zondag 22 december 2013

Petje af

Paauw Fotografie - www.gerdienwolthauspaauw.com

Het was al laat en veel donkerder dan anders, toen ik maandag van de Studiozaal naar huis liep. Kwam zeker door die kerstverlichting. Ik werd staande gehouden door een nogal morsig type. Hij had free-cards uit een rek gehaald bij eetcafé Meesters en bood me die nu te koop aan. Hij mompelde iets van een maaltijd en een dak boven zijn hoofd. Een kaart kostte twee euro. Ik kocht ‘m zonder te twijfelen. Nu moet ik hem nageven dat zijn actie perfect getimed was. Ik was namelijk net bij de Straatmonologen geweest. Een voorstelling die door Traverse werd vertoond om, in navolging van de Eindhovense collega’s, zelf tot een theaterproductie met daklozen te komen.

Die avond vertelden vijf mensen een persoonlijk verhaal met veel strijd en tegenspoed. Monologen over alcoholverslaving, huiselijk geweld en prostitutie. Waargebeurde misère, verteld met de nodige gêne. Dat is wel even andere koek dan ik in het theater gewend ben. Al wordt er bij ons heel wat afgeleden op het podium, de afspraak is wel dat het allemaal nep is. Of het nu de talloze moorden zijn bij Shakespeare of de dronkenschappen bij Eugene O’Neil. Elke acteur, iedereen in de zaal weet het: wij doen hier maar alsof. Dus is het wel even slikken als het plots allemaal echt is.

Terugblikken, het is onvermijdelijk zo vlak voor het einde van het jaar. Maar vrees niet, ik ga geen lijstje fabriceren met hoogtepunten. Dat is voor zo’n bedrijf als Theaters Tilburg trouwens überhaupt schier onmogelijk. Met meer dan 500 activiteiten en ruim 170.000 bezoekers zie ik gegarandeerd iets over het hoofd dat wellicht voor een ander het mooiste moment van het leven is geweest. Maar goed, toen ik mijn geestesoog zo eens langs alle gebeurtenissen liet gaan was er wel degelijk iets dat de boventoon voerde. Leen Braspenning, de artiest op kot van Het Zuidelijk Toneel, had het vorig jaar bij haar voorbereidingen voor haar voorstelling rond Peerke Donders al in de gaten. Ze voorvoelde dat nog voor onze nieuwe koning het door zijn eerste minister bedachte woord ‘participatiesamenleving’ uitsprak bij zijn kroning.
2013 draaide wat mij betreft om de nieuwe barmhartigheid, om begrip en zorg voor een ander. Met zo’n project als de Quiet 500, waarin de armste Tilburgers in beeld worden gebracht, als verlicht uithangbord.

Wellicht zit Scrooge in ons onderbewustzijn. Wij hebben er anders een fraaie gewoonte van gemaakt om zo rond kerst wat minder zelfzuchtig te zijn dan in de rest van het jaar. Morgen mag ik bij de kerstborrel van Theaters Tilburg spreken met Pater Poels. Als er één Tilburgs icoon is van de zorgzame samenleving, dan is hij het wel. Veel medewerkers hebben afgezien van hun kerstpresentje, zodat ik dat in hun naam weer mag doorgeven. Petje af voor deze man, die net als Peerke destijds, leeft ten dienste van een ander. Ik hoop dat hij volgend jaar onze eregast wil zijn als de cliënten van Traverse hun eigen versie van de Straatmonologen vertolken op ons podium. Al moeten we dan wel wat eerder beginnen. De oude man moet op tijd naar huis en naar bed. Bij nacht en ontij fietst hij door de stad om mensen te helpen die in de marge van onze welvaartsmaatschappij zijn beland. Het daglicht is te fel om de monden te kunnen voeden die er het minst om schreeuwen.

zondag 10 november 2013

De Tilburgse theatermachine

Je mist meer dan je ziet. Soms kan ik het activiteitenniveau van Theaters Tilburg gewoonweg niet bijbenen. Neem nu afgelopen week. Er is deze week hard gewerkt door Het Zuidelijk Toneel in de concertzaal. Leen Braspenning zag in Peerke Donders een inspiratiebron. Zij ging op onderzoek uit en maakte en regisseerde een toneelstuk. Zij liet zien dat de concertzaal in de nieuwe setting ook kan worden gebruikt voor een heel eigen vorm van totaaltheater. De wanden van de zaal fungeerde als een groot Imax-scherm voor haar projecties, het decor liep tot diep in de zaal door. ‘Peerke, een icoon’ was een gewaagde en indrukwekkende voorstelling in een unieke setting die het de acteurs niet makkelijk maakte.

Tegelijkertijd was in de schouwburg het circus rond Ellen ten Damme neergestreken. Een heel ander spektakel met Ellen als zinderend middelpunt van een show met acrobaten, muzikanten en dansers. Na een publieksvoorstelling vrijdag was er gisteren een besloten avond voor de bedrijvenclub van de schouwburg. De ondernemers  van de stichting KOBra nodigden elk tien gasten uit voor een gala. Dus stond ook ik in smoking met strikje aan de voordeur. Dat komt overigens vaker voor. In de twee jaar dat ik in Tilburg werk heb ik die outfit al vaker aan gedaan dan in de tien jaar daarvoor. En ik vind het heerlijk. Al die opgedirkte gasten met glimmende schoenen, kekke jurkjes en nieuwe kapsels. De show van Ellen was helemaal raak. Iedereen begaf zich rond elven keurig naar de tot discotheek omgetoverde Studiozaal.

Door ons personeel wordt de schouwburg wel eens geringschattend de ‘Sjouwburg’ genoemd. Er wordt namelijk nogal wat afgesleept met dat fraaie meubilair. Om ruimte te bieden aan al die gasten werden gisteren alle stoelen verwijderd en tilden we veel van de designmeubeltjes naar veiliger plekken in het gebouw. Tot diep in de nacht werd er gefeest aan de Schouwburgring. Vaak zeg ik dat Theaters Tilburg voor bewoners en bedrijven de meest belangwekkende culturele ontmoetingsplek is van Midden-Brabant. Dat is natuurlijk niet altijd zo, maar gisteren wel degelijk.  Al moeten we daar natuurlijk wel wat voor doen, hulde aan alle medewerkers die er steeds maar weer de schouders onder zetten.

In deze maanden is Theaters Tilburg een soort machine, een theatermachine. Een gebouw dat zich steeds weer bliksemsnel aanpast aan de eisen van de activiteiten en de gasten. Terwijl u rustig sliep, werd er hier keihard doorgewerkt. Zaterdagnacht werd er namelijk niet alleen gefeest. In de concertzaal werd het fraaie decor weer afgebroken. De discotheek in de Studio werd weer teruggebouwd tot kleine zaal. Om half elf vanmorgen verschenen onze eerste gasten alweer. Dit keer elk met hun eigen yogamatje. Om deel te nemen aan de lessen yoga op klassieke muziek.

We ontvangen op één dag soms zoveel verschillende soorten gasten. Terwijl ik dit schrijf op een lome zondagmiddag genieten jonge gezinnen van ‘Het paard dat vliegt’ in de Studio en een wat ouder publiek in de wederom omgebouwde concertzaal van ‘Het Ruysdaelkwartet’.  En Ellen rekt zich vast uit om vanavond weer een uitverkocht huis uit de bol te laten gaan in de schouwburgzaal. Ik zal er niet zijn. Net als u mis ik meer dan ik kan zien. Terwijl u en ik straks slapen, tillen onze technici het decor van Cirque Stilleto weer in de vrachtwagen. Het is nog lang geen zomer, onze theatermachine staat voorlopig niet stil.

woensdag 9 oktober 2013

Het A-merk

Al denk je nog zo slim te zijn, af en toe moet je weer eens op cursus. Deze week volgde ik een korte cursus over merken. Of specifieker nog, hoe je als organisatie een A-merk wordt. Of blijft natuurlijk, als je in de gelukkige omstandigheid verkeert dat al te zijn. Want voor Theaters Tilburg neem ik gemakshalve maar even aan dat we dat zijn, een A-merk. Net zoals 013 en De Efteling bijvoorbeeld. Tijdens die cursus kwam ik er achter dat dit helemaal niet zo vanzelfsprekend is. En dat de beleving van een merk vrijwel continu van binnenuit en buitenaf wordt bedreigd. Denk maar eens aan de kwetsbaarheid van Hogeschool Inholland, of de technische ontwikkelingen die merken als Kodak of Remmington inhaalden.

Binnen Theaters Tilburg zijn ‘gastvrijheid, kwaliteit en innovatie’ kernwaarden. Steeds weer opnieuw denken we na of datgene wat we doen aan die waarden voldoet. Zo trainen we ons team in klantvriendelijkheid en denken we voor onze balie of de nieuwe website goed na of u er wel mee uit de voeten kan. En hebben we een passend antwoord als zaken anders uitpakken dan we samen hadden gedacht. En al spreekt het wellicht voor zich, in alles wat we doen staat kwaliteit voorop. Dus selecteren we in elk genre de voorstellingen waarvan wij denken dat ze hoogwaardig zijn en legt de chefkok van restaurant Lucebert zijn lat steeds weer net iets hoger. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet.

Ook de term ‘innovatie’ wordt door elk bedrijf in de mond genomen, daar gaat het dus niet om. Het gaat er om wat je ermee doet. In ons geval zoeken we steeds weer naar nieuw aanbod en nieuwe formules. Dat ziet u bijvoorbeeld terug in de Yogaconcerten, in De Toegift of in de samenwerking met Festival Incubate een paar weken terug. We willen u steeds weer meenemen, steeds weer iets laten ervaren dat net iets anders is dan u had verwacht. Zonder u teveel te confronteren of teleur te stellen. Want dan bent u nog verder van huis, en wij ook. Zo proberen we soms nieuwe dingetjes uit die misschien minder rijmen met uw verwachting. Zoals de nieuwe snoepkraam in de foyer of de stickers op de ramen voor de première van Flashdance. Dat horen we dan graag van u. Want wie weet beslissen we binnenkort toch om dat dan weer anders te doen, of beter zelfs.

Ik leerde ook dat het weliswaar goed is als je die kernwaarden kan benoemen en kan laten zien hoe je dat doet, maar dat het nog belangrijker is dat u dat als onze gast ook ziet. Ofwel, ze moeten dusdanig onderscheidend,  relevant en geloofwaardig zijn dat ze worden herkend in alles wat je doet. Op z’n Engels noemden ze dat ‘living the brand’.

Aan het einde van de dag bespraken we de stelling dat de naam en het merkbeeld van een bedrijf perfect moet samenvallen met de identiteit en de waarde die dat heeft voor de gasten. Daar stond ik wel even met een mond vol tanden. Want is Theaters Tilburg wel wat je op basis van de naam zou vermoeden? We runnen immers geen theaters, maar de schouwburg en concertzaal van Tilburg. In die schouwburg hebben we een grote en een kleine zaal, maar ook een heel goed restaurant. Maar ja, om dat nou ‘theaters’ te noemen. En om de verwarring nog groter te maken ligt Theaters Tilburg aan de Schouwburgring naast parkeergarage Schouwburg. Op de gevel staat in neonletters 'schouwburg tilburg' en 'studio', voor 'concertzaal' op dat andere gebouw moet je goed kunnen zoeken.

De docent noemde dat met een mooi woord ‘merkverwarring’. Hij had meteen een reeks herkenbare voorbeelden van merken die een andere naam hebben gekozen en die na een aantal naamwisselingen er soms jaren later voor kozen hun oude naam terug aan te nemen. Ik zeg niet dat we dat gaan doen. Maar ik vraag me af of er iemand is die in verwarring wordt gebracht als we vanaf morgen ‘schouwburg en concertzaal tilburg’ zouden heten. Ik vertrouw er maar op dat u desondanks heel goed weet waar we voor staan en waar we voor gaan. A rose by any other name would smell as sweet. Wie schreef dat nu ook al weer?