donderdag 4 augustus 2016

Belofte maakt schuld

Het grootste deel van onze gasten komt een of twee keer per jaar naar de schouwburg of concertzaal. Ik weet niet hoe dat met u zit maar ik kan me voorstellen dat zij geen idee hebben wie er allemaal meebetaalt aan hun avondje uit, hoe dat systeem van subsidies aan podia en gezelschappen in elkaar steekt. De ophef in de kranten deze week zal ze grotendeels ontgaan. Het is al moeilijk genoeg om een keuze te maken uit het grote aanbod van voorstellingen en concerten in ons huis. Ze vertrouwen er terecht op dat het allemaal puik is geregeld. Dat de gemeente de juiste keuzes maakt over de steun aan de Tilburgse podia en dat al die andere overheden en fondsen zorgen dat daarop fraaie en relevante zaken worden getoond.

Vertrouwen en reputatie zijn sowieso belangrijke pijlers waarop Theaters Tilburg is gefundeerd. Onze gasten mogen er van uitgaan dat we ons uiterste best doen om een aanbod samen te stellen dat past bij deze grote stad. Ze mogen erop vertrouwen dat we nieuwe namen ten tonele brengen die veelbelovend zijn, die de verwachtingen overtreffen. En ze mogen aannemen dat we meebouwen aan de ontwikkeling van gezelschappen en individuele makers. Zodat die aan een reputatie kunnen werken waarop onze gasten mede hun keuze baseren.

Toch is dat hele systeem van financiering van de podiumkunsten in Nederland niet zo slim en doordacht geregeld als je wellicht zou denken. In ons aanbod voor het nieuwe seizoen 16/17 staat een groot aantal voorstellingen waarvan ik ondertussen niet meer zeker weet of ze er wel gaan komen. Of waarbij ik twijfels heb of ze wel zo groots en belangwekkend gaan worden als ik verwachtte toen we ze op onze website en in die brochure beschreven. Dat komt omdat een aantal van die gezelschappen vanaf 1 januari 2017 waarschijnlijk geen of onvoldoende geld meer heeft om die producties te gaan maken.

Het gaat daarbij om gezelschappen die medebepalend zijn voor ons eigen artistieke profiel. Denk om te beginnen aan Het Zuidelijk Toneel (dat nu haar plannen herschrijft om van steun verzekerd te blijven), aan T.R.A.S.H. (het Tilburgse dansgezelschap dat dit jaar onze dansmaand opent), Orkater (het markante gezelschap rondom de gebroeders Van Warmerdam), LeineRoebana (het huisgezelschap van onze collega's in Breda) en Danstheater Aya (dat sprankelende en bij ons veelal uitverkochte voorstellingen maakt voor jongeren). 

Of denk aan Opera2Day dat als een van de weinigen het lef heeft om nieuwe opera’s naar ons podium te brengen en aan Theater Terra dat steeds weer nieuwe jeugdproducties met poppen lanceert. En dan heb ik het nog niet eens over alle Brabantse initiatieven die we een warm hart toedragen en die zoals het er nu voor staat niet op landelijke subsidies mogen rekenen. Zoals de festivals Incubate, Cement, Mundial en Circolo, of een muzikale held zoals Paul van Kemenade.

Dat hele systeem van subsidietoekenningen ziet er voor een outsider wellicht uit als een loterij, hoe oprecht die adviescommissies het te krappe budget ook proberen te verdelen. Met gejuich en champagne aan de ene kant en diepbedroefde verliezers aan de andere. Het biedt kansen aan nieuwe makers, dat is mooi, maar tegelijkertijd dreigen zaken verloren te gaan die te waardevol zijn om zonder slag of stoot uit ons programma te strepen. Scherpe keuzes doen pijn, ze maken of breken ontwikkelingen. En daarmee raak ik de kern van deze blog. Als directeur heb ik onze gasten gevraagd me te vertrouwen, heb ik beloftes gedaan en vergezichten geschetst, heb ik geleund op de plannen en reputaties van de mensen waar we dagelijks mee werken. Dat plaatst mij voor een belangrijk moreel probleem. Belofte maakt schuld en ik sta hier in Tilburg vrij machteloos te kijken naar de gevolgen van het landelijk subsidiestelsel.  

Dat moet anders kunnen. Slimmer en met meer respect voor makers, met een belangrijkere rol voor de programmeurs van podia. Met meer oog voor wat in onze stad, in onze regio van belang is. Tussen die twee en een half miljoen Brabanders moeten genoeg partizanen zitten die willen strijden voor wat meer culturele onafhankelijkheid. Dus ik steun onze gedeputeerde voor cultuur, laten we ons verzamelen en de strijd aangaan. Zodat ik kan waarmaken wat ik u heb beloofd.

woensdag 29 juni 2016

Snor

Al neemt het aantal wilde dieren in rood-wit gestreepte tenten en ceremoniemeesters met  Italiaans accent zienderogen af, circus is hot. We hebben hier net een maand afgerond met  de acrobaten van Fontys, zij presenteerden een reeks sterke voorstellingen vorige week in de concertzaal. Reikhalzend keken we, want boven het publiek zwaaide een dame aan de trapeze en maakte een heer een wandeling over het gespannen koord. Ik was er trots op dat dit allemaal bij ons kan en dat die zaal zo geschikt lijkt voor dit jaarlijkse snoepje.

Op de een of andere manier hangt er altijd een bijzonder en nostalgisch sfeertje om dit genre. Als ik het woord circus hoor denk ik snel aan de sfeer van de film Moulin Rouge en aan de reizende gezelschappen aan het einde van de negentiende eeuw. Deze week was ik bij de première van Swan Lake, de nieuwe voorstelling van Jakob Ahlbom met de dansers van ICK Amsterdam. Het aloude sprookje en de muziek van Tsjaikovski, maar dan helemaal anders. En wel precies aansluitend op die burleske sfeer. Dit najaar zijn ze bij ons, compleet met hoge hoeden, messenwerpers en googelacts.

En blijkbaar ben ik niet de enige met deze beelden in het hoofd. Ook ’s lands bekendste illusionist Hans Klok hult zich graag in de sferen van destijds. Zoals altijd tovert hij met wapperende haren duiven uit zijn hoed en halveert hij mooie meisjes op ons podium. Dit keer belooft het wel even wat spannender en wellicht luguber te worden. In aansluiting op Jakob Ahlbom’s productie vorig jaar brengt hij namelijk horror naar de Nederlandse theaters. Geen circus dus, maar een waar spookhuis voor jong en oud.

En dan brengen we nog zo’n voorstelling die past in dit vakje. Laatst ging de voorstelling Dr Miracle van het vernieuwende gezelschap Opera2Day in première. Begin 1900 flirtten de rondreizende tovenaars graag met de wetenschap en ze noemden zich professor of doctor. In deze nieuwe operaproductie speelt hij de hoofdrol, doch zonder een noot te zingen. Dat is aan de andere spelers op het podium, die in een boeiende vaudeville setting de ene na de andere aria tevoorschijn toveren. De recensies waren juichend, dus ik zie er naar uit hen te mogen ontvangen.

Op een feestje vroeg een kind me laatst wat ik nou eigenlijk deed in die schouwburg. Toen ik antwoorde dat ik de directeur speel, vroeg ze me of ik ook een hoge hoed draag. En een zweep en een jas met van die lange flappen achter? Nee dat niet, maar ik draag wel altijd een net pak. Dan telt het niet. En trouwens, zei ze, jij kan geen directeur zijn want je praat Nederlands en hebt geen zwarte snor. Het is altijd tijd voor verbeelding, al zijn sommige stereo types al op je netvlies gebrand voor je ze überhaupt hebt gezien.

vrijdag 13 mei 2016

Ik zie je

Wat kijkt ze toch spannend de camera in, de actrice Sallie Harmsen van het Nationaal Toneel. Ze is het beeld van de campagne die nu over de stad wordt uitgerold. Je komt haar overal tegen. En natuurlijk kijkt ze de hele dag naar me, op de cover van het programmaboek op mijn bureau. Een serieuze blik, wat schuilt er achter die ogen? Wat is er aan de hand? Is ze boos, of kijkt ze verontrust? Ik ben er content mee, erg content. Niet alleen met die foto en de strakke vernieuwde vormgeving, vooral ook met de inhoud van dat programma.

Het is een programma dat gezien mag worden. Al zal het je wel even tijd kosten om het te doorgronden. Dat geeft niet, ook wij hebben die selectie niet lukraak gemaakt. Het was een hele klus om al dat aanbod af te wegen en selecteren. Maar nu is het gelukt, alles staat op een rij voor het nieuwe seizoen. Nu mag u gaan kiezen en bestellen. Zo meteen om 12.00 uur gaat de verkoop van start. Spannend, ook al is het de tiende keer dat ik als theaterdirecteur voor in zo’n gids sta. Er valt natuurlijk van alles over te zeggen, over de plannen die de verschillende gezelschappen, musici en artiesten hebben gepresenteerd. Maar laat ik me kort richten op het toneel. Want daar is echt wel iets aan de hand. Veel theatermakers kruipen komend seizoen dichter op de actualiteit, op de grote vraagstukken waar we als samenleving mee worstelen.

Neem nu zo’n Ola Mafaalani, de artistiek leider van het Noord Nederlands Toneel die na Borgen komt met All Inclusive. Een stuk waarin ze zich verplaatst in de vele vluchtelingen die net als wij op zoek zijn naar geborgenheid en geluk. Of Laura van Dolron, de stand-up filosofe die nadenkt over de terrorist die haar vraagt waar zij nu eigenlijk voor staat, waarvoor zij bereid zou zijn te sterven. En de makers van Jihad, een verhaal van drie opgefokte jongens die naar Syrië vertrekken om vervolgens met een keiharde realiteit te worden geconfronteerd. En tenslotte Lucas de Man van het Zuidelijk Toneel, die na zijn tocht door Europa en de daaropvolgende voorstelling op zoek gaat naar de positie van de man binnen de islam.

Andere makers houden zich bezig met machtsspelletjes. Zoals De Verleiders, die zich dit maal concentreren op de financiële misstanden in ons zorgstelsel. Met die wonderlijke mix van cabaret en toneel weten ze belangwekkende zaken aan de orde te stellen. George van Houts, samen met kompaan Tom de Ket de schrijver van dit stuk, komt zijn complot theorieën in een soort van theatercollege later ook nog eens aan ons uitleggen. Over de verleidingen van geld en macht worden meer stukken gepresenteerd. Zoals ook het dramatische verhaal van de oude Blatter, de man die de verleiding van de miljoenen achter voetbalorganisatie FIFA niet kon weerstaan.

Al zijn het nu nog maar beloftes, die teksten en foto’s in de brochure en op de website, het zijn allemaal voorstellingen die kijken naar de wereld van nu. Die u de blik tonen van een ander, zodat u de volgende keer toch weer net iets anders kijkt naar de vraagstukken waarmee we worden geconfronteerd. Dat simpele zinnetje ‘ik zie je’ is door onze marketeer slim gekozen, u gaat ‘m net als de foto van Sallie Harmsen nog veel tegen komen.  Denk ook eens de tekst van de Franse schrijfster Anais Nin: ‘we zien de dingen niet zoals ze zijn, we zien de dingen zoals wij zijn’.