maandag 26 september 2016

(Geen) prijs

Gisteren speelden vier pianisten in de concertzaal tijdens de jaarlijkse vriendencultuurprijs. Er waren twee prijzen, over eentje besliste de jury en over de andere het publiek. Ze waren het roerend eens, de negentienjarige Vlaming Wouter Valvekens ging er met beide prijzen vandoor. Het is een natuurtalent, hij speelde prachtig dus ik gun het hem van harte. Het is sowieso een beetje een prijzencircus deze maand. Eerder hadden we uiteraard de toneelprijzen en gisteren werden de cabaretprijzen uitgereikt. Allemaal aan creatieve geesten die succesvol hun positie hebben verworven op onze podia. Zoals gisteren het viertal NUHR en de jongeling Tim Franssen, kijk en oordeel zelf, check ons programma.


Ook theaters kunnen prijzen behalen. Zo werden wij als Theaters Tilburg onlangs door ROC De Rooi Pannen uitverkoren tot leerbedrijf van het jaar. En, eerlijk is eerlijk, die prijs behoort eigenlijk maar één man hier in huis toe en dat is onze chefkok Tom Biessen. Ook die prijs is welverdiend, als geen ander is Tom met zijn collega’s dagelijks in de weer met jonge kooktalenten. Hij leert ze de kneepjes van het vak en houdt ze bij de les.

Wel fijn eigenlijk, om eindelijk een prijs te winnen. In december grepen we namelijk naast de titel ‘beste theater van Nederland’. Een titel die door de vrije impresariaten (de verkopers van het niet-gesubsidieerde aanbod op onze podia) wordt uitgereikt aan het theater dat in hun ogen het beste presteert, zowel voor artiesten als publiek. Die prijs ging naar onze collega’s in Rijswijk. En zo eindigden we deze maand ook op de derde plaats voor de Roel Oostra prijs. Die wordt door acteurs en dansers gegeven aan het volgens hen meest gastvrije theater en ging naar Enschede. De prijs is vernoemd naar Roel Oostra, directeur van Schouwburg de Lawei in Drachten vanaf 1962, een legende in de omgang met de artiesten die bij hem optraden.

Nu zijn we weer genomineerd. Dit keer voor een publieksprijs. Maar liefst 4,3 miljoen ANWB-leden mochten hun stem uitbrengen voor het theater dat in hun ogen het meest gastvrij is. De prijzen zijn ingedeeld in vier categorieën, afhankelijk van de grootte van de gemeente waar het theater staat. Zo voorkom je dat bijvoorbeeld Theater Twee Hondjes in Hellevoetsluis het tegen ons op moet nemen. Gelukkig staan wij, samen met het Parktheater Eindhoven, in het rijtje grote steden naast bijvoorbeeld de amusementstheaters van VandeEnde en consorten.

Alle aandacht is mooi, dus ik ben wel blij met die vernoeming en blij dat deze prijs het bezoek aan onze theaters promoot. Al vraag ik me wel af of het een eerlijk spelletje is van de ANWB. Het is ze namelijk niet om ons theater, maar om onze entreekaarten te doen. Om als vereniging meerwaarde te behouden voor de leden willen ze de kaarten voor onze voorstellingen graag met korting via hun eigen site verkopen. Een korting die we als theaters en producenten natuurlijk zelf moeten betalen.

Als theaterdirecteur wil ik u niet voor de gek houden. Ik wil dat u op ons kan vertrouwen. Dat als u in mei of juni kaarten koopt voor de volle prijs, u niet later met uitverkoopacties wordt geconfronteerd. Die artiesten en voorstellingen zijn dat immers ook echt waard, ze verdienen het. En het is wel zo gastvrij als u uw kaarten gewoon hier koopt, via onze site, via onze toffe dames aan de telefoon of aan de balie. En die publieksprijs van de ANWB dan? Die gunnen we van harte aan een ander.

donderdag 4 augustus 2016

Belofte maakt schuld

Het grootste deel van onze gasten komt een of twee keer per jaar naar de schouwburg of concertzaal. Ik weet niet hoe dat met u zit maar ik kan me voorstellen dat zij geen idee hebben wie er allemaal meebetaalt aan hun avondje uit, hoe dat systeem van subsidies aan podia en gezelschappen in elkaar steekt. De ophef in de kranten deze week zal ze grotendeels ontgaan. Het is al moeilijk genoeg om een keuze te maken uit het grote aanbod van voorstellingen en concerten in ons huis. Ze vertrouwen er terecht op dat het allemaal puik is geregeld. Dat de gemeente de juiste keuzes maakt over de steun aan de Tilburgse podia en dat al die andere overheden en fondsen zorgen dat daarop fraaie en relevante zaken worden getoond.

Vertrouwen en reputatie zijn sowieso belangrijke pijlers waarop Theaters Tilburg is gefundeerd. Onze gasten mogen er van uitgaan dat we ons uiterste best doen om een aanbod samen te stellen dat past bij deze grote stad. Ze mogen erop vertrouwen dat we nieuwe namen ten tonele brengen die veelbelovend zijn, die de verwachtingen overtreffen. En ze mogen aannemen dat we meebouwen aan de ontwikkeling van gezelschappen en individuele makers. Zodat die aan een reputatie kunnen werken waarop onze gasten mede hun keuze baseren.

Toch is dat hele systeem van financiering van de podiumkunsten in Nederland niet zo slim en doordacht geregeld als je wellicht zou denken. In ons aanbod voor het nieuwe seizoen 16/17 staat een groot aantal voorstellingen waarvan ik ondertussen niet meer zeker weet of ze er wel gaan komen. Of waarbij ik twijfels heb of ze wel zo groots en belangwekkend gaan worden als ik verwachtte toen we ze op onze website en in die brochure beschreven. Dat komt omdat een aantal van die gezelschappen vanaf 1 januari 2017 waarschijnlijk geen of onvoldoende geld meer heeft om die producties te gaan maken.

Het gaat daarbij om gezelschappen die medebepalend zijn voor ons eigen artistieke profiel. Denk om te beginnen aan Het Zuidelijk Toneel (dat nu haar plannen herschrijft om van steun verzekerd te blijven), aan T.R.A.S.H. (het Tilburgse dansgezelschap dat dit jaar onze dansmaand opent), Orkater (het markante gezelschap rondom de gebroeders Van Warmerdam), LeineRoebana (het huisgezelschap van onze collega's in Breda) en Danstheater Aya (dat sprankelende en bij ons veelal uitverkochte voorstellingen maakt voor jongeren). 

Of denk aan Opera2Day dat als een van de weinigen het lef heeft om nieuwe opera’s naar ons podium te brengen en aan Theater Terra dat steeds weer nieuwe jeugdproducties met poppen lanceert. En dan heb ik het nog niet eens over alle Brabantse initiatieven die we een warm hart toedragen en die zoals het er nu voor staat niet op landelijke subsidies mogen rekenen. Zoals de festivals Incubate, Cement, Mundial en Circolo, of een muzikale held zoals Paul van Kemenade.

Dat hele systeem van subsidietoekenningen ziet er voor een outsider wellicht uit als een loterij, hoe oprecht die adviescommissies het te krappe budget ook proberen te verdelen. Met gejuich en champagne aan de ene kant en diepbedroefde verliezers aan de andere. Het biedt kansen aan nieuwe makers, dat is mooi, maar tegelijkertijd dreigen zaken verloren te gaan die te waardevol zijn om zonder slag of stoot uit ons programma te strepen. Scherpe keuzes doen pijn, ze maken of breken ontwikkelingen. En daarmee raak ik de kern van deze blog. Als directeur heb ik onze gasten gevraagd me te vertrouwen, heb ik beloftes gedaan en vergezichten geschetst, heb ik geleund op de plannen en reputaties van de mensen waar we dagelijks mee werken. Dat plaatst mij voor een belangrijk moreel probleem. Belofte maakt schuld en ik sta hier in Tilburg vrij machteloos te kijken naar de gevolgen van het landelijk subsidiestelsel.  

Dat moet anders kunnen. Slimmer en met meer respect voor makers, met een belangrijkere rol voor de programmeurs van podia. Met meer oog voor wat in onze stad, in onze regio van belang is. Tussen die twee en een half miljoen Brabanders moeten genoeg partizanen zitten die willen strijden voor wat meer culturele onafhankelijkheid. Dus ik steun onze gedeputeerde voor cultuur, laten we ons verzamelen en de strijd aangaan. Zodat ik kan waarmaken wat ik u heb beloofd.

woensdag 29 juni 2016

Snor

Al neemt het aantal wilde dieren in rood-wit gestreepte tenten en ceremoniemeesters met  Italiaans accent zienderogen af, circus is hot. We hebben hier net een maand afgerond met  de acrobaten van Fontys, zij presenteerden een reeks sterke voorstellingen vorige week in de concertzaal. Reikhalzend keken we, want boven het publiek zwaaide een dame aan de trapeze en maakte een heer een wandeling over het gespannen koord. Ik was er trots op dat dit allemaal bij ons kan en dat die zaal zo geschikt lijkt voor dit jaarlijkse snoepje.

Op de een of andere manier hangt er altijd een bijzonder en nostalgisch sfeertje om dit genre. Als ik het woord circus hoor denk ik snel aan de sfeer van de film Moulin Rouge en aan de reizende gezelschappen aan het einde van de negentiende eeuw. Deze week was ik bij de première van Swan Lake, de nieuwe voorstelling van Jakob Ahlbom met de dansers van ICK Amsterdam. Het aloude sprookje en de muziek van Tsjaikovski, maar dan helemaal anders. En wel precies aansluitend op die burleske sfeer. Dit najaar zijn ze bij ons, compleet met hoge hoeden, messenwerpers en googelacts.

En blijkbaar ben ik niet de enige met deze beelden in het hoofd. Ook ’s lands bekendste illusionist Hans Klok hult zich graag in de sferen van destijds. Zoals altijd tovert hij met wapperende haren duiven uit zijn hoed en halveert hij mooie meisjes op ons podium. Dit keer belooft het wel even wat spannender en wellicht luguber te worden. In aansluiting op Jakob Ahlbom’s productie vorig jaar brengt hij namelijk horror naar de Nederlandse theaters. Geen circus dus, maar een waar spookhuis voor jong en oud.

En dan brengen we nog zo’n voorstelling die past in dit vakje. Laatst ging de voorstelling Dr Miracle van het vernieuwende gezelschap Opera2Day in première. Begin 1900 flirtten de rondreizende tovenaars graag met de wetenschap en ze noemden zich professor of doctor. In deze nieuwe operaproductie speelt hij de hoofdrol, doch zonder een noot te zingen. Dat is aan de andere spelers op het podium, die in een boeiende vaudeville setting de ene na de andere aria tevoorschijn toveren. De recensies waren juichend, dus ik zie er naar uit hen te mogen ontvangen.

Op een feestje vroeg een kind me laatst wat ik nou eigenlijk deed in die schouwburg. Toen ik antwoorde dat ik de directeur speel, vroeg ze me of ik ook een hoge hoed draag. En een zweep en een jas met van die lange flappen achter? Nee dat niet, maar ik draag wel altijd een net pak. Dan telt het niet. En trouwens, zei ze, jij kan geen directeur zijn want je praat Nederlands en hebt geen zwarte snor. Het is altijd tijd voor verbeelding, al zijn sommige stereo types al op je netvlies gebrand voor je ze überhaupt hebt gezien.