zondag 8 september 2013

Sa ist en net oars


2018Eindhoven | BrabantVandaag werd ik gebeld door een journalist. Afgelopen vrijdag besloot een internationale jury dat Leeuwarden in 2018, samen met Malta, Europese Culturele Hoofdstad zal zijn. Dus wilde hij weten wat het voor Theaters Tilburg betekent dat die titel aan ons voorbij gaat. Tsja, daar vraag je me wat. Ik ben de teleurstelling amper te boven moet ik bekennen. Het is als een droom die plots als een zeepbel uiteenspat. Het ene moment leef je in een wereld van fraaie plannen en grootse verwachtingen, het andere moment sta je weer met twee voeten op de Brabantse grond.


Culturele hoofdstad was een gezamenlijke stip aan de culturele horizon. Een positieve, samenbindende kracht in een tijd dat er binnen culturele instellingen fors wordt bezuinigd. In Tilburg is er dit en vorig jaar geld vrijgemaakt om festivals zoals Mundial en Incubate in de opmaat naar de Europese titel groter en internationaler te maken. Daarnaast was er circus met kinderen in de wijken, zochten we naar een overtuigende culturele aanvulling op de Tilburgse Kermis en toog Het Zuidelijk Toneel met Fontysstudenten naar onze zusterstad Chanzhou.

Is dat allemaal voor niets geweest dan? Natuurlijk niet. Er zijn samenwerkingsverbanden gesmeed die de basis zullen vormen voor nieuwe belangwekkende projecten in de komende jaren. Ook zonder die Europese titel. Op een tweet waarin ik mijn teleurstelling uitte, reageerde iemand dat het überhaupt geldverspilling is, dat hele idee van Culturele Hoofdstad. Hoe kortzichtig kan je zijn. In de wereld waarin we nu leven is creativiteit de belangrijkste grondstof. Een steeds groter deel van ons bruto nationaal product is rechtstreeks afhankelijk van ons innovatief en creatief vermogen. En geen kracht is groter dan die van de verbeelding. Kunst laat ons inzien dat het altijd anders kan. Dat er tenminste altijd één uitweg meer is dan je ziet.

Dus kunnen we in 2018 ook zonder die titel. In Brabant weten we elkaar toch wel te vinden. Voor sterke plannen is altijd geld te vinden. Natuurlijk niet zoveel als waar we van droomden, maar we zijn creatief genoeg om ook daar weer een uitweg voor te vinden. Dus gaan we onverschrokken voort met het versterken van onze festivals, de samenwerking tussen talenvolle makers en podia en de ontwikkeling van projecten in de wijken. En ja, daarvoor is geld nodig. Er is de afgelopen jaren structureel drie miljoen euro per jaar uit het Tilburgse cultuurbudget gestreept. Het zou helpen als tenminste een deel van het gereserveerde budget voor 2018 hierin wordt geïnvesteerd.

Terwijl ik dit opschreef dacht ik aan het project Nieuwe Liefde dat op dit moment over onze stad wordt uitgerold. Weer zo’n fraai voorbeeld van samenwerking tussen maatschappelijke en culturele instellingen. In de geest van dat project vroeg ik me af of er ook zoiets bestaat als ‘interstedelijke barmhartigheid’. Want ik gun Leeuwarden die titel van harte. Als ik het op landsniveau bekijk dan begrijp ik die jury wel. Een culturele en economische impuls in het Noorden van ons land zal van grotere betekenis zijn dan hier in het (cultureel) rijke Zuiden. Dus overwin ik mijn teleurstelling en feliciteer ik de Friezen met hun overwinning. Sa ist en net oars, want as 't oars wie, wie t net sa.

En wij? Wij weten dat het altijd anders kan, hier in Brabant, want hier brandt het licht.

donderdag 1 augustus 2013

Vrijdenken op een zomerochtend

Het is stil op de podia van Theaters Tilburg. Net als op de schaatsbaan, in de scholen en bij de universiteit. Iedereen speelt buiten, in de zomer blijven onze zalen leeg. Al lijkt het me ook weer niet zo stil als in het klooster hiernaast. Integendeel, het is hier een drukte van belang. Zelfs bij dertig graden staan de schilders te fluiten op de steiger, trekken zwetende installateurs kabels door onze gangen en boren ze luidruchtig gaten in de muur terwijl ik sta te bellen. Er wordt hier echt hard gewerkt. Onderhoud doen we als de acteurs en musici op het strand liggen, of zich laven aan de prosecco op de zomerfestivals.

De telefoon gaat nu aanmerkelijk minder dan wanneer er een ‘ R’ in de maand zit. Dus is er tijd om de klussen te doen die ik al die tijd voor me heb uitgeschoven. Na twee jaar directeurschap puilde mijn kast uit en overschreed mijn digitale archief het toegestane aantal megabites. Dus ben ik aan het opruimen geslagen. De stad volgt mijn opruimdrift. Na de laatste knallen van het vuurwerk in de Piushaven  wordt de binnenstad al de hele week geveegd en hersteld. De grootste kermis van Nederland heeft haar sporen nagelaten. Bomen rijden op heftrucks door de straten, het straatmeubilair gaat op zoek naar haar oude plekje.

Medewerkers die nu niet op vakantie zijn verleid ik op deze zomerse dagen eens per week op een potje vrijdenken. In het seizoen is daar weinig tijd voor, dan zijn we druk met artiesten en publiek. Nu daag ik hen uit om de briljante ideeën te delen die ze in de vakantie opdeden. Thuis op het balkon, op het luchtbed in de Noordzee of in dat eeuwenoude theater in Italië. Want als je even afstand neemt zie je de dingen soms helderder, of vanuit een heel ander perspectief. Zo droomden we een stadsstrand, gewoon hier voor de deur aan de Schouwburgring. Met speeltoestellen, strandstoelen een cocktailbar met zomerse muziek. Of een hippe loungeclub in die ruimte boven de hoofdentree. Met elke dag een leuke DJ en cool publiek in luchtige jurkjes en kekke hemden. U ziet, we zijn nog maar net terug en zitten met ons hoofd nog in de vakantie. De komende weken worden we concreter en wie weet, levert het fraaie nieuwe plannen op voor projecten en activiteiten in ons huis.

De zomer biedt ook ruimte voor andere gesprekken. Zo was ik bij de buren, de Zusters van Liefde in het klooster aan de Oude Dijk. Een plek die ik al twee jaar passeer, zonder te weten wat zich achter de vitrages afspeelt. Ik werd er met koffie en kruidkoek hartelijk ontvangen en rondgeleid. De monumentale gebouwen zijn de afgelopen jaren zorgvuldig gerestaureerd en aangepast voor deze steeds ouder wordende  gemeenschap. Er wonen naast de schouwburg maar liefst 180 zusters, die zijn gemiddeld 88 jaar oud. Sommigen uiterst monter en zelfredzaam, anderen hulpbehoevend en verward. Mijn verwachtingen bleken trouwens hopeloos achterhaald. Hier geen murmelende dames die in traditionele kledij door kloostergangen schrijden. Deze organisatie wil zich niet verschuilen, maar juist openstaan voor mensen van buitenaf.

Als je even met elkaar praat heb je meer gemeen dan je vooraf denkt. Dus volgde een gesprek over de relatie met de stad, over publiek en wat je daar voor kan doen. En dat we zo nu en dan best wel eens iets samen zouden kunnen ondernemen, wie weet. De eerste samenwerking is trouwens al een feit. Op 14 en 15 september is het open monumentendag en kan ook u bij de dames op bezoek. Bij de entree van de kapel herkent u dan wellicht de rode loper met glimmende paaltjes en koorden van Theaters Tilburg. Met een beetje mazzel draaien de rollen dan een keer om en is het daar drukker dan hier. Voor een dag meer publiek op de kerkbanken dan op de theaterstoelen, een goede buur gun je nieuwe vrienden.

maandag 24 juni 2013

Het straathondje van Brabant

“Ik vind het eigenlijk niet zo erg dat Tilburg het straathondje is van Brabant. Het is niet het mooiste hondje, maar wel het leukste.” Sommige spreuken kunnen zo op een tegeltje. Er zijn mensen die erin grossieren. Deze uitspraak is van Marc-Marie Huijbregts. Ik overviel hem een beetje met mijn verzoek om me te helpen met een filmpje voor culturele hoofdstad. Want eerlijk gezegd had hij daar nog nooit over nagedacht. Terwijl wij er hier en in de andere Brabantse steden toch redelijk druk mee in de weer zijn de afgelopen tijd. Het zogenaamde ‘bidbook’ was een eerste zichtbaar resultaat. Dat boek met projecten in en om Eindhoven steekt knap in elkaar, we hebben er in de strijd om de titel toch maar mooi Utrecht en Den Haag mee verslagen. Nu verder voor de hoofdprijs.

Maar goed, die Marc-Marie. Hij was een paar weken terug toch in huis dus mocht ik hem wel een paar vragen stellen. Dat deed ik voor een filmpje dat een beeld schetst van de positie van Tilburg in dat hele selectietraject. Met antwoorden op vragen die gewone mensen zichzelf stellen over dit onderwerp. Hoe dat dan werkt zo’n culturele hoofdstad. En wat je er eigenlijk aan hebt als regio. Of het niet oneerlijk is dat Eindhoven in die hele competitie dan voorop mag lopen. Hoe we daar nu dan al mee bezig zijn, terwijl het pas over vijf jaar zover is. We hebben er de mensen voor gesproken die nu al aan het oefenen zijn, de organisatoren van de zogenaamde opmaatprojecten.

Vorige week kwam Rob van Gijzel naar de Studio om samen met leden van de Tilburgse gemeenteraad van gedachten te wisselen over de plannen voor culturele hoofdstad. We draaiden de trailer en ik mocht een kort gesprekje doen met Matthijs Rümke. Dit keer trad hij op in de rol van artistiek adviseur van het projectbureau culturele hoofdstad. Hij is gelukkig weer aan de beterende hand, die Matthijs, en hij wist met enthousiasme een perspectief op de gezamenlijke toekomst te schetsen. Vervolgens kwamen natuurlijk de kritische vragen. Die Eindhovense burgemeester was niet voor niets naast onze eigen burgervader Noordanus en wethouder Frenk gaan zitten.

De kern van het vraagstuk zit ‘m natuurlijk in de verhouding tussen die steden. Hoe loyaal kan de ene stad zijn aan de andere. Wat heb je voor elkaar over? Want het spreekt voor zich dat Eindhoven het meest profiteert van die Europese titel. Toch kan dat het probleem niet zijn. Het wil immers niet zeggen dat niet de hele regio er beter van wordt. Dat die titel bijdraagt aan de verschuiving van de balans binnen Nederland. Dat deze regio nu eenmaal steeds creatiever en innovatiever lijkt te worden en dat we daar allemaal een beetje vrolijker van worden. Dat wist die mijnheer Van Gijzel allemaal heel oprecht en knap te verwoorden. Notoire sceptici konden hun sympathie voor deze man met een missie niet verhullen.

Het blijft nog even spannend, al weet de jury het natuurlijk al lang. Op 6 september 2013 weten wij het ook. Meteen daarna zullen de discussies over de verdeling van die honderdveertig miljoen de kop opsteken. Binnenshuis natuurlijk, niet op straat. Want daar zei Marc-Marie ook nog iets fraais over, al kwam dat niet in ons promofilmpje. ”Het is met die Brabantse steden net als bij ons moeder thuis. Achter de voordeur slaan we mekaar de kop in, maar buiten niet, daar staan we voor mekaar in. Waag het eens een vinger uit te steken naar mijn zus, ik sla oe op oew bakkes.” Blijkbaar maakt het niet uit of dat zusje de knapste is, of de lelijkste. Verbroedering overstijgt schoonheid, dat komt in het geval van Tilburg toch maar mooi uit.

Het filmpje vind je op www.2018eindhoven.eu en natuurlijk ook via de link hier.