woensdag 5 december 2018

Uit liefde voor de stad

 deze foto is van Jostijn Ligtvoet
Sinds deze zomer is op onze fraaie luifel bij de entree een onooglijk bordje geschroefd waar cultuurkwartier op staat. Het is een van de zogenaamde sfeergebieden in de binnenstad . Op plattegronden worden de gebouwen en straten van Factorium, Fontys Hogeschool voor de Kunsten en die van Theaters Tilburg bruin gearceerd. Laten we zeggen dat het een mooi begin is om de samenhang van deze gebouwen in de stad zichtbaar te maken.

 het cahier verweven stad vind je hier
Vorige week mocht ik in kleine kring luisteren naar Ludo Hermans, een fluisterende Vlaming die zich al jarenlang bezig houdt met de stedenbouwkundige ontwikkeling van onze stad. Ik voelde me bevoorrecht, want hij vertelde me zaken die volslagen nieuw waren. Ook al was de kennis die hij deelde over de plannenmakerij in Tilburg al decennia oud. Ik spitste mijn oren toen hij sprak over mijn dagelijkse omgeving, over een belangrijk stukje Tilburg dat met de komst van de Cityring in de jaren vijftig bruut werd gescheiden van het oorspronkelijk centrum. Het zijn prikkelende feiten en bespiegelingen die zijn verzameld in het cahier Verweven Stad dat hij heeft samengesteld.

Waarom prikkelend? Wel, sinds ik in Tilburg werk heb ik me verwonderd over de ligging van de schouwburg en concertzaal. Op de een of andere manier lijken deze monumentale gebouwen niets te maken te hebben met andere belangrijke publieke gebouwen zoals de Heikese Kerk, het gemeentekantoor, het paleis-raadhuis, de rechtbank en de pastorie. Het is alsof ze zonder verbinding elk op hun eigen eilandje voornaam staan te wezen. Die verwevenheid is ver te zoeken terwijl dat in vrijwel elke Brabantse stad anders is. Daar staan de kerk, het raadhuis en de kroeg aan de Markt. Wat daarmee vaak het meest prominente plein van de stad is.

Het is al weer enige jaren geleden dat ik met regisseur en artistiek leider Matthijs Rümke zat te mijmeren over de ontwikkeling van de schouwburg en concertzaal. Toen ik klaagde over het verkeer op de Cityring en de beperkingen van die weg voor activiteiten overdag in ons restaurant en de foyers, riep hij me op groter te denken en met meer verbeeldingskracht te dagdromen. Hij was het die me aanspoorde om onbekommerd te streven naar een groot plein in het hart de stad. Een markplein dat begint bij onze voordeur en dat zich uitstrekt tot de achterdeur van het paleis van de koning. Een vlakte zonder auto’s die plaats biedt aan de weekmarkt, de Meimarkt, de Kermis, Tilburg Zingt, Tilburg Culinair en natuurlijk de Summer Singalong van de Nederlandse Musical Dagen. Al hadden we dat nog niet bedacht toen Matthijs er nog was.

In de loop der jaren heb ik die gedachte links en rechts eens gedropt, zonder er ooit echt werk van te maken. Totdat het nu plots weer actueel is. Het college van B&W heeft namelijk de gezamenlijke planteams van het Koningsplein en het Willemsplein gevraagd na te denken over de gewenste ontwikkeling van het Zuidelijk deel van de binnenstad. En dat cahier van Ludo Hermans biedt daar heel veel inspiratie voor. Een van de plaatjes is namelijk al weer bijna 25 jaar geleden getekend door Jo Coenen. Hij tekende het plein nog lang voor ik het ooit kon dromen. Met een Schouwburgring die onder de grond duikt bij de rechtbank om pas ergens bij onze achterdeur weer op maaiveld terecht te komen.

Dus dat is waar ik deze dagen voor pleit. Benut dat lelijke  Koningsplein voor woonbebouwing en fraaie groene openbare ruimte en verbind daarmee de Piushaven aan het kernwinkelgebied. En verhuis al die activiteiten die je ooit daar bedacht naar het nieuwe Willemsplein. Benut de Rechtbank en Pastorie voor nieuwe publieke activiteiten en omzoom dat plein met fraaie bomen zoals op de Bossche Parade. Daarmee ontstaan kansen voor de stad waar ook jij niet eerder van durfde te dromen. En doe dat niet voor mij, doe het uit liefde voor de stad.

---

De presentatie van het cahier Verweven Stad is op 11 december in Theaters Tilburg, aanmelden doe je hier. Oh ja, voor Tiaff mocht ik eerder dit jaar ook over mijn gedroomde plein lopen. Dat filmpje vind je hier. En trouwens, die titel is een knipoog naar een ander boekje.

donderdag 20 september 2018

Ons Ria


Het verhaal moet nog een keer verteld, iemand moet het doen. Dus laat ik gewoon vooraan beginnen. Bij de kleine Ria in het jaar des Heeren 1968, een meiske van bijna zestien, dat geen zin meer had in school. Pa zette haar bij de artiesteningang van de Tilburgse Schouwburg af ‘ga hier maar solliciteren’. Na een gesprekje met directeur Leo den Brabander en adjunct Piet Maes kon ze zowaar beginnen, als administratief medewerkster. Die mannen, maar ook toneelmeester Simon Vervoort zorgde er voor dat haar in die woelige jaren zestig, niets overkwam. En nu, vijf decennia later, neemt ze afscheid.

Om alvast een voorschot te nemen lunchten we gisteren met collega’s. Natuurlijk was dat de tijd voor sterke verhalen uit de oude doos. Sommige zijn te sappig om hier te openbaren. De zeden in de jaren zeventig waren anders dan in dit preutse #metoo tijdperk. Nee, nee, ik blijf integer, ik zwijg als mijnheer pastoor. Al waren er mooie verhalen bij. Zoals over een circusolifant die met zijn dikke billen nooduitgangen opende en over krengen van vrouwen die glimlachen op, maar snauwen achter het podium.

Het is met name voor de charmante heren dat ze zelf ook eens in de schouwburg ging zitten. Want na de Franse golf met Charles Aznavour en Julien Clerc kwamen de Nederlandse chansonniers. Denk bijvoorbeeld aan de vooralsnog onsterfelijke Herman van Veen met zijn gevoelige liedjes. Hij wist haar wel van het werk te houden, als ze weer eens enveloppen zat te typen of te vouwen achter de receptie. Want dat was de stand van de database marketing in die tijd. Ze kreeg een telefoonboek en een stapel enveloppen ‘begin maar bij de A meisje’. Gelukkig wist ook mijn illustere voorganger Leo Pot in die tijd dat je Ria af en toe een pleziertje moest gunnen. Na een uurtje folders vouwen werd er een kwartiertje gedanst.

Maar goed, even terug naar die artiesten die ze niet is vergeten. ze vertelde me gisteren dat in die jaren zeventig een man uit Sittard wekenlang in de schouwburg repeteerde. Over de doden niets dan goeds, al was de onzekere artiest achter de schermen behoorlijk narrig en streng. Hij werkte in zijn kleedkamer met zijn vrouw Rietje aan vrolijke liedjes en op een dag maakte hij zelfs een tekening voor haar die ze nog steeds koestert. ‘S avonds kwam dat allemaal goed in de zaal, want stiekum wist ze wel, hij zong dat niemendalletje over die vierentwintig rozen speciaal voor haar.

In de jaren tachtig en negentig werden artiesten als Freek de Jonge en Youp van het Hek groot, ontstonden terugkerende producties zoals de Tilburgse Revue en het Kruikenconcert. Zaken die zorgden voor grote drukte voor maar ook achter de schermen en waarbij zij het hoofd koel hield en ongevoelig was voor dronkenschappen en kapsones. En als er al eens eentje tussen zat die te veeleisend was, zoals Rene Froger die de artiestenfoyer voor personeel blokkeerde, dan was het wel de directeur die kordaat optrad ‘u kan kiezen: of u laat mijn personeel hier rustig koffie drinken, of u drinkt vanavond maar fijn thuis een bakje leut op uw eigen bank’.

Zij heeft het werk zien veranderen en de druk op de organisatie zien toenemen. In de begintijd waren er in de schouwburg per jaar zestig producties die vaak weken bleven staan. Tegenwoordig zijn het er in de schouwburg en concertzaal samen al meer dan vierhonderd. En al die artiesten bellen bij de zelfde achterdeur aan. Veel tijd om kennis te maken is er niet meer bij, al blijven sommige artiesten en hun impresario’s jaar na jaar naar Tilburg terugkeren.

Ach Ria, ze was zo veel meer dan het gezicht naar de artiesten. De afgelopen jaren heb ik haar leren kennen als de vrolijke noot bij binnenkomst en vertrek. Als ik haar meldde waar ik heen ging zei ze gepast ‘dat is goed’. Achter mijn rug om zei ze daarna tegen haar collega’s ‘er is hier dan wel een directeur, maar ik ben degene die het te zeggen heeft’. Daar moet ik nog een tegeltje van maken. En de volgende keer? Dan komt ze niet via de artiesteningang, maar schrijdt ze waardig over de rode loper, ons Ria.

dinsdag 12 juni 2018

Cijfers en letters

De stof van de lancering van een nieuw theater- en concertseizoen dwarrelt langzaam neer, in de afgelopen weken verkochten we al bijna 50.000 kaarten voor het programma 18/19. Laat dat je er vooral niet van weerhouden om alsnog onze website af te grazen, ons fraaie programmaboek door te spitten of je vrienden te bevragen op hun geheimtips. Want ook al verkeren we al weken in tropische omstandigheden, vooruit kijken en daar naar handelen loont altijd. Zeker in het theater.

En natuurlijk blikken we in deze periode ook terug. Het seizoen loopt op z’n einde en we hebben veel fraaie momenten meegemaakt. Ik kijk met genoegen terug hoe Paul van Kemenade hier zijn jubileumfeestje vierde met veel vrienden en muziek, hoe Typhoon zowel klassieke luisteraars als hippe teenagers wist te raken, hoe Freek Bartels samen met Stanley Burleson schitterde in de kleinste musical van het jaar en tenslotte hoe het Nationaal Theater liet zien hoe actueel toneel kan zijn met The Nation. En dan nog al die dingen die ik me niet meer direct herinner, of hier niet kan noemen. Als in een rush maak ik het mee, ervaar ik het en verlang ik als een verslaafde alweer naar de volgende voorstelling.

Dat is ook de eeuwige worsteling bij het schijven van het jaarverslag, dat ook altijd rond deze tijd wordt gepubliceerd. Die cijfers zijn aardig, maar ze zeggen niets over wat er nu werkelijk gebeurt in de harten en hoofden van de mensen in onze foyers en zalen. En ik kan met geen pen beschrijven wat er dagelijks aan inspanningen wordt geleverd voor, achter en op het podium. Dat probeer ik natuurlijk wel, dus lees het maar eens na. Uit de cijfers kan je afleiden dat we meegroeien met deze bruisende stad en dat we ons best doen om verder en hoger te reiken. Om nieuwe harten te veroveren van mensen die hier niet eerder kwamen.

Ons gebouw wordt deze maand overgenomen door de studenten circus, drama, muziek, musical en muziektheater van Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Niet alleen ons gebouw trouwens, ook op allerlei andere plekken in de stad tonen zij hun afstudeerproducties en groepsvoorstellingen, al ben ik daar wat minder mee bezig. Let dus vooral op A little Night Music van de tweede en derdejaars muziektheater in de schouwburg volgende week en de groepsvoorstelling van de derdejaars circus in de concertzaal. Spot nu de sterren van morgen en word net als ik geraakt door hun talent en enthousiasme.

Over de Nederlandse Musical Dagen hoef ik op deze plek niets meer te zeggen. Behalve dan dat het een fantastische line-up wordt die twee dagen aan het einde van deze maand. Lees dat vooral op onze website en koop snel kaarten. De mooiste plekken zijn al vergeven, maar met wat moeite kan je er nog bij. Laat je vollopen met indrukken, dan is het hoofd gevuld voor een zomer zonder ons. En oh ja, kom vooral nog eens eten, tijdens de Lucebertweek verwent Tom Biessen de smaakpapillen.

Maar dat is voor straks, vergeet vooral niet om nu te genieten. Want je weet, vandaag is morgen gisteren.