveerde budget voor 2018 hierin wordt geïnvesteerd.

Terwijl ik dit opschreef dacht ik aan het project Nieuwe Liefde dat op dit moment over onze stad wordt uitgerold. Weer zo’n fraai voorbeeld van samenwerking tussen maatschappelijke en culturele instellingen. In de geest van dat project vroeg ik me af of er ook zoiets bestaat als ‘interstedelijke barmhartigheid’. Want ik gun Leeuwarden die titel van harte. Als ik het op landsniveau bekijk dan begrijp ik die jury wel. Een culturele en economische impuls in het Noorden van ons land zal van grotere betekenis zijn dan hier in het (cultureel) rijke Zuiden. Dus overwin ik mijn teleurstelling en feliciteer ik de Friezen met hun overwinning. Sa ist en net oars, want as 't oars wie, wie t net sa.

En wij? Wij weten dat het altijd anders kan, hier in Brabant, want hier brandt het licht.

donderdag 1 augustus 2013

Vrijdenken op een zomerochtend

Het is stil op de podia van Theaters Tilburg. Net als op de schaatsbaan, in de scholen en bij de universiteit. Iedereen speelt buiten, in de zomer blijven onze zalen leeg. Al lijkt het me ook weer niet zo stil als in het klooster hiernaast. Integendeel, het is hier een drukte van belang. Zelfs bij dertig graden staan de schilders te fluiten op de steiger, trekken zwetende installateurs kabels door onze gangen en boren ze luidruchtig gaten in de muur terwijl ik sta te bellen. Er wordt hier echt hard gewerkt. Onderhoud doen we als de acteurs en musici op het strand liggen, of zich laven aan de prosecco op de zomerfestivals.

De telefoon gaat nu aanmerkelijk minder dan wanneer er een ‘ R’ in de maand zit. Dus is er tijd om de klussen te doen die ik al die tijd voor me heb uitgeschoven. Na twee jaar directeurschap puilde mijn kast uit en overschreed mijn digitale archief het toegestane aantal megabites. Dus ben ik aan het opruimen geslagen. De stad volgt mijn opruimdrift. Na de laatste knallen van het vuurwerk in de Piushaven  wordt de binnenstad al de hele week geveegd en hersteld. De grootste kermis van Nederland heeft haar sporen nagelaten. Bomen rijden op heftrucks door de straten, het straatmeubilair gaat op zoek naar haar oude plekje.

Medewerkers die nu niet op vakantie zijn verleid ik op deze zomerse dagen eens per week op een potje vrijdenken. In het seizoen is daar weinig tijd voor, dan zijn we druk met artiesten en publiek. Nu daag ik hen uit om de briljante ideeën te delen die ze in de vakantie opdeden. Thuis op het balkon, op het luchtbed in de Noordzee of in dat eeuwenoude theater in Italië. Want als je even afstand neemt zie je de dingen soms helderder, of vanuit een heel ander perspectief. Zo droomden we een stadsstrand, gewoon hier voor de deur aan de Schouwburgring. Met speeltoestellen, strandstoelen een cocktailbar met zomerse muziek. Of een hippe loungeclub in die ruimte boven de hoofdentree. Met elke dag een leuke DJ en cool publiek in luchtige jurkjes en kekke hemden. U ziet, we zijn nog maar net terug en zitten met ons hoofd nog in de vakantie. De komende weken worden we concreter en wie weet, levert het fraaie nieuwe plannen op voor projecten en activiteiten in ons huis.

De zomer biedt ook ruimte voor andere gesprekken. Zo was ik bij de buren, de Zusters van Liefde in het klooster aan de Oude Dijk. Een plek die ik al twee jaar passeer, zonder te weten wat zich achter de vitrages afspeelt. Ik werd er met koffie en kruidkoek hartelijk ontvangen en rondgeleid. De monumentale gebouwen zijn de afgelopen jaren zorgvuldig gerestaureerd en aangepast voor deze steeds ouder wordende  gemeenschap. Er wonen naast de schouwburg maar liefst 180 zusters, die zijn gemiddeld 88 jaar oud. Sommigen uiterst monter en zelfredzaam, anderen hulpbehoevend en verward. Mijn verwachtingen bleken trouwens hopeloos achterhaald. Hier geen murmelende dames die in traditionele kledij door kloostergangen schrijden. Deze organisatie wil zich niet verschuilen, maar juist openstaan voor mensen van buitenaf.

Als je even met elkaar praat heb je meer gemeen dan je vooraf denkt. Dus volgde een gesprek over de relatie met de stad, over publiek en wat je daar voor kan doen. En dat we zo nu en dan best wel eens iets samen zouden kunnen ondernemen, wie weet. De eerste samenwerking is trouwens al een feit. Op 14 en 15 september is het open monumentendag en kan ook u bij de dames op bezoek. Bij de entree van de kapel herkent u dan wellicht de rode loper met glimmende paaltjes en koorden van Theaters Tilburg. Met een beetje mazzel draaien de rollen dan een keer om en is het daar drukker dan hier. Voor een dag meer publiek op de kerkbanken dan op de theaterstoelen, een goede buur gun je nieuwe vrienden.